De echte ruimtevaart was vaak te saai

Ruimtefilms

Met First Man is er eindelijk een film over de ‘gewone’ Apollo 11-missie. Regisseurs maakten eerder liever films over de complottheorieën.

Met de klok mee vanaf linksboven, de rumtefilms: Capricorn One (1977), The Right Stuff (1983) en Apollo 13 (1995).

Het heeft bijna een halve eeuw geduurd voordat de Apollo 11-missie zijn speelfilm kreeg: First Man. Wel beweerden filmmakers al vele malen dat de maanlanding een hoax was, of dat Amerikaanse astronauten op de maan een reuzenrobot (Transformers) aantroffen, of een nazi-basis (Iron Sky) of vleesetende maanstenen (Apollo 18).

Terwijl sciencefiction in ‘a galaxy far, far away’ uitgroeide tot een zeer lucratief filmgenre, negeerde men de echte ruimtevaart. Dat lijkt vooral gevolg van algehele verveling over de maanlandingen. Na Neil Armstrongs eerste stap op de maan op 21 juli 1969 leek de rest een peperduur dessert. First Man toont hoe groot de offers en risico’s echt waren, maar indertijd zagen gewone tv-kijkers techneuten die koeltjes reeksen cijfers en afkortingen uitwisselden. Een wat saai ingenieursavontuur naar een maan die hooguit goed was voor stof, kraters en stenen.

Na de laatste maanlanding van Apollo 17 eind 1972 brak een praktische fase in de ruimtevaart aan: satellieten, ruimtestations en robots om het zonnestelsel te verkennen. Met astronautenheroïek was de wereld voorlopig klaar. Philip Kaufmans grootse filmepos The Right Stuff uit 1983, over de eerste fase van de ruimterace, flopte jammerlijk, ondanks jubelkritieken en vier Oscars.

Ron Howards scoorde in 1995 wel een hit met Apollo 13, die expliciet inging op de verveling rond de maanvluchten. Anno 1970 stuit commandant Jim Lovell (Tom Hanks) overal op scepsis over het nut van verdere expedities: de Sovjet zijn toch al afgetroefd? Als Lovells bemanning onderweg melige grappen uithaalt met gewichtloosheid, zendt de Amerikaanse televisie dat niet meer uit. „Een reis naar de maan is net zo boeiend als een treinreis naar Pittsburg”, krijgt NASA te horen. Pas als Apollo 13 schipbreuk lijdt door een explosie in een zuurstoftank („Houston, we have a problem”) leeft de wereld weer even mee met de heroïsch improviserende astronauten.

Maanhoax

Dat soort survivaldrama bood het Apolloprogramma zelden: vandaar dat de ‘maanhoax’ onder filmers beter aansloeg dan de maanlanding zelf. Volgens deze complottheorie nam NASA één of meer maanlandingen stiekem in een studio op omdat de missie onmogelijk was, of president Kennedy’s deadline – een man op de maan vóór 1970 – te krap bleek.

Na een eerste boek van die strekking uit 1975 - We Never Went to the Moon: America’s Thirty Billion Dollar Swindle - kreeg deze complottheorie in 1977 vleugels door paranoiathriller Capricorn One, waarin NASA een expeditie naar Mars in scène zet. Vlak voor de lancering worden astronauten in die hitfilm uit hun raket gehaald en naar een hangar in de woestijn gevlogen. Daar spelen ze onder dwang de marslanding na, die nogal op de maanlanding lijkt.

Volgens regisseur Peter Hyams begon Capricorn One met een inval toen hij naar de eerste maanlanding keek. „Het enige bewijs komt van een tv-camera” , besefte Hyams. Zijn generatie, later cynisch en wantrouwig geworden door leugens over Vietnam en Watergate, nam daar geen genoegen mee. Achteraf vond Hyams Capricorn One niet zijn beste film. „Ik had het gevoel dat bezoekers vooraf al hadden besloten dat de film goed was.”

De tijd was rijp voor paranoia; na Capricorn One bleek het hek van de dam. Tot de dag van vandaag worden tv-beelden, foto’s en uitzendingen van NASA fanatiek uitgevlooid op bewijs dat de maanlandingen in een studio werden opgenomen. Rond de 7 procent van de Amerikanen gelooft dat de maanlanding een hoax is, peilde Public Policy Polling in 2013; in 2001 liep dat door documentaire Conspiracy Theory: Did We Land on the Moon? van tv-zender Fox tijdelijk zelfs op tot 20 procent.

Stanley Kubrick

Neil Armstrong en andere astronauten werden langdurig gestalkt door Bart Sibrel, de Michael Moore van de maanhoax. Hij eiste dat ze voor zijn film A Funny Thing Happened on the Way to the Moon (2001) op de bijbel zwoeren op de maan te zijn geweest; anders volgde een scheldkanonnade. Toen de 72-jarige Buzz Aldrin, tweede man op de maan, Sibrel in 2002 vloerde met een linkse hoek na voor „leugenaar, lafaard en dief” te zijn uitgemaakt, weigerde de politie van Los Angeles Sibrels aangifte te registeren.

In een populair subplot is Stanley Kubrick als regisseur van de maanhoax ingehuurd: sf-film 2001: A Space Odyssey maakte hem in 1968 tot dé expert in visualisering van de ruimtevaart. Het verhaal wil dan dat Kubrick zich na afloop als kluizenaar terugtrok op zijn Britse landgoed. Beschaamd, maar te bang om het zwijgen te doorbreken, verstopte hij in zijn latere werk hints: denk aan jochie Danny die in horrorfilm The Shining een trui met Apollo 11-motief draagt.

In documentaire Room 237 (2012) toont ‘expert’ Jay Weidner met grote ernst Kubricks betrokkenheid bij de maanhoax via The Shining. Het effect is hoogst komisch, want in de 21ste eeuw is de maanhoax een soort monster van Loch Ness; een obsessie van enkelen en daarom grappig voor velen. Zo verknipt William Karel in mockumentary Opération Lune (ook wel Dark Side of the Moon) in 2002 interviews met de inner circle van president Nixon zodat men het maancomplot lijkt toe te geven. De toon is guitig, maar ware gelovigen gebruiken het nu als bewijs voor de maanhoax. In found footage-thriller Operation Avalanche (2016) infiltreren twee CIA-agenten NASA op jacht naar een Sovjetmol en raken zo betrokken bij de maanhoax. In komedie Moonwalkers (2015) vliegt een CIA-agent naar Engeland om Kubrick te strikken voor de regie, maar verdwaalt hij in Swinging London.

Eigenlijk is First Man de eerste speelfilm in een halve eeuw die lijkt te geloven dat Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins in juli 1969 echt naar de maan en terug vlogen en onderweg geen ruimtenazi’s, megarobots of aliens aantroffen. Best naïef eigenlijk.

    • Coen van Zwol