Skaten dankzij burgerinitiatief

Burgerparticipatie In Tilburg namen burgers de invulling van een nieuw park over. Minister Ollongren wil in meer gemeenten deze ‘right to challenge’ invoeren.

Op een zonnige vrijdagmiddag in oktober wordt een groep van zo’n dertig Tilburgers rondgeleid over het Spoorpark Foto Roos Pierson

Lois de Jong wijst op de plattegrond van het Spoorpark in Tilburg een plek linksbovenaan aan, waar een skate- en BMX-baan wordt aangelegd. „Er was helemaal geen outdoor skatevoorziening in het centrum van de stad”, zegt de initiatiefnemer voor het urban sports-complex, „terwijl Tilburg de zesde stad van Nederland is.”

De skatebaan is het eerste wat daadwerkelijk wordt aangelegd in het Spoorpark. Het park op een voormalig rangeerterrein noemt zich ‘het grootste burgerinitiatief van Nederland’. De gemeenteraad keurde in april vorig jaar het plan van een groep burgers voor een nieuw stadspark goed, waarvoor iedereen in Tilburg ideeën mocht aandragen. Naast de skatebaan komt er onder andere een theehuis, een stadscamping, een beachvolleybalveld en een scoutingcomplex.

Dat burgers het Spoorpark kunnen aanleggen, is te danken aan het ‘right to challenge’. Een lokale regeling, waarmee gemeenten burgers oproepen hen ‘uit te dagen’ en een plan in te dienen om een taak anders, beter of goedkoper uit te voeren. Bijvoorbeeld het groenbeheer, het onderhoud van sportvelden, de afvalinzameling of activiteiten voor ouderen.

Zowel de term als het concept van ‘right to challenge’ komen uit het Verenigd Koninkrijk, waar de regeling in 2011 landelijk werd ingevoerd. In Nederland experimenteerden de afgelopen jaren steeds meer gemeenten ermee. Omdat burgers erom vragen, maar ook omdat het past bij een terugtredende overheid.

Kabinet ziet alternatief voor referendum

In zo’n 75 tot 100 gemeenten kunnen burgers hun lokale overheid op dit moment ‘challengen’. Als het aan minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) ligt, zal dat aantal deze kabinetsperiode verdubbelen. Het is voor Ollongren belangrijk dat dit lukt: vooralsnog verkleinde dit kabinet burgerinspraak door het afschaffen van het referendum alleen maar. In een interview met NRC eerder dit jaar noemde Ollongren het referendum „een beperkt instrument”, terwijl het right to challenge „mensen echt invloed geeft”.

Bij de Algemene Beschouwingen riepen de coalitiepartijen het kabinet onlangs op het right to challenge via een landelijke regeling in alle gemeenten in te voeren. Deze week bespreekt de Tweede Kamer het bij het debat over de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Volgens ChristenUnie-Kamerlid Stieneke van der Graaf is een landelijke verankering nodig om „burgers steun te geven en onbekendheid weg te nemen”.

Het Spoorpark in Tilburg moet volgend jaar juni open gaan. Op een zonnige vrijdagmiddag deze oktober wordt een groep van zo’n dertig Tilburgers, met name omwonenden, alvast rondgeleid door parkmanager Sophie Peters. Iedereen krijgt een oranje of geel hesje aan, vrachtwagens rijden af en aan met bouwmateriaal en grote keien voor in de speelweide.

De bewoners hebben veel vragen: of alle bezoekers straks niet hun parkeerplekken inpikken, of het park ’s avonds op slot gaat en wat voor evenementen er straks gehouden mogen worden. Peters stelt de Tilburgers die vrezen voor geluidsoverlast gerust. „Een housefeest past niet bij het gezinsvriendelijke karakter van het park.”

Lees ook: Al dat participeren van burgers, hoe gaat dat?
.
Foto’s Roos Pierson

Minder vrijblijvend

Sinds dit jaar is er in de gemeente Barneveld ook een right to challenge-regeling. Ambtenaar Bertil Rebel is naast communicatieadviseur óók officieel right to challenge-ambtenaar. In het half jaar dat hij die functie heeft is er nog geen initiatief binnengekomen. Rebel: „Als gemeente bespreken we nu: moeten we wachten tot het spontaan ontstaat, of mensen meer zelf benaderen?”

Zoals Barneveld zijn er meer gemeenten die de afgelopen jaren enthousiast een regeling aannamen. Op de daadwerkelijke uitvoering loopt het echter nog wel eens mis. Volgens Thijs Harmsen, coördinator van het landelijke netwerk Right to Challenge, is er een groot verschil met andere burgerparticipatie. „Dat zit ’m vooral in de schaal. Bij het ‘right to challenge’ neemt een bewonersinitiatief een gemeentelijke activiteit over voor een langere periode en tegen een fatsoenlijke vergoeding. Het is minder vrijblijvend.” Sleutel van succes bij het Spoorpark is ook de betrokkenheid van een aantal toegewijde vrijwilligers met bestuurservaring, zegt Sophie Peters. „Zij weten hoe je het contact legt met ambtenaren.”

Het is wat de Groningse Haaije Koenders zo aanspreekt in right to challenge. De afgelopen jaren daagde Koenders zijn gemeente twee keer succesvol uit met projecten om startende ondernemers op weg te helpen, en hij heeft er een baan aan overgehouden.

Lees ook: Is D66 nog wel de partij van de democratische vernieuwing?

Soms levert dat ook ongemak op, merkte Koenders. Voor een gemeente kan het betekenen dat burgers overheidsfunctionarissen werkloos maken. „Er werd wel eens letterlijk gezegd: dat kunnen we niet doen, want dan moeten we bezuinigen op onze eigen mensen.”

‘Initiatieven enorm divers’

Minister Ollongren laat momenteel door de Universiteit Leiden onderzoeken of er een landelijke regeling voor het right to challenge moet komen. In een tussenrapport schreven de onderzoekers deze zomer dat de juridische knelpunten en problemen waar burgers tegenaan lopen zo divers zijn dat een landelijke regeling weinig toevoegt. „Burgerinitiatieven zijn enorm divers, van een zorgcoöperatie tot zwembad, van windmolens tot speeltuin”, zegt Willemien den Ouden, hoogleraar staats- en bestuursrecht en een van de onderzoekers. „Je kunt niet één regeling maken voor allerlei verschillende regels.” Ze adviseert meer praktische oplossingen, zoals een betere informatievoorziening van gemeenten richting burgers en betere financiële ondersteuning van initiatiefnemers.

Burgers lopen vaak aan tegen ingewikkelde Europese aanbestedingsregels die een selectieprocedure eisen en leggen het daardoor bij pitches vaak af tegen private partijen. Den Ouden ziet dat initiatiefnemers vaak minder ervaring hebben en op dat punt dus slechter scoren. Zij plaatst ook vraagtekens bij een verplicht right to challenge in alle gemeenten. „Het is lastig om uit te leggen dat de wil van een groepje initiatiefnemers belangrijker is dan wat de gemeenteraad vindt.”

    • Pim van den Dool
    • Clara van de Wiel