Opinie

    • Arjen Fortuin

De waarde van ‘Tussen Kunst en Kitsch’

Zap Tussen Kunst en Kitsch bestaat 35 jaar. Het taxatieprogramma vierde het jubileum met een uitzending vanuit het Rijksmuseum.

Frits Sissing presenteert de jubileumuitzending van Tussen Kunst en Kitsch (AVROTROS)

Komt een man bij de taxateur. De man is blond, niet oud en niet jong, met een beetje bolle wangen, van het soort waar oudtantes na een glaasje sherry net te vaak en lang in knijpen. De taxateur zit rechtop achter een grote desk in de eregalerij van het Rijksmuseum. Op de achtergrond is de Nachtwacht te zien.

Taxateur: „Welkom. Wat heeft u voor ons meegenomen?”

Man: „Het is vast niets bijzonders hoor. Ik heb hier een VHS-videoband met een vijfendertig jaar oud televisieprogramma erop. Iets cultureels. Gekregen van een oude dame, mevrouw Van der Krogt heet ze. Zij had het weer van een meneer Van Drongelen. Zoiets komt natuurlijk uit een heel andere periode, maar ik ben toch wel benieuwd of het voor deze tijd nog interessant zou zijn.”

Taxateur: „Vijf-en-dertig jaar oud zegt u? Dan heeft dit programma Herman Emmink, Willem Duys en Willem Ruis nog meegemaakt. Fred Oster! Daar zijn er niet veel meer van. Het gaat over kunst, begreep ik?”

Man: „Ja, dat wil zeggen: het gaat ook over kitsch en het verschil tussen die twee. Maar het is ook heel erg een mensenprogramma. De sfeer is huiselijk. Kijk, hier ziet u hoe mensen hun oude spullen komen laten zien, verpakt in kapotgesneden verhuisdozen.”

Taxateur: „Ah, ze hopen allemaal een verborgen kunstschat op zolder te hebben! Die dan uiteindelijk niets waard blijkt… Daar zouden ze nu mooie uitlachtelevisie van kunnen maken, met een gemene voice-over en gekke muziekjes. En aan het eind een winnaar kiezen natuurlijk.”

Man: „Het merkwaardige is: dat gebeurt dus helemaal niet. Al zie je wel werelden instorten. Dan hoort iemand die een lepel met Nachtwachtreliëf komt laten zien dat die ‘uit de periode van net na de Tweede Wereldoorlog’ komt. Au, denk je dan. Daarna blijkt dat het geen echt zilver is en hooguit een tientje waard. Het parkeren bij het Rijksmuseum was vast duurder.”

Taxateur: „De waarde van de spullen is wel de hoofdzaak, zie ik. De specialisten nemen enorm lange aanlopen voor ze een bedrag noemen. Over hoe bijzonder een bepaald kunstwerk is en wat ze er persoonlijk van weten.”

Man: „Ja, het is foltering op hoog niveau, voor de überbeschaafden. Je ziet zo’n eigenaar haast ontploffen van de spanning. En aan het slot zeggen ze van de opluchting allemaal iets geestigs, zoals: ‘Dat moet de rest van de familie maar niet horen.’ Ha ha! Terwijl het dan dus al op tv is, vat u ’m?”

Taxateur: „Ja, ja… Het treft me dat er echt mooie kunst voorbij komt. Zoals dat adembenemende vrouwenportret van Isaac Israëls en die tinnen Jan-Steenkan. Maar ik zie dat u zit te wiebelen. U wilt antwoord op de Grote Vraag.”

Man: „U, eh, raadt mijn gedachten.”

Taxateur: „Wat is zo’n programma waarin het woord van specialisten de hoogste autoriteit is en niet ‘gewoon een mening’ waard? Er zijn er natuurlijk maar heel weinig van overgebleven, om niet te zeggen geen enkel…”

De man begint hevig te trillen.

Taxateur: „… Dus mede dankzij dat unieke element kom ik toch op een geschatte waarde van 1,9 miljoen.”

Man: „1,9 miljoen kijkers? Dat is… Dat is…” Hij zwiept zijn armen omhoog als een overenthousiaste amateur-dirigent, waarbij de videoband uit zijn hand schiet en het doek van de Nachtwacht doorboort, net boven de snoet van het hondje. „Oeps, excuses. Denkt u dat die nog te restaureren is?”

    • Arjen Fortuin