Wie profiteren er van het overeind houden van de dividendbelasting?

Dividendbelasting

Is het vestigingsklimaat gebaat bij een lagere vennootschapsbelasting? En drie andere vragen over het niet-afschaffen van de dividendbelasting.

Premier Mark Rutte (rechts) en Menno Snel, staatssecretaris van Financien, tijdens het debat dinsdag over het kabinetsbesluit om de dividendbelasting te behouden. Foto Remko de Waal/ANP

Na een langdurige, felle strijd om de dividendbelasting níet af te schaffen, was het moment maandag eindelijk daar voor de oppositie. De maatregel ging van tafel. Meteen werden de bakens verzet. Want wat te doen met de 1,9 miljard euro per jaar die nu weer beschikbaar komt?

Rutte III wil dit geld blijven steken in het ‘vestigingsklimaat’ van Nederland. En deze keer het hele bedrijfsleven, niet alleen de multinationals. De linkse oppositie vindt dat evenzeer een onterecht cadeautje aan het grootkapitaal en wil dat het geld in de publieke sector wordt gestoken. Dat kan niet, beweert het kabinet, want strookt niet met geldende begrotingsregels. Klopt dat? Plus drie andere vragen over de pot van 2 miljard.

  1. Staan begrotingsregels extra uitgaven inderdaad in de weg?

    Het klinkt streng en rechtvaardig maar is in dit geval een oneigenlijk gebruik van de zogeheten Zalmnorm. Dat door voormalig minister n Gerrit Zalm (Financiën, VVD) geformuleerde begrotingsbeleid behelst een beleidsmatige scheiding tussen de inkomsten- en uitgavenkant van de overheidsfinanciën. Dat betekent in de praktijk dat meevallers uit belastingen niet mogen worden gebruikt voor nieuwe investeringen. En, andersom, tegenvallers aan de uitgavenkant niet hoeven te leiden tot lastenverhogingen.

    Lees ook: Lastenverlichting voor het eigen mkb. Daar is niemand tegen. Toch?

    Het intrekken van de afschaffing van de dividendbelasting levert op papier inderdaad ruimte op de begroting op (1,9 miljard vanaf 2020) maar is strikt genomen geen incidentele meevaller. Het gaat om het formuleren van nieuw beleid, zoals dat met het schrijven van een regeerakoord ook is gebeurd. Daarbij heeft een kabinet natuurlijk alle ruimte om tussen de verschillende ‘begrotingskaders’ te schuiven. Bovendien zijn begrotingsregels niet wettelijk vastgelegd: elk kabinet heeft, met steun van een Kamermeerderheid, de mogelijkheid om er desgewenst creatief mee om te gaan.

  2. Is het vestigingsklimaat gebaat bij lagere vennootschapsbelasting?

    Ja, dat is althans wel wat in studies en door kenners wordt gesteld. Of een bedrijf naar Nederland komt, hangt natuurlijk niet alleen van de belastingen af. Bedrijven kijken ook naar zaken als infrastructuur, opleidingsniveau van de beroepsbevolking en leefklimaat, zegt fiscalist Arjo van Eijsden van EY. „Maar fiscaliteit is een van de belangrijke elementen.” De vennootschapsbelasting (vpb) is daarbij wel „het eerste waar buitenlandse investeerders naar kijken”.

    Bedrijven betalen nu 25 procent belasting over hun winsten boven de 200.000 euro. Het kabinet sprak bij de formatie af dit tarief te verlagen naar 21 procent. In de zomer bleek het afschaffen van de dividendbelasting kostbaarder te zijn dan gedacht (1,9 miljard euro in plaats van 1,4 miljard). Voor die extra dekking besloot men het hoge vpb-tarief iets minder te verlagen, tot 22,25 procent.

    Nu de dividendbelasting niet wordt afgeschaft, heeft het kabinet de ruimte om de vpb toch weer verder te verlagen. Dit hoge tarief daalt naar 20,5 procent – zelfs iets meer dan in het regeerakkoord was afgesproken. Het lage vpb-tarief, over winsten tot twee ton, daalt ook iets meer: van 20 naar 15 procent.

    Van Eijsden moedigt die verlagingen aan, omdat het volgens hem helpt „Nederland aantrekkelijk te houden”. In landen om ons heen die als concurrent gelden in de strijd om buitenlandse bedrijven, daalt de winstbelasting namelijk. Dat is met name in het Verenigd Koninkrijk zo. In 2011 was de winstbelasting nog hoger dan de 25 procent in Nederland, over twee jaar is die gedaald tot 17 procent.

  3. Profiteert het midden-en kleinbedrijf echt zo veel?

    „Het kabinet heeft gedaan wat wij hadden gehoopt”, zei voorzitter Jacco Vonhof van ondernemersorganisatie MKB Nederland tegen de NOS. Vanuit het midden- en kleinbedrijf (mkb) was immers boos gereageerd op het geplande afschaffen van de dividendbelasting. Zij, de ‘motor’ van de economie, werden vergeten en zelfs extra belast, bijvoorbeeld door het inperken van fiscale voordelen van de directeur-grootaandeelhouder.

    Lees ook: Rutte slikt na een klein jaar zélf die ‘meloen’ van 1,9 miljard door

    Staatssecretaris Menno Snel (Financiën, D66) benadrukte maandag dan ook dat nu ook het mkb profiteert. Dat klopt, maar vanuit de schatkist bezien profiteren grote bedrijven veel meer. De belangrijkste maatregel voor het mkb is de verlaging van het lage tarief van de vennootschapsbelasting. Die maatregel kost de schatkist straks 228 miljoen euro per jaar. De verlaging van het hoge vpb-tarief kost ruim vijf keer zo veel kost: 1,2 miljard euro.

    Daarnaast zullen mkb’ers profiteren van het verlagen van de werkgeverslasten op arbeid met 200 miljoen euro en het invoeren van een innovatiesubsidie. Ook zal het plan om het lenen van de eigen vennootschap door directeur-grootaandeelhouders te beperken nu worden „verzacht”.

  4. Ook expats profiteren van het overeind houden van de dividendbelasting. Zijn zij echt geholpen met de overgangsregeling voor hun korting?

    Nee, niet als je het de expats vraagt. „In de media is de indruk ontstaan dat er een overgangsregeling voor alle expats komt, maar dat is helemaal niet het geval”, zegt woordvoerder Jessica Piotrowski van United Expats of the Netherlands.

    De eerste acht jaar in Nederland hoeven expats die meer 37.000 euro bruto per jaar verdienen over 30 procent van hun inkomen geen belasting te betalen. Het kabinet wilde die 30 procent-regeling in een klap zonder overgangsregeling verkorten, van acht naar vijf jaar. Onder de noemer ‘A deal is a deal‘ startten expats vervolgens een campagne waarin ze erop wezen dat zij beschikkingen van de Belastingdienst hadden ontvangen waarin ze de korting voor acht jaar kregen. Op basis daarvan besloten zij voor hun werk naar Nederland te verhuizen en bijvoorbeeld een huis te kopen. Voor die expats eisten ze een overgangsregeling.

    Even leek het alsof het kabinet luisterde, want toen het schrappen van de dividendbelasting van tafel ging klonk door dat de expats voor twee van de drie jaar hun overgangsrecht zouden krijgen. Bestudering van het nieuwe voorstel van staatssecretaris Snel leert dat dit alleen geldt voor expats die in 2019 en 2020 buiten de boot zouden vallen. „Dat is maar een kleine groep”, zegt Piotrowski.

Correctie (17 oktober 2018): In een eerdere versie van dit stuk stond dat het vpb-tarief iets minder in plaats van iets meer verlaagd wordt dan in het regeerakkoord was afgesproken. Dat is aangepast.

    • Camil Driessen
    • Philip de Witt Wijnen