Opinie

Nederlands is een avontuur

Talenstudie De neerlandistiek raakt gemarginaliseerd. Bevlogen opleiders moeten nu voor alles laten zien dat de ‘literaire belevenis’ maatschappelijk van grote waarde is, betoogt .

Omslag van F. Bordewijks roman Karakter (1938), met rechts het begin van hoofdstuk 1. Bewerking Fotodienst NRC

De laatste maanden wordt met grote regelmaat de noodklok geluid over de stand van de talenstudies in Nederland. Alarmerende berichten over dalende studentenaantallen laten er weinig misverstand over bestaan: na de moderne vreemde talen bevindt ook de studie Nederlandse Taal en Cultuur zich in een vrije val.

In een liberale markteconomie heeft die val vergaande consequenties. De financiering is immers voor een belangrijk deel gekoppeld aan het aantal behaalde studiepunten en diploma’s. Het academische landschap wordt dan ook voor een belangrijk deel bepaald door de keuzes van zeventienjarigen. En die blijken steeds minder geneigd om te kiezen voor een traditionele talenstudie als Nederlands. De gevolgen van deze krimp zijn niet gering. Hoe kan het tij worden gekeerd?

De neerlandistiek kent een rijke traditie en is internationaal goed georganiseerd. Uit het feit dat het aantal studenten Nederlands in het buitenland een veelvoud is van het aantal in Nederland blijkt dat het vakgebied niet uitsluitend een nationaal belang dient. Intussen verliest het terrein binnen het eigen taalgebied, waardoor de neerlandistiek zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid steeds moeilijker kan naleven.

Meer dan ‘begrijpend lezen’

Die verantwoordelijkheid geldt allereerst het voortgezet onderwijs, dat behoefte heeft aan hooggekwalificeerde docenten die het verschil kunnen maken voor het vak én voor hun leerlingen. Zij kunnen ervoor zorgen dat Nederlands meer inhoudt dan de min of meer geavanceerde vorm van ‘begrijpend lezen’ waartoe het schoolvak de afgelopen decennia in fases werd gereduceerd. Juist het samenspel van de vier gelijkwaardige kennisdomeinen – taalkunde, taalbeheersing, oudere en moderne letterkunde – maken Nederlands tot een veeleisend en veelzijdig vakgebied dat voorbereidt op kritisch burgerschap in een complexe samenleving.

Neerlandistiek is bovendien bij uitstek in staat om uit elkaar gegroeide kennisdomeinen met elkaar te verbinden. Een kort voorbeeld. De eerste alinea van F. Bordewijks beroemde roman Karakter (1938) luidt zo:

„In het zwartst van de tijd, omtrent Kerstmis, werd op de Rotterdamse kraamzaal het kind Jacob Willem Katadreuffe met de sectio caesarea ter wereld geholpen. Zijn moeder was de achttienjarige dienstbode Jacoba Katadreuffe, zij werd bij verkorting Joba genoemd. Zijn vader was de deurwaarder A.B. Dreverhaven, een man van achter in de dertig, toen reeds bekend als het zwaard zonder genade voor iedere schuldenaar die hem in handen viel.”

Karakter ligt stevig verankerd in de canon van de Nederlandse literatuur, vond een groot publiek en was lange tijd een vast nummer op leeslijsten. Literair valt dan ook veel te beleven aan dit boek over de sociale stijging van een jongen die de strijd aanbindt met zijn vader. Mijn studenten Nederlands in Groningen weten zich na enige oefening goed raad met de openingspassage, waarin een verteller zijn stukken op het bord zet en (met het woord ‘geholpen’) ogenschijnlijk terloops een kernmotief in de roman aankondigt. In de tragedie die deze roman is gaat het immers ook om de vraag of Dreverhaven zijn wettige zoon zijn hele leven lang heeft tegengewerkt of juist heeft meegewerkt aan diens succes, en of de morele ondergang van Jacob Willem in dat laatste geval niet vooral moet worden toegeschreven aan een karakterfout.

Kantoor als decor en metafoor

Studenten uit de Groningse onderzoeksmaster Rechtsgeleerdheid met wie ik de roman besprak kwamen tot een wat andere interpretatie. Zij herkenden een vertellende jurist die protocollair handelt: eerst de feiten, dan de partijen en dan de zaak. In de tweede helft van het college wisselden we van gedachten over deurwaarders, verteltechniek, curatoren, vrije indirecte rede, het kantoor als decor en als metafoor. Dit alles in de taal van de roman en van ons beider opleidingen: het Nederlands.

Dit is wat bevlogen vertegenwoordigers van een gemarginaliseerd vak te doen staat: geen klaagzangen aanheffen over de teloorgang van wat was, maar laten zien wat zij doen, voor wie en waarom.

Lees ook: Dol op ‘de knorries’ – en op speklapjes

Het telkens weer onderhandelen over de betekenismogelijkheden van teksten in levend Nederlands is een fundamentele vaardigheid waarvan de neerlandistiek de leerschool bij uitstek is. Dat is bij uitstek ook een maatschappelijke aangelegenheid. De publieke belangstelling voor taal en literatuur is groot; neerlandici zoeken steeds vaker het brede publiek op en voorzien het van inzichten in het gebruik dat mensen maken van taal en literatuur. In de ontwikkeling van kritisch burgerschap spelen zij dan ook een sleutelrol.

Het besef dat het gebruik van taal geen belangeloze zaak is, dat ‘alternatieve feiten’ (de wereld van fictie en verbeelding) en verhalen ons begrip van de wereld en van onszelf vormen en dat tekst en taal een levenslange bron van geluk zijn, dat alles is van levensbelang voor een vitale samenleving. De inspanningen van neerlandici binnen en buiten de muren van de universiteit verdienen alleen om die reden al brede maatschappelijke en politieke steun.