De nieuwe Dikke Ditz

Ewoud Sanders

Onlangs werd de nieuwe, herziene editie van Hoe hoort het eigenlijk? De Dikke Ditz gepresenteerd, samengesteld door Reinildis van Ditzhuyzen. De basis voor dit nuttige en onderhoudende etiquetteboek, dat nu voor de 42ste maal wordt uitgegeven, werd in 1939 gelegd door Amy Groskamp-Ten Have. Hieronder vergelijk ik enkele taalkundige adviezen uit de oudste met die in de nieuwste editie, hierna kortweg ‘Amy’ en ‘Ditz’.

Woorden die men niet bezigt. Er zijn dingen, schreef Amy in 1939, „die welopgevoede lieden onder geen enkele omstandigheid zeggen”. Zoals neemt U me niet verkwalijk, bevobbeld voor ‘bijvoorbeeld’, hullie, zullie, optelefoneeren en ik lust het niet. Dat laatste moest volgens haar zijn: „Dank U, ik houd er niet zoo heel erg van.” Ditz wijst er nu op dat het ‘een beetje dom’ is om bijvoorbeeld tweemaal zo groot dan en zich beseffen te zeggen. Haar advies: „Raadpleeg eventueel een taalgids.” Bij kwesties als ijskast versus koelkast legt zij uit dat OSM-taal een bepaalde sociale functie heeft die verder niets met etiquette te maken heeft.

Gesprekken. „Zij die een of meer voortanden missen”, aldus Amy, „dienen (door een spiegel voor den mond te houden onder het spreken) nauwkeurig te onderzoeken of onder het praten ook druppeltjes speeksel ontsnappen.” Ditz laat zich hier niet over uit, maar adviseert wel om onverstaanbaar gemompel, slordige uitspraak, te snel en/of te zacht spreken te vermijden.

Vloeken. Amy vond vloeken, onbeschaafd en ruw spreken „volkomen overbodig”. Goed luisteren kon uitkomst bieden, meende zij. „In een tijd als de onze, waar bijna in ieder huisgezin een radio aanwezig is, kan dit nooit zoo moeilijk zijn mits de goede wil er is.” Ook Ditz wijst ruw taalgebruik stellig af, zowel in conversaties als in de sociale media. Dat laatste mede uit eigenbelang. „Uw schriftelijke tekst kan misbruikt worden voor iets anders dan u bedoelt, of zelfs als bewijsstuk tégen u. Dus opgepast met uitingen van woede, drift, sarcasme, intimiteiten en zo meer.”

Ongeoorloofde afkortingen. Amy vond het ‘onbeleefd’ om in een brief afkortingen te gebruiken als antw. rek. en crt. (‘courant’). „Iedereen begrijpt dat het excuus van tijdsgebrek hier gebezigd wordt voor gemakzucht en nonchalance.” Ook Ditz adviseert om geen of zo weinig mogelijk afkortingen te gebruiken. „In ieder geval geen afkortingen als: A’dam, mevr., geachte hr., feb., enzovoort.” Niet in brieven en niet in mail.

Tutoyeren. Amy was van mening dat het voorstel tot tutoyeren nimmer mocht uitgaan „van een jongere of maatschappelijk lager geplaatste”. Bovendien waarschuwde zij dat het in strijd was met de etiquette „wanneer een jong meisje haar werkgever verzoekt haar bij den naam te noemen, daar dit verkeerd zou kunnen worden opgevat”.

Ditz signaleert dat het jijen en jouen de laatste jaren in Nederland reusachtig is toegenomen. Zij wijst op de nadelen: veel mensen zijn helemaal niet gediend van deze „opgelegde quasi-vertrouwelijkheid en jij-dwang”. Haar advies: „Het is beter langdurig u te zeggen dan te snel je en jij op te dringen. Het is immers lastig om van je terug te keren naar u.” In formele situaties wijst zij ook hoi en doei af.

Wat mij betreft zouden deze laatste adviezen van Ditz verspreid moeten worden onder álle telefonische helpdesks in Nederland.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders
    • Ewoud Sanders