Politie infiltreerde in jihadistisch netwerk Arnhem

Onderzoek terrorisme De politie arresteerde eind september zeven mannen die een grote aanslag zouden willen plegen. Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van een bijzondere opsporingsmethode: infiltratie.

Een woning in Arnhem waar 27 september een van de verdachten is opgepakt. Foto Piroschka van de Wouw / ANP

De zeven Arnhemmers die worden verdacht van het voorbereiden van een grote aanslag, zijn gepakt met behulp van een vergaande infiltratieactie van de politie. Een undercoveragent zou de verdachten hebben benaderd en plannen voor een aanslag hebben besproken. Dat melden bronnen van NRC die bekend zijn met het onderzoek.

De hechtenis van de zeven werd dinsdag verlengd. Ze zouden van plan zijn geweest een aanslag te plegen met bomvesten en Kalasjnikovs tijdens een groot evenement. Bij de aanhoudingen eind vorige maand maakte het Openbaar Ministerie al bekend dat er ‘veel bijzondere opsporingsmiddelen’ waren ingezet in het onderzoek naar de groep. Nu blijkt dat het gaat om een infiltrant, die zich voordeed als ‘aanslagplanner’ van IS en de verdachten zou hebben geholpen bij het voorbereiden van een aanslag. Deze voorbereidingen zouden zich hebben afgespeeld in een afgelegen gebied in de buurt van Rotterdam.

De mannen die drie weken geleden zijn opgepakt waren al jaren aan het radicaliseren. Lees het verhaal Hoe een clubje uit Arnhem de jihad ging omarmen

De vergaande infiltratieactie zal naar verwachting een grote rol spelen in de rechtszaak tegen de terreurverdachten. Duidelijk lijkt al dat de advocaten zullen aanvoeren dat dit uitlokking door de politie was. Zij willen pas in een later stadium reageren.

Bij opsporingsdiensten leeft juist de overtuiging dat een undercoveroperatie als deze de enige manier is om aanslagplegers te ontmaskeren. Uit andere zaken is bekend dat jihadisten zich goed bewust zijn van mogelijke acties van politie en justitie. Zo spreken zij onderling af op moeilijk toegankelijke plekken, zoals in bossen of zwembaden, om niet te worden afgeluisterd. Ook gebruiken zij in onderlinge communicatie versluierd taalgebruik.

Het OM verwijst in een reactie naar het eerdere bericht dat er bijzondere opsporingsmiddelen zijn ingezet. Justitie wil pas tijdens openbare rechtszitting toelichten wat er precies is gedaan.

Vaker infiltratie

De politie maakt vaker gebruik van infiltranten in terrorismeonderzoeken. De jihadist Mohamed A. uit Delft maakte in de gevangenis kennis met undercoveragenten die hem vroegen of hij aan wapens kon komen. Hij werd hierna opgepakt voor het voorbereiden van een overval, waarmee hij de jihad zou willen financieren. De advocaat voerde aan dat de politie een strafbaar feit had uitgelokt, maar de rechter ging daar niet in mee en veroordeelde hem tot 3,5 jaar cel. In de zaak tegen de Hofstadgroep, een terroristisch netwerk dat in 2004 werd opgerold, waren sterke vermoedens dat inlichtingendienst AIVD een informant in die groep had, die hun handgranaten zou hebben geleverd.

Correctie (17 oktober 2018): In een eerdere versie van dit bericht stond dat de undercoveragent de verdachten heeft benaderd om een aanslag te plegen. Dit is veranderd in: ‘Een undercoveragent zou de verdachten hebben benaderd en plannen voor een aanslag hebben besproken.’

    • Andreas Kouwenhoven