Zorgakkoorden tonen eerste barsten

Gezondheidszorg Wat merkt de patiënt van de vier zorgakkoorden? Enkele afspraken staan al onder druk. De hoofdlijnen, prima. Maar hoe het er precies uit gaat zien moet nog blijken?

Ziekenhuizen mogen minder groeien, zo is in de zorgakkoorden afgesproken. Daardoor krijgen huisartsen juist meer geld. Foto ANP/Roel Visser

„Alle Nederlanders profiteren van de hoofdlijnenakkoorden die het huidige kabinet heeft gesloten met de verschillende zorgsectoren.” Het klonk trots in de Miljoennota. Er wordt 1,9 miljard euro minder uitgegeven dan bij ‘natuurlijke groei’ van de zorgkosten, zoals het Centraal Planbureau die raamt. Was remmen niet gelukt, dan was dat een „risico” voor de rijksbegroting op de lange termijn, aldus de Miljoenennota.

Deze week, woensdag en donderdag, debatteert de Tweede Kamer over de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport – met 80 miljard euro de grootste in Den Haag. Van de 764 vragen die Kamerleden hebben aangekondigd, bevatten er slechts drie het woord ‘hoofdlijnenakkoord’. Opmerkelijk weinig, want er zijn zoveel vragen te stellen: hoe de akkoorden die het voorbije jaar met huisartsen, wijkverpleegkundigen, medisch specialisten en de geestelijke gezondheidszorg zijn gesloten in de praktijk gestalte krijgen, bijvoorbeeld.

Lees ook een reconstructie over de onderhandelingen: Hoe slimme ambtenaren de zorgakkoorden redden

Regionale onderhandelingen

Op dit moment voeren zorgverzekeraars regionale onderhandelingen met ziekenhuizen, huisartsen, wijkverpleegkundigen en geestelijke gezondheidszorg. Hierin werken ze de hoofdlijnenakkoorden nader uit, en bepalen zo hoe de zorg er de komende jaren daadwerkelijk uitziet.

In de akkoorden zijn grote lijnen getrokken. Zo is afgesproken dat ziekenhuizen minder groeien. Volgend jaar mag hun budget met slechts 0,8 procent omhoog, en over een paar jaar krijgen ze helemaal geen extra geld meer. Ziekenhuiszorg is te duur, waarschuwt de Miljoenennota. ’s Lands begroting kan het niet aan als er nog meer wordt geopereerd en nog meer dure technieken worden ingezet.

Daarom krijgen huisartsen en wijkverpleegkundigen juist wat meer geld – zij leveren goedkopere zorg en moeten dat vaker dichtbij huis gaan doen. Er komt bijvoorbeeld 12 miljoen euro extra voor huisartsenzorg in achterstandswijken. Het idee: als de huisarts er daar eerder bij is, hoeven minder mensen naar het ziekenhuis.

De grote lijnen staan dus op papier, maar er moeten vooral nog veel afspraken worden gemaakt. Ruben Wenselaar, bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar Menzis: „We moeten dit nu in de praktijk waarmaken met elkaar.” Dianda Veldman, directeur-bestuurder van de Patiëntenfederatie Nederland: „The proof of the pudding is in the eating.”

Probleem is dat afspraken niet vanzelfsprekend worden nagekomen. De Algemene Rekenkamer concludeerde twee jaar terug dat eerdere akkoorden nauwelijks leidden tot inhoudelijke verbetering, terwijl dat – naast geld besparen – hét doel is van de akkoorden.

Discussie tussen huisartsen en verzekeraars over zo’n eerder akkoord laat zien hoe moeilijk het kan worden om eruit te komen. Huisartsen zagen afgelopen jaren hun wachtkamer vollopen en dachten: verzekeraars moeten geld geven, dat is immers zo afgesproken. Maar verzekeraars wilden niet zomaar betalen; ze wezen op hun taak goede zorg in te kopen en artsen efficiënt te laten werken. In Amsterdam bijvoorbeeld werken ze veel met digitale zorg (consulten via internet), waardoor extra personeel soms overbodig is en het geld daarom niet hoeft te worden uitgegeven. Verzekeraars willen de vrijheid zulke keuzes te maken. Lopen lokale onderhandelingen spaak op zulke ruzietjes, dan blijft het zorgakkoord een papieren werkelijkheid.

Dat geldt ook voor de ziekenhuizen. De onderhandelingen voor nieuwe contracten zijn dit najaar begonnen.

Directeur zorginkoop Olivier Gerrits van zorgverzekeraar Zilveren Kruis, de grootste in Nederland, wil dat zo’n 10 procent van de zorghandelingen die in het ziekenhuis worden gedaan in 2022 bij mensen thuis worden geleverd. Anders is het onmogelijk de magere groei van 0,8 procent uit het hoofdlijnenakkoord waar te maken. Dure geneesmiddelen en innovatieve behandelmethoden doen een groeiend beroep op de beschikbare middelen, zodat de rest van de ziekenhuiszorg fors moet worden ingekrompen. Ook de krapte op de arbeidsmarkt dwingt dat af. „Als je niets verandert zullen de wachtlijsten alleen maar oplopen”, waarschuwt Gerrits.

Bloed van honderden dialysepatiënten kan thuis worden gezuiverd – goedkoper en prettiger voor de patiënt

Hoe dat krimpen verantwoord kan? Bijvoorbeeld door het bloed van honderden dialysepatiënten thuis te zuiveren – goedkoper en prettiger voor de patiënt. Door in 2021 duizenden hartpatiënten thuis te monitoren. Of door meer dan tienduizend patiënten met darmziekten en -infecties veel minder in het ziekenhuis te laten komen door telemonitoring.

Met Isala in Zwolle, een van de grootste ziekenhuizen, is over dat soort projecten al een driejarig contract gesloten. En zo zullen de komende weken meer contracten worden gesloten in lijn met de Haagse zorgakkoorden. Maar de eerste barsten zijn al zichtbaar. Gerrits, van Zilveren Kruis, ziet dat sommige ziekenhuizen de ambities delen, maar heeft „bij veel ziekenhuizen twijfels. „Ik weet niet of we er wel uit gaan komen.” Vakblad Zorgvisie ontdekte dat sommige ziekenhuizen bij onderhandelingen inzetten op 15 procent groei, véél meer dan de afgesproken 0,8 procent uit het zorgakkoord. Een woordvoerder van zorgverzekeraar Menzis zegt dat hun inkopers niet bij alle ziekenhuizen zien dat de Hoofdlijnenakkoorden het „uitgangspunt” vormen voor de onderhandelingen.

David Jongen, directeur van ziekenhuis Zuyderland in Heerlen en Sittard en vicevoorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, noemt die opstelling „ketelmuziek, want de onderhandelingen zijn nog maar net begonnen.” Hij kan zich niet voorstellen dat meer dan één of twee ziekenhuizen inzetten op een volumegroei van 10 tot 15 procent. „En die hebben daar dan een verhaal bij. Meer is onwaarschijnlijk. Zoveel meer patiënten zijn er helemaal niet.”

Wim van Harten, bestuurder van het Rijnstate-ziekenhuis in Arnhem (dat overigens met zijn belangrijkste verzekeraar Menzis vorig jaar al een driejarig akkoord sloot) begrijpt dat de onderhandelingen moeizaam verlopen. Hij vindt de zorgakkoorden slecht onderbouwd en op onderdelen „te ambitieus”. Mensen hebben steeds meer zorg nodig en zullen voor bijvoorbeeld oncologie naar het ziekenhuis blijven komen, zegt hij. Dat kán niet goedkoper. „We geven niet meer dan vergelijkbare landen uit aan ziekenhuiszorg. Eerder minder”, zegt Van Harten. „Er is weinig bewijs dat wij tegen nog lagere kosten dan in het buitenland een hogere kwaliteit zorg kunnen leveren. Je moet dus oppassen met inzet op minder bedden.” Hij wijst op de griepepidemie afgelopen winter. „Wij hadden toen in Nederland situaties die doen denken aan Britse ziekenhuistoestanden – met bedden in de gang. We moeten met z’n allen oppassen met te gemakkelijke uitspraken over de ziekenhuiscapaciteit.”

"Wij hadden afgelopen winter in Nederland situaties die doen denken aan Britse ziekenhuistoestanden, met bedden in de gang"

Wankele afspraken

Ook andere afspraken lijken wankel en meer een politiek-financieel succes dan praktisch uitvoerbaar. Veel onderhandelaars bij de hoofdlijnenakkoorden zeggen: eerst maar afwachten of het in de praktijk werkt.

In de geestelijke gezondheidszorg is er een groot probleem met wachtlijsten. Voor een autismebehandeling variëren de wachttijden van 5 tot 33 weken, terwijl veertien weken het maximum is. Er komt extra geld voor, maar eerst moet een ‘actieplan’ worden geschreven. En om de afspraak na te komen dat minder mensen in een instelling worden behandeld, moeten er voor die doelgroep geschikte woningen, bijvoorbeeld met begeleiding, zijn. Daarvoor moeten eerst afspraken worden gemaakt met gemeenten. Jacobine Geel, voorzitter van GGZ Nederland: „Dat zijn risico’s voor de uitvoering van de hoofdlijnenakkoorden.”

Heleen Post, manager kwaliteit bij Patiëntenfederatie Nederland, heeft haar twijfels. Alle vier akkoorden willen dat arts en patiënt vaker en beter samen beslissen, dat er goede digitale zorgdossiers komen, en dat de patiënt zelf beter moet kunnen zien waar de zorg het beste is. Niemand weet hoe dat precies moet gebeuren. Post: „Liefst hadden we concretere afspraken gemaakt. Nu moeten we vier jaar lang met de akkoorden zwaaien om iedereen erop te wijzen dat het nu móét.”

    • Daan van Lent
    • Enzo van Steenbergen