Recensie

Hartstikke nep – maar wat is die Kia Ceed lekker

Autotest De Kia Ceed mag nog steeds geen eigen gezicht hebben, hij rijdt voortreffelijk en is luxueus, vindt Bas van Putten.

Kia Ceed bij Frank Vaneman Automotive, Amsterdam. Foto Merlijn Doomernik

In Patrick Süskinds succesroman Het Parfum heeft de moordende achttiende-eeuwse parfumier Jean-Baptiste Grenouille een fataal gebrek: geen eigen lichaamsgeur. De reukloosheid veroordeelt hem tot onzichtbaarheid. Dus maakt hij uit een extract van mensengeuren, gewonnen uit de lijken van zijn slachtoffers, zelf de geur die hem onweerstaanbaar maakt. Zo onweerstaanbaar dat zijn medemensen hem uiteindelijk met huid en haar verslinden, letterlijk.

Hoe lokt een Kia Ceed, een in-keurige Koreaanse Golf, de associatie met dat monsterlijke personage uit? Wel, er zijn overeenkomsten. Hij legt met zijn obsessie voor een eigen geur iets bloot van de betekenis die mensen, dus ook autofabrikanten, aan hun unieke signatuur toekennen. Het probleem is dat je dat boeket niet kunt ontwerpen. Het berust bij gewone stervelingen dikwijls op iets schijnbaar bijzakelijks – een geur, een blik, een stem, een manier van lopen – dat het symbool wordt van affecties, een banaal identificatiepunt. Zo ruiken partners aan elkaar en ouders aan hun kinderen, die natuurlijk ruiken als niemand anders. Of zeggen ze: wat heerlijk om je stem te horen. Zo werkt en bindt het, dat onmeetbaar wezenseigene.

Wat als dat je dat allemaal niet hebt, terwijl je merkt hoe iedereen ernaar op zoek is? Dan moet je Grenouille worden. Of je wordt als de vrouwen die zich op de snijtafel tot Kim Kardashian of Dolly Parton laten liften. Dan koop je de identificeerbaarheid die mensen zonder eigenschappen met identiteit verwarren. Net als Grenouille is Kia, Koreaans confectiemerk, op zoek naar het geur- en smaakprofiel dat het van huis uit nooit had meegekregen. En net als Grenouille koos het voor de parasitaire weg van roven en nadoen. Zo word je natuurlijk nooit jezelf. Je wordt als de anderen die het wél leken te zijn. Dat is de dodelijke paradox van de mimicry.

Rijdende autotrein

Jezelf word je door zelf iets uit te vinden. De grote automerken zijn grondleggers, stamvaders, pioniers. Toen Karl Benz een van de eerste auto’s ontwikkelde, de Patentwagen van 1886, moest hij van de wielen en de stoelen tot de motor alles zelf bedenken. En altijd zou Mercedes-Benz het merk van de baanbrekende nieuwe technieken blijven. Niet Kia. Kia is een groot Koreaans bedrijf dat na de Tweede Wereldoorlog besloot ook op de rijdende autotrein te springen. De techniek moesten ze inkopen, want er was geen traditie. De eerste Kia die wij leerden kennen was een omgebouwde Mazda. Met de geleende trots op de geleende boedel werd hij Pride gedoopt, een gotspe waar die arrogante westerlingen hartelijk om moesten lachen. Ze verkeken zich op de strijdlust van hun doelwit. De Koreanen lieten zich niet van hun stuk brengen. Met moordende ambitie en precisie sloegen ze de weg omhoog in. Op een mooie dag konden ze net zo goed kopiëren als anderen uitvinden. Hun plagieercultuur werd een trendvolgercultuur. Kia’s turbomotoren zijn nu even goed als Europese en hun techniek is even betrouwbaar, zo niet betrouwbaarder – gedekt met zeven jaar garantie. Daarna zetten ze de tanden in een stijl, het eigen gezicht.

De paradox: dat is op zichzelf voortreffelijk gelukt. De Ceed is een perfect geproportioneerde middenklasser. De zogenaamde tigernose-grille met de karakteristieke inkepingen aan boven- en onderkant is precies goed. Ik heb niets op hem aan te merken, behalve dat. Zijn eigenheid is de geconstrueerde van een lookalike. Zijn grammatica is een gewogen gemiddelde van alle andere. De Ceed had een Opel, een Peugeot of een Ford Focus kunnen zijn, maar ook dan had je zonder er de vinger op te krijgen toch iets essentieels gemist: de nestgeur van een stijlgeschiedenis. Ik kan de Ceed niet onthouden. De Grenouille-cocktail heeft hem uitgewist, terwijl ze in Korea denken dat hij eindelijk uit duizenden herkenbaar is.

En ik zeg u: tel uw zegeningen. De Kia Ceed biedt in een wereld vol branding en profilering nog een vluchtplaats voor totale anonimiteit. Ik glijd onopgemerkt door het verkeer en het is zalig. Hij rijdt voortreffelijk en baadt in luxe waar je Kia-cynici mee onder tafel krijgt. Een Kia met elektrisch verstelbare bestuurdersstoel, leren bekleding, verwarmd stuur, verwarmde en geventileerde stoelen, haha! En alles doet het! De Ceed is een McDonalds die je voor nog geen 32 mille een voortreffelijke Sole meunière en Blini met kaviaar serveert. Kim Kardashian kan zo aanschuiven. Dolly zou zeggen: „Joh, ik ben ook nep, maar wat zijn we lekker hè?”

    • Bas van Putten