Opinie

    • Paul Scheffer

De koude cyberoorlog

De minister van Defensie, Ank Bijleveld, trok haar woorden schielijk terug. Maar ze had zich niet versproken: we zijn inderdaad verwikkeld in een ‘cyberoorlog’ met autoritaire regimes. De pogingen door Rusland om westerse verkiezingen te beïnvloeden gaan hand in hand met stelselmatige bedrijfsspionage door China. Al deze digitale aanvallen beogen de liberale democratieën te ontregelen.

Het is al vaker opgemerkt: meer dan een kwart eeuw na de ondergang van het communisme is er weinig meer over van het ‘vredesdividend’. Daarmee werd in de jaren na 1989 bedoeld dat we toegingen naar een tijd waarin de dreigingen zouden afnemen. De Koude Oorlog was voorbij en aan verdediging hoefde minder te worden uitgegeven.

Dat bleek een grote misvatting: de wereld is veel ruiger dan toen werd gedacht. Voor het twaalfde achtereenvolgende jaar meldt waakhond Freedom House dat burgerrechten en vrijheden wereldwijd achteruitgaan. De huidige terugtocht van de democratie is de meest ingrijpende sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. Het decennium tussen 1986 en 1996 toonde een tegenovergestelde tendens: dictatoriale regimes waren in het defensief.

Niet lang geleden werd hoopvol gesproken over de opkomst van de zogenoemde BRIC-landen – Brazilië, Rusland, India en China –, een term die in 2001 werd geïntroduceerd door Jim O’Neill, hoofdeconoom van Goldman Sachs. Mocht de extreme politicus Jair Bolsonaro tot president van Brazilië worden gekozen, dan zijn deze vier continentale machten in handen van autoritaire leidersfiguren.

We begrijpen de wereld niet echt. De Chinese wetenschapper Zonqui Pan schreef over de ‘conceptuele kloof’ tussen het Europese en het Chinese wereldbeeld. Terwijl wij denken dat de globalisering dwingt tot minder nadruk op soevereiniteit, vieren de opkomende economieën juist hun herwonnen soevereiniteit. Hun toekomst is een wereld waarin de westerse landen minder dan ooit hun lot bepalen.

Dat maakt de wereld gelijkwaardiger, maar het gevolg is ook dat het aandeel van de onvrije wereld in de globale economie is toegenomen. Foreign Affairs schreef in het mei/juni-nummer dat in 1990 niet meer dan 12 procent van de wereldeconomie werd geregeerd door autoritaire staten, nu is dat gegroeid tot 33 procent. De voorspelling is dat komende vijf jaar het aandeel van de illiberale landen dat van de liberale landen gaat overtreffen.

China-kenner Martin Jacques merkte ooit op dat de uitdaging van dat land vooral in een samenlevingsmodel ligt. Volgens hem laat China zien dat landen zich kunnen ontwikkelen op een manier die niet leidt naar een liberale moderniteit. De weg die China volgt vormt een fundamentele breuk met het westerse zelfbeeld.

Het grote verhaal na 1989 is de opneming van grootmachten als China, Rusland en India in de wereldeconomie. Daardoor is de mondiale arbeidsmarkt enorm uitgedijd: honderden miljoenen arbeidskrachten erbij betekent veel meer concurrentie voor de werknemers in ons deel van de wereld. Dat heeft geleid tot stagnerende inkomens en stijgende ongelijkheid.

De opkomst van autoritair geleide economieën zal nog gaan leiden tot veel conflict: de democratische vergezichten zijn verdampt. Populistische politici van rechts en links gaan voorbij aan deze machtsverschuiving. Het is duidelijk waarom ze het liever niet over nieuwe dreigingen hebben. De weerbaarheid van de liberale democratieën kan alleen in gemeenschappelijk handelen liggen – een conclusie waartegen al deze partijen zich nu juist keren.

De Chinese premier was deze week in Nederland. In ruil voor miljarden buigt iedereen. „Welke deuren zet een topdeal met China open?”, vraagt de Volkskrant bezorgd. De krant meldt dat Huawei in Australië geen apparatuur meer mag leveren voor nieuwe telecomnetwerken, terwijl hetzelfde Chinese bedrijf in ons land het netwerk van T-Mobile beheert. Vlaanderen stond zelfs op het punt een Chinees staatsbedrijf een aandeel te gunnen in de eigen energiedistributie.

Sico van der Meer, onderzoeker cybersecurity, zegt in hetzelfde stuk hoe zakelijke belangen en veiligheid kunnen botsen: „Het klinkt misschien als een ouderwetse reflex in deze geglobaliseerde wereld, maar af en toe moet je als land ook aan je eigenbelang denken.” Dat kan wel wat stelliger. De uitverkoop van veiligheid kent op termijn maar één winnaar: de autocraten van deze wereld.

Gevraagd is een Europese Unie die een veiligheidsgemeenschap wil worden om een vrijheidsgemeenschap te blijven. De integratie van Europa kan een nieuwe rechtvaardiging vinden als het leidt tot meer bescherming, zoals de Franse president bepleit: une Europe qui protège. Dat is nodig, we zijn immers in een geopolitiek conflict verwikkeld. De koude cyberoorlog is een van de fronten waarop dat wordt uitgevochten.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.

    • Paul Scheffer