Gloria Gaynor vond die cover van de Hermes House Band maar niets

Hermes House Band Ze braken 25 jaar geleden door met ‘I Will Survive’, wat ze nog altijd spelen. En dat lalala kwam erin, omdat de vioolpartij te lastig was.

Foto Bram Petraeus

De Amerikaanse soulzangeres Gloria Gaynor was not amused toen zij voor het eerst werd geconfronteerd met de Nederlandse versie van haar eigen hit ‘I Will Survive’. Het was tijdens een optreden op een bedrijfsfeest in Den Haag, dat het publiek opeens lalala begon te zingen. Boos verliet de zangeres het podium, in de veronderstelling dat ze belachelijk werd gemaakt. Ze had nog nooit van de Hermes House Band gehoord.

25 jaar later is lalala er nog steeds. In sportkantines, op huwelijken en studentenfeestjes, bij ieder thuisdoelpunt van Feyenoord. Nadat Zinedine Zidane de melodie inzette toen hij in 1998 de wereldbeker won, werd ‘I Will Survive’ het lijflied van het Franse voetbalelftal. Deze zomer zongen de spelers daarom opnieuw lalala bij hun huldiging op het bordes van het Élysée. Zomaar ineens stond het liedje van de Hermes House Band uit 1994 weer in de Franse Singles Top 100. Op nummer één.

Wat is het verhaal achter deze onsterfelijke hit? En wie of wat is de Hermes House Band eigenlijk?

Geschiedenisles van een banddino

We moeten maar beginnen bij het begin, zegt muziekproducent en ‘banddino’ Mark Snijders (50) in zijn Rotterdamse studio. Terug naar 1983, het Rotterdamsch Studenten Corps. „Stel je voor: een bolwerk van mannen. Mannen die economie, rechten, geneeskunde en bedrijfskunde studeren. Mannen die bier drinken, op luide toon converseren, aan elkaars jasje trekken, mannen die muziek zeg maar niet beschouwen als het summum van vermaak.” Maar soms is er feest op de sociëteit. „Met meisjes, die wél van dansen houden. Dan ontstaat er een probleem: die zitten niet te wachten op de suffe jazz van VVD-congresachtige dixielandbandjes. Die willen disco. Dance classics.”

Gitarist Bas van Dijk wordt ‘Hans’ genoemd, want een Bas die gitaar speelt kan alleen maar voor verwarring zorgen

Een groepje muzikale studenten onderneemt actie. Na enig aandringen bij het bestuur wordt op kosten van de vereniging een drumstel en een Fender Rhodes piano aangeschaft – inderdaad, zegt Snijders, dezelfde piano die nu in een hoek van zijn studio staat. De band wordt uitgebreid met een blazerssectie en zangeressen. „Want je kunt nu eenmaal moeilijk een man I’m so glad I’m a woman laten zingen.” De naam: de Hermes House Band, omdat het de huisband van sociëteit ‘Hermes’ is.

Als Snijders in 1987 als toetsenist tot de band toetreedt, zit ‘I Will Survive’ al in het repertoire. Om uit te vogelen hoe ze een nummer moeten spelen, luisteren de muzikanten in die tijd naar cassettebandjes. Het was de blazerssectie die ‘I Will Survive’ bestudeerde, de synthesizerviolen eruit viste en de melodie vereenvoudigde tot het lalala-lijntje – de bandleden kwamen nu eenmaal niet van het conservatorium. Het blijkt een gouden vondst: overal waar de band het nummer speelt, gaat de zaal los. „Op een gegeven moment gingen ze al zingen voordat de band was opgekomen.”

Luister naar het verschil tussen de twee versies van ‘I Will Survive’

In 1994 wordt ‘I Will Survive’ opgenomen op single. Dat was van tevoren niet zo bedacht, maar er zijn kapers op de kust. Snijders: „Bij de platenmaatschappij waar ik destijds werkte kwamen aanvragen binnen. Als wij het niet deden, zou iemand anders het doen.”

De single wordt uitgebracht op een speciaal opgericht platenlabel, Xplo Music, en gepromoot door ‘plugger’ Willem van Schijndel, bekend als een helft van carnavalsduo De Deurzakkers. Op een gegeven moment stijgt ‘I Will Survive’ naar plek twee in de hitparade. Op één staat – al twaalf weken lang – Marco Borsato met ‘Dromen zijn bedrog’ De nummer één positie lijkt onhaalbaar.

Tot 20 oktober 1994, de dag dat Feyenoord tegen Werder Bremen speelt. Een legendarische wedstrijd, aldus Snijders, want Feyenoord wint met 1-0. „Het verhaal gaat dat het legioen lange tijd het stadion nog niet uit mocht, en de stadionspeaker ‘I Will Survive’ toen maar op repeat heeft gezet.” Door een slimme zet – een speciale Feyenoord-uitgave van de single - worden in een week tijd 15.000 extra cd’s verkocht. Marco Borsato wordt door een studentenband uit Rotterdam van zijn troon gestoten.

Zo’n nummer één hit was superleuk, maar het gaf ook wel gedoe, vertelt Snijders. „Er lagen paparazzi in de tuin van het studentenhuis van zangeres Judith Ansems, als de bandleden gingen stappen werden ze soms door journalisten achtervolgd.” Bovendien moest er weer gestudeerd worden. De muzikanten gingen terug het studentencircuit en de collegebanken in.

Maar door het Nederlandse succes is er ook interesse in het buitenland gewekt. Met name in Frankrijk en Duitsland is er vraag naar de Hermes House Band. Alleen: veel bandleden die bekend werden dankzij ‘I Will Survive’ zijn in de tussentijd afgestudeerd en opgevolgd door nieuwe muzikanten. In 1998 wordt daarom een professionele Hermes House Band International opgericht met drie oud-zangers. Onder meer de feestversies van ‘Country Roads’ (John Denver) en ‘Life is Life’ (Opus) worden wereldwijde hits. Inmiddels is deze internationale band uitgegroeid tot zevenmans formatie die ieder weekend in het buitenland optreedt.

Foto’s Bram Petraeus

Snijders zet zijn leesbril op. Op YouTube zoekt hij naar filmpjes van optredens en videoclips uit de gloriedagen. „Nee het is niet altijd even hoogstaand geweest…”, zegt hij glimlachend terwijl de intro van Country Roads door de speakers dreunt. „Oempf-oempf-oempf, net een marcherend leger.” Aan de muur hangt een certificaat voor het nummer: ‘Slechtste cover en slechtste internationale groep’ in een Duitse hitlijst in het jaar 2001. „Maar het is wel de grootste internationale hit van de Hermes House Band, het nummer stond in de top 10 in Duitsland en Engeland. En kijk: de clip is ruim 8 miljoen keer bekeken.”

Prépils en repetitie

Je kunt de Hermes House Band nog het best beschouwen als een familie. Een familie met een immer uitdijende stamboom en wortels in Rotterdam. Een familie met tradities en normen en waarden, die van generatie op generatie worden doorgegeven. Traditie één: iedere dinsdag is er repetitie op de sociëteit, vooraf wordt bij De Stoep een daghap gegeten.

Op het terras van het Rotterdamse eetcafé trotseren tien studenten – zes man, vier vrouw – de herfstkou met een drankje. „We noemen het prépils, maar het mag ook cola of wijn zijn”, zegt saxofonist Niels Geerts (21). Het staat niet ter discussie dat je er elke dinsdag bent, zeggen zangeres Ariane de Beaufort (21) en saxofoniste Stephanie ten Doesschate (22). Ook als je tentamen of coschap hebt: „Het is een commitment die je aangaat.” Alleen trompettist Saintwa Ye is afwezig, maar die heeft dan ook wel echt een goed excuus: „Hij komt uit China en zijn ouders zijn voor het eerst in tig jaar over.”

Traditie twee: iedereen heeft een bijnaam, een artiestennaam, zo je wil. Zo wordt gitarist Bas van Dijk ‘Hans’ genoemd, want een Bas die gitaar speelt kan alleen maar voor verwarring zorgen. Romances binnen de band zijn niet toegestaan – hoe het kan dat er inmiddels een stuk of vier HHB-baby’s zijn is dan ook een raadsel. Ook verboden: slapen in de bandbus, dat is niet leuk voor de chauffeur. In het buitenland, zegt saxofonist Niels met een knipoog, moeten alle danspasjes omgekeerd.

Foto Bram Petraeus

Omdat er ook wel eens zand in een geoliede machine kan komen, zijn er functies binnen de band, vertellen de bandleden tijdens het eten. Er is een manager die de boekingen afhandelt en erop toeziet dat de rest z’n taken naar behoren uitvoert. De penningmeester zorgt dat busverhuur en geluidsman netjes betaald krijgen en dat de gage niet wordt verbrast aan bier en Bifi-worstjes bij het tankstation. En hoewel het begin (‘Brand New Day’) en het einde (‘I Will Survive’) van elk optreden vaststaan, zorgt de muzikaal leider voor passende setlists en gestroomlijnde repetities waarbij niemand vals of uit de maat speelt. Ook is er een geestelijk leider, voor morele steun en de sfeer – denk aan uitjes en repetities in thema-outfit.

Optreden

Ladies and gentlemen, get ready to party! Tonight, live on stage, the biggest party band of the world. Here they are: the Hermes House Band!

Tien studenten, gehuld in zwart, goud en glitter, gewapend met instrumenten en microfoons, weten wat ze te doen staat: de Kaasmarkt moet op z’n kop. Het is de vooravond van Leidens ontzet, de dag waarop de stad viert dat de Spanjaarden 444 jaar geleden zijn verslagen. De Leidenaren willen feesten.

Al snel zingt het publiek het refrein van ‘Relight my fire’ uit volle borst mee. Een groepje vrouwen kopieert de danspasjes van de zangsectie. Als zanger Stijn Honders (23) een vrijwilliger op het podium vraagt voor een Hermes House Band-versie van ‘Even aan mijn moeder vragen’ („liefst iemand met blond haar en blauwe ogen”) is het zelfs dringen geblazen.

En nog één keer helemaal, ‘I will survive’ van de Hermes House Band.

In de pauze, in de bouwkeet die dienstdoet als kleedkamer, is de sfeer opmerkelijk rustig. Stijn: „Ik moet mijn stem sparen voor de tweede set, daar gaat het pas echt los.” De band is blij: Leidens ontzet is dan ook een van de leukste optredens van het jaar. Saxofoniste Stefanie ten Doesschate: „Maar je weet van tevoren vaak helemaal niet hoe het gaat lopen. Laatst speelden we op een verjaardag waar iedereen zestig was en volledig uit z’n dak ging. Ze waren weer even terug in hun studententijd.”

Dat is misschien wel het geheim van de Hermes House Band: de band gaat al generaties lang meer, maar blijft ook eeuwig jong. En hoe zit het met die ene grote hit? Hoe is het om aan het einde van íeder optreden lalala te zingen? „Je moet het zo zien”, zegt zangeres Anouschka Eleveld (24). „Je zit vier jaar in de band en speelt, zeg, veertig shows per jaar. Dan mag je het dus maar honderdzestig keer zingen. Het vliegt voorbij.”

    • Anne-Martijn van der Kaaden