Opinie

    • Willem Pekelder

Donker

Een uitgever ging heen, en Rotterdam rouwde. In de Hoflaankerk in Kralingen zong mezzo-sopraan Lotte Bovi ingetogen het Ave Maria van Bach/Gounod, terwijl Willem Donker vanaf een videobeeld zijn geliefden aankeek. Met, zoals altijd, om zijn hals een kleurrijk shawltje.

De oudste uitgever van Rotterdam stierf aan de vooravond van de Frankfurter Buchmesse, die hij steevast trouw bezocht. Nog twee maanden en hij zou tachtig zijn, net zo oud als de uitgeverij, die Willems vader Ad in 1938 stichtte. „Willem was uitgever tot de laatste snik”, memoreerde zijn zus Margot. „De verzamelde correspondentie van Erasmus, zijn magnum opus, heeft hij helaas niet meer kunnen voltooien.”

Op het podium een portret van de filosoof, en over de kist losjes een doek voorstellende De kleine prins van Antoine de Saint-Exupéry. Het was een van de succesrijkste boeken uit Donkers fonds, een eigenzinnige, eclectische verzameling, passend bij het citaat op de rouwkaart: „Ik ken maar één soort vrijheid en dat is de vrijheid van de geest.”

„Hij vocht om het hoofd boven water te houden”, sprak Gijs Roodhorst van de Kralingse boekhandel Amesz. „Heel blij was Willem met die enkele lovende boekenrecensie in de krant.” Donker genoot van het contact met de boekwinkels, al verkocht hij er bijna niets. „Dat kwam door zijn bescheidenheid”, wist Berenice Noordam, die veertig jaar op de uitgeverij werkte. „Willem leek uit een andere wereld te komen: een erudiet heer uit de late Romantiek. Ik geef geen bestsellers uit, zei vaak, maar wat hij niet wilde geloven: hij was zelf een bestseller.” Maria Heiden, in gezelschap van Bram Peper, citeerde Gerard Reve: „Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven.”

De dienst eindigde met Hier encore van Charles Aznavour: Gisteren was ik nog twintig jaar, ik liefkoosde de tijd. En ik speelde met het leven. Zoals men met de liefde speelt. Een melancholiek lied over het bestaan dat als zand tussen de vingers wegglijdt.

En zo nam Rotterdam afscheid van een flamboyant man, die tegelijk verlegen en weemoedig was. Dikwijls zat hij achter zijn antieke bureau, uitkijkend over het deftige Koningin Emmaplein, geheel in mijmering verzonken.

    • Willem Pekelder