Opinie

    • Lotfi El Hamidi

‘We hebben het over concentratiekampen’

Van een afstand lijkt het even alsof er twee supportersgroepen van rivaliserende voetbalclubs tegenover elkaar staan. De ene groep zwaait met rode vlaggen, de andere met blauwe. Leuzen worden over en weer gescandeerd, de politie houdt de situatie nauwlettend in de gaten.

Dit alles speelt zich af tegenover het Torentje in Den Haag. Aanleiding: het tweedaagse bezoek van de Chinese premier Li Keqiang, die maandagochtend op het Binnenhof door premier Mark Rutte (VVD) met alle egards is ontvangen. Een bezoek dat vooral in het teken staat van economische samenwerking. Concreet: miljardendeals.

De blauwe vlaggendragers hebben een ander aandachtspunt: de schrijnende situatie van de Oeigoeren in China, een vervolgde moslimminderheid. De ‘roden’ aan de andere kant, vooral Chinese studenten, juichen het bezoek juist toe. De sfeer is verre van vijandig en na afloop, wanneer de vlaggen aan beide kanten worden opgerold, vinden er zelfs hier en daar gesprekken plaats tussen de ‘roden’ en ‘blauwen’.

Eén zo’n gesprek valt mij op, vermoedelijk in het Mandarijn, tussen een groepje Oeigoeren en twee Chinese studenten. Na een korte discussie nemen ze vriendelijk afscheid.

Waar ging dat gesprek over, vraag ik de Oeigoerse ‘woordvoerder’. Elshat Uyghur (34), in zijn rijk geborduurde shirt en een patch van de blauwe vlag met halve maan en ster op de borst, wil het liefst in het Engels antwoorden. „Ik probeer ze duidelijk te maken dat wat zij te horen krijgen van de Chinese media niet klopt. Dat Oeigoeren niet de vijand zijn. Ik heb niets tegen Chinezen, ik ken het land en de taal waarschijnlijk beter dan die Chinese studenten. We willen juist vreedzaam samenleven.”

Uyghur vluchtte in 2009 van China naar Nederland. Hij is de Nederlandse regering „dankbaar” dat hij en zijn lotgenoten hier asiel hebben gekregen. Toch hoopt hij dat Nederland de Chinezen op de grove mensenrechtenschendingen attendeert. „Als de wereld zwijgt, dan zal de situatie alleen verslechteren. We hebben het over concentratiekampen. Miljoenen mensen die vastzitten. Het kan niet vaak genoeg benoemd worden.”

De VN spraken onlangs nog van „enorme interneringskampen die gehuld zijn in geheimzinnigheid”. Uyghur zelf heeft twee zwagers die opgepakt en afgevoerd zijn. „Elke Oeigoer heeft wel een familielid vastzitten. We weten niet of ze leven, want contact leggen met familie daar is onmogelijk.”

Zou Rutte een moment hebben gevonden, hoe obligaat ook, om zijn Chinese collega op de mensenrechten te wijzen? Het is om cynisch van te worden, ik weet het. Maar als je deze machteloze mensen tegenover je kantoor ziet demonstreren, dan zou het in je vezels moeten zitten.

Namens zijn natie spreekt Uyghur één bescheiden wens uit. „We willen gewoon leven als mensen. Zoals iedereen.”

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.

    • Lotfi El Hamidi