Recensie

‘Kom en zie’ is niet gemakkelijk, maar wel essentieel

Oorlogsfilm De Sovjet-klassieker ‘Kom en zie’ van Elem Klimov is gerestaureerd en opnieuw te zien in de bioscoop: een verpletterende aanklacht tegen oorlog.

Na het meesterwerk Kom en zie uit 1985 heeft de Russische regisseur Elem Klimov (1933-2003) geen films meer geregisseerd. Na het voltooien van de film waarmee hij de hoofdprijs van het filmfestival van Moskou won, stortte hij zich als secretaris van de unie van filmmakers volledig op de strijd voor meer artistieke vrijheid in het tijdperk van glasnost en perestrojka onder Michail Gorbatsjov. Maar dat was niet enige reden waarom hij verstomde als regisseur. Klimov vond ook dat hij alles gezegd had wat hij te zeggen had.

Wie Kom en zie heeft gezien, kan zich daar veel bij voorstellen. De film heeft alle kenmerken van een artistiek testament: Kom en zie is zowel een aanklacht tegen oorlog als een getuigenis van een ongekend bloedige eeuw. Dat liberalisering in de Sovjet-Unie in de lucht hing, blijkt uit het feit dat de film na jaren van vertraging, toch nog de censuur kon passeren.

Alleen de titel moesten Klimov en zijn co-scenarist Ales Adamovitsj aanpassen. De oorspronkelijke titel luidde ‘Hitler doden’, maar werd als te provocatief gezien. De nieuwe titel, die teruggaat op een passage uit het apocalyptische Bijbelboek Johannes, is ook verre van neutraal: „Kom en zie! En ik zag, en ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood; en de hel volgde hem na.’’

Achteraf is die afgedwongen titel een geluksgeval, omdat daarin tot uitdrukking komt hoe direct Klimov de toeschouwer aanspreekt met zijn oorlogstaferelen. Dat doet hij door vele close ups, waarbij hij zijn acteurs soms direct in de camera laat kijken. Uit hun blikken gaat een heel direct moreel appel uit aan de kijker.

De Tweede Wereldoorlog in het Oosten had een ander karakter dan in het Westen: alleen in het Oosten voerden de Duitsers en hun handlangers een genocidale vernietigingsoorlog die niet alleen tegen joden gericht was, maar ook tegen ‘minderwaardige’ Slavische volkeren. Klimov laat onverholen zien wat dat betekende. Dat maakte Kom en zie bepaald geen gemakkelijke film om te zien, maar wel een essentiële.

De hoofdpersoon van Kom en zie, tiener Flyora (Aleksei Kravchenko), is nog een kind. Voor hem is de oorlog aanvankelijk een groot avontuur. Nadat hij een geweer heeft gevonden, laat hij zijn moeder en zusjes in zijn dorp achter om zich aan te sluiten bij de partizanen. De partizanenleider heeft mededogen met hem en vindt hem nog te jong om mee te vechten. Hij is zo vooral een getuige van het leed en de ontmenselijking, die de oorlog teweeg brengt.

Morele uitholling voltrekt zich bij alle partijen, maar niet bij alle partijen in gelijke mate. De partizanen en de boerenbevolking zijn gehavend en soms grof en onbeschaafd. Ze lopen op hun laatste benen en Klimov benadrukt op geen enkele manier hun heroïek. Maar de oppermachtige Duitse legermacht gaat zich pas echt te buiten aan een orgie van geweld. Bij alle wanhoop over wat de mens de mens aandoet, is dit toch duidelijk geen film uit de school van het ‘grijze verleden’, die niet zo veel opheeft met etiketten als ‘goed’en ‘fout’. Kom en zie is met regelmaat uitgeroepen tot de beste oorlogsfilm aller tijden en is nu in een gerestaureerde versie opnieuw te zien in de bioscoop; de enige plek om de film echt te kunnen ondergaan.

    • Peter de Bruijn