‘Curaçao zet je als kunstenaar met twee voetenop de grond’

Reportage

Instituto Buena Bista op Curaçao predikt een heel eigen benadering van kunst. Kunnen kunstenaars bijdragen aan de ontwikkeling van het eiland?

Een ‘One Winged Angel’ van Kathrin Schlegel kijkt uit over een begraafplaats voor anonieme verstotenen, iets buiten Willemstad. Foto Sandra Smets

Achter de brede autoweg die als een ring rond Willemstad leidt, iets voorbij de woonwijken, ligt de psychiatrische kliniek Capriles. Het zijn een paar kleurige gebouwen zoals die overal hier op Curaçao staan, met als verschil het grote toegangshek waarnaast een portier waakt. Voorbij de poort vind je waaibomen en behuizingen van patiënten, daartussen loopt een pad met uitzicht op enkele waanzinnige constructies. Op reusachtige houten klossen poseren zwarte mensfiguren van beschilderd jute, onderling verbonden door navelstrengen van frisdrankblikjes. In de nooit aflatende wind wiegen ze zachtjes heen en weer.

Het is een werk van de Oegandese kunstenaar Xenson, vertelt David Bade. Samen met Tirzo Martha runt Bade op dit deel van het terrein een heus kunstinstituut: het Instituto Buena Bista (IBB), een kunstschool voor jongeren, met vier ateliers voor lokale en internationale gastkunstenaars. In 2014 was Xenson een van hen en bouwde, met de leerlingen en patiënten, steeds extravaganter installaties. Die wilde hij met een spontane modeshow in Willemstad presenteren. „Wij zijn wel van de guerrilla”, zegt Bade. „Maar dit ging ver. En het was heel kort dag. Dus zetten we het in plaats daarvan buiten het terrein, bij de bushalte. Alleen hadden we geen vergunning, en zelfs op Curaçao red je het dan niet.”

Cursus op het Instituto Buena Bista. Achter in zwart T-shirt David Bade. Foto IBB

Toen bedacht Bade een list. Als we het nou eens een monument voor Ebola-slachtoffers noemen, en een persbericht versturen? Dat werkte. Kunst is kwetsbaar, maar een monument voor een ernstige ziekte, kom daar maar eens aan. Maanden stond het bij de bushalte, tot er stukken af gingen waaien en het alsnog richting de twee IBB-paviljoens verhuisde. Paviljoen Esmeralda, een voormalig beddenhuis, is een tentoonstellingsruimte met de kunstcollectie van het IBB. Daarnaast, in paviljoen Orkidia, zit de school.

Lifestyle clichés

Het is half september, het nieuwe schooljaar is twee weken bezig. 21 nieuwe leerlingen, naast 14 tweedejaars, laten de docenten Bade en Marvi Johanna Zapata de vruchten van enkele tekenopdrachten zien. Complimenten en kritische beschouwingen volgen. „Dit zijn de clichés van jouw lifestyle”, zegt Bade tegen een van de jongens. „Dat is goed, ik heb ook een lifestyle, maar ik wil dat je meer vanuit de klassieke waarneming gaat werken.” Ooit in een museum geweest, vraagt Bade, een galerie? Nee nooit. Het geldt voor de meeste leerlingen. Nooit kunst gezien, maar nu gaan ze het zelf maken. „Het is opbouwende kritiek hoor”, lacht Bade naar een teleurgestelde leerling die achteraan sjokt. „Je bent hier om te leren.”

Wat ze leren is kunst maken, discipline en andere vaardigheden ontwikkelen, in een brede creatieve begeleiding. Kunst is er geen doel zoals op een kunstacademie, maar bereidt ze voor. Zeventig alumni stroomden al door naar vervolgopleidingen en kunstacademies in Nederland. Bij het IBB leren de jongeren twee jaar lang in een omgeving waar alles beeldende expressie ademt. De muren die het asbest afdak van Orkidia omhoog houden, zijn beschilderd - alsof het geen muren zijn maar kunst is die deze architectuur draagt. Daartussen staan overal strenge traliehekken die herinneren aan de gesloten psychiatrie die hier gebezigd werd.

De meeste leerlingen. hebben nooit kunst gezien, maar nu gaan ze het zelf maken

Na enkele behuizingen elders konden Martha en Bade in 2010 met het IBB hier terecht, voor een minieme huur. Als tegenprestatie laten ze kunst en psychiatrie in elkaar overlopen. Het is oké om anders te zijn, leggen ze de studenten uit die soms zelf een ‘rugzakje’ hebben. Een Venezolaanse 17-jarige vluchteling, die bijna doof is en Asperger heeft, loopt schuchter met de klas mee.

Jezelf zijn, anders mogen zijn, is een rode draad in het IBB, maar tegelijk leidt het tot een beeldtaal die sterk lijkt op die van kunstenaars Martha en Bade. Die gelijkvormigheid kan een nadeel zijn, of een voordeel. Een collectieve stijl met zelfbewustzijn en hergebruik van materialen, wat past bij het eiland, is misschien wenselijk voor een zoekend land. Curaçao is sinds 2010 binnen het koninkrijk autonoom en zoekt naar identiteit, het populisme bloeit ook hier. Wie weet kan kunst, als jong erfgoed, daarin een ander geluid zijn.

Cursus op het Instituto Buena Bista. Foto IBB

Een tegengeluid, dat is ook hoe Martha de rol van kunst ziet. Hij hoopt dat de gastkunstenaars in het IBB een voorbeeldfunctie hebben voor de jongeren die er studeren. „Creativiteit is van belang om jongeren te laten zien dat er meer is dan een carrière najagen om een dure auto te kopen”, zegt hij. De luxe van Miami is het grote voorbeeld in deze contreien, en wakkert een statuscultuur aan. Wel mooie auto’s kopen, geen geld voor benzine. Over die scheefheid gaan zijn nieuwe sculpturen, die hij laat zien in zijn atelier dat zich ook bevindt op het terrein van Capriles. Het zijn muren van stenen blokken, met kroonluchters en auto’s zowel als met prikkeldraad.

Hagedissen en kolibri’s

Terwijl de studenten les krijgen, Bade koffie zet voor enkele patiënten die binnenwandelen, en de kolibri’s en hagedissen als enige niet zuchten onder de klamme hitte, worden in Esmeralda de luiken iets meer dicht gedaan. Binnen worden schilderijen van Dolf Henkes opgehangen. Vanuit Nederland wordt op Curaçao op drie locaties werk getoond van deze Rotterdamse schilder. In 1945 ontvluchtte Henkes het grauwe naoorlogse Rotterdam en voer als een Hollandse Gauguin naar Curaçao. Het IBB toont onder meer zijn portretten van psychiatrische patiënten. De dappere bruikleengever daarvan, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, wist dat er geen glas in de ramen zat. Maar hij wist niet dat er zó veel stof binnen zou waaien.

Jezelf zijn, anders mogen zijn, dat is een rode draad in het Instituto Buena Bista

Henkes was een vroege ‘passantkunstenaar’, zoals ze op Curaçao heten, velen zouden volgen. Artist-in-residencies zijn geliefde manieren om inspiratie op te halen - en cv’s te vullen. Maar wat passanten terugdoen, daarover gaat een symposium bij het IBB voorafgaand aan de tentoonstelling. Het IBB gelooft in de uitwisseling, blijkt daar. Gastkunstenaars moeten er samenwerken met de studenten, en laten een werk achter voor de kunstcollectie in Esmeralda. Dus, komt er ooit een museum voor hedendaagse kunst op Curaçao, dan kan dat gevuld worden met op Curaçao geënte kunst.

Een gezelschap stroomt toe voor het symposium, maar doorgaans zit het IBB niet in de loop. Het instituut krijgt subsidie van de BankGiroLoterij en het Mondriaan Fonds, niet van de Curaçaose regering. Ook is er weinig kunstwereld om deel van uit te maken. Voor gastkunstenaars is dat wennen, merkt Bade: „Als je hier als kunstenaar komt werken, is er niemand die je tentoonstelling serieus komt recenseren. Niemand gaat jou googelen. Zo word je als kunstenaar met twee voeten op de grond gezet.” Participatie – nu hip – gebeurt op het IBB al sinds tijden, want anders besta je niet, hier aan de periferie van de kunstwereld. Niemand die je ziet.

Daarom zoeken het IBB en de gastkunstenaars zelf contact met het eiland. Creaties vind je door heel Willemstad heen. Jaren geleden al torste het IBB tijdens het carnaval samen met psychiatrische patiënten een karavaan van autosculpturen mee, om het taboe op psychiatrie te verkleinen. Ze staan nu naast de oude jeugdgevangenis.

Taboes kunnen kunst voeden. In 2009 verbleef kunstenaar Kathrin Schlegel bij het IBB. Ze werd er geraakt door het bestaan van een begraafplaats voor verstotenen, iets buiten Willemstad. Hier hebben de graven geen namen, enkel nummers. Niemand kijkt naar hen om, de IBB-studenten durfden er niet heen. Schlegel wel. Van een meer prominente begraafplaats leende ze een gemankeerde ingangssculptuur, een engel die een vleugel kwijt was. Daarvan maakte ze twee afgietsels. Eén ‘One Winged Angel’ kijkt nu in Esmeralda uit over de kunstcollectie. De andere plaatste ze op die eenzame begraafplaats zonder grafmonumenten. Sindsdien staat op deze kale vlakte één beeld, een gemankeerde engelbewaarder, om te waken over vergeten zielen.

    • Sandra Smets