Waarom het Westen graag de Saoedische wapenhonger stilt

Oorlog in Jemen

Saoedi-Arabië is de een na grootste wapenimporteur ter wereld. De VS en het VK zijn hofleveranciers. Banen zijn belangrijker dan gewetensbezwaren.

Donald J. Trump (R) houdt een bord vast waarop de verkoop van militaire apparatuur is afgebeeld, tijdens een ontmoeting met Mohammed bin Salman in het Witte Huis. Foto Kevin Dietsch/EPA

Wanneer Jemenitische burgers worden gedood of verwond bij Saoedische bombardementen, gebeurt dat bijna altijd met wapens die zijn geleverd door westerse staten. De laserbom die in augustus in het noorden van Jemen veertig schoolkinderen tijdens hun bustochtje doodde, was vervaardigd door het Amerikaanse bedrijf Lockheed Martin.

„Veel keus hebben de Saoediërs wat dat betreft niet”, zegt Pieter Wezeman, Midden-Oostenexpert van het Zweedse instituut voor vredesonderzoek Sipri, telefonisch vanuit Stockholm. „Bijna alle wapens die ze in huis hebben komen uit het Westen. Wat de Russen en anderen leveren is te verwaarlozen.”

Juist de afgelopen jaren heeft Saoedi-Arabië zijn toch al goed gevulde arsenaal snel uitgebreid. Tussen begin 2013 en eind 2017 spendeerde het koninkrijk een slordige 15 miljard dollar aan gevechtsvliegtuigen, tanks, laserbommen en ander wapentuig. De Saoedische wapeninvoer groeide met 225 procent en zo werd het relatief kleine Saoedi-Arabië (32 miljoen inwoners) de op een na grootste wapenimporteur ter wereld – na India. Hofleveranciers waren vooral de Verenigde Staten (goed voor 61 procent) en het Verenigd Koninkrijk (23 procent). Op ruime afstand volgden Frankrijk, Spanje, Duitsland, Italië en Zwitserland.

De Saoedische honger naar wapens is vooral een gevolg van de oorlog in het buurland Jemen, waar Saoedi-Arabië al drie jaar vergeefs poogt de afgezette regering van president Hadi weer in het zadel te helpen. Bijna dagelijks bombarderen de Saoediërs doelen in de gebieden onder gezag van de Houthi-rebellen. Vele duizenden burgers zijn daarbij om het leven gekomen. De oorlog heeft bovendien geresulteerd in de grootste humanitaire catastrofe van dit moment.

De beelden van gedode Jemenitische burgers en uitgemergelde kinderen zorgen voor gewetensbezwaren in sommige westerse landen. „Die schoolkinderen hadden net zo goed door een Britse bom kunnen worden geraakt”, zegt Andrew Smith van de Britse campagne tegen de wapenhandel (CAAT) in een gesprek met NRC. „In andere gevallen zijn er waarschijnlijk al heel wat Jemenitische kinderen gedood met Britse wapens, maar niemand houdt precies bij wat er met al die wapens gebeurt.”

De verontwaardiging van de laatste dagen over de meedogenloze manier waarop de Saoediërs de kritische journalist Jamal Khashoggi uit de weg lijken te hebben geruimd tijdens een bezoek aan het Saoedische consulaat in Istanbul, vergroot dat ongemak nog.

Westerse landen staan voor een dilemma. Ze juichen de daden van Saoedi-Arabië niet toe maar als zij het land onder druk zetten, kan het zich tot andere leveranciers wenden. De wapenfabrikanten en hun personeel hebben dan het nakijken. Hoe gevoelig dit ligt, ondervond de nieuwe sociaal-democratische regering van Pedro Sánchez in Spanje vorige maand. Die besloot tot enthousiasme van vredesactivisten een contract voor vierhonderd lasergeleide bommen van de vorige regering met Riad te annuleren. Maar Saoedi-Arabië dreigde vervolgens op zijn beurt keihard een andere order voor vijf marinekorvetten in te trekken. Die zouden in Andalusië, waar 27 procent werkloosheid heerst, voor duizenden banen zorgen. Na demonstraties keerde Sánchez op zijn schreden terug: nu levert Spanje de bommen toch.

Ook de grootste leveranciers, de Amerikanen en de Britten, piekeren er vooralsnog niet over hun verkopen aan Saoedi-Arabië te staken. Kenmerkend was de reactie van president Donald Trump, toen werd geopperd dat het tijd werd voor sancties tegen Saoedi-Arabië wegens de zaak-Khashoggi. „Ik houd er niet van een investering van 110 miljard dollar in de Verenigde Staten te stoppen. Want weet je wat ze gaan doen? Ze zullen dat geld pakken en het uitgeven in Rusland, China of ergens anders”, aldus Trump.

Lees ook: Turkije: ‘moordbewijs’ in geverfd consulaat Saoedi’s

Iets wat de Saoediërs ook weer niet zo snel zullen doen. „Want wat doe je dan met de andere wapens die je al hebt en die vaak niet compatibel zijn met andere systemen? Bovendien zijn de Westerse wapens over het algemeen van betere kwaliteit”, zegt Midden-Oostenexpert Wezeman. Op die orders van 110 miljard van Saoedi-Arabië, waarvoor de basis al was gelegd onder Trumps voorganger Obama, valt overigens ook het nodige af te dingen. In veel gevallen gaat het om wapendeals die Saoedi-Arabië mogelijk in de toekomst met Amerikaanse firma’s zal sluiten.

Werkgelegenheid

Ook de Britten, van wie de wapenindustrie het meest afhankelijk is van Saoedische orders, proberen de Saoediërs zo veel mogelijk te ontzien. In oktober vorig jaar smeekte de toenmalige Britse minister van Defensie Michael Fallon Britse parlementariërs bijna om geen spaak in het wiel te steken. Hij noemde het „niet behulpzaam in het parlement kritiek uit te oefenen op Saoedi-Arabië.” Ook de oppositie roert zich amper.

Werkgelegenheid is een belangrijke factor. Volgens zijn eigen website biedt BAE Systems, een belangrijk Brits defensietechnologiebedrijf, in eigen land alleen al 34.300 banen en in Saoedi-Arabië werken nog eens 5.400, mensen van wie de meesten overigens Saoediërs.

Deskundigen stellen echter dat het werkgelegenheidsaspect ook niet moet worden overdreven. „Het gaat vaak om technisch hoog geschoolde mensen die ook in andere sectoren emplooi zouden kunnen vinden”, zegt Smith van CAAT. Mee speelt echter ook dat sommige landen graag een eigen defensie-industrie behouden. „Voor de Amerikanen en de Britten speelt bovendien”, zegt Wezeman van Sipri, „dat ze Saoedi-Arabië als een bondgenoot beschouwen en daar graag enige invloed houden.”

Lees ook: Spanje levert geen precisiebommen meer aan Saoedi-Arabië

Zweden gaat stapje verder

Zijn er dan helemaal geen landen die humanitaire principes laten prevaleren? Die zijn er wel. Nederland is er een van en ook Zweden. Nederland was tussen 2013 en 2017 goed voor 1 procent van de geleverde wapens aan Saoedi-Arabië maar heeft intussen zijn beleid aangescherpt. Wanneer de wapens kunnen worden gebruikt tegen de burgerbevolking in Jemen en tot schendingen van het internationaal humanitair oorlogsrecht kunnen leiden, verleent Den Haag geen vergunning. Zweden gaat nog een stapje verder. Wezeman: „In Zweden zijn wapenleveranties aan Saoedi-Arabië gewoon helemaal taboe.”

„Een groot offer was dat niet voor Nederland”, constateert Frank Slijper, wapenhandeldeskundige van de vredesorganisatie PAX, „Nederland leverde toch al niet veel.” Ook de huidige Duitse regering heeft in het regeerakkoord vastgelegd dat er geen wapendeals meer mogen worden gesloten, wanneer die in Jemen kunnen worden gebruikt. Maar Der Spiegel achterhaalde onlangs dat de Duitsers stiekem toch weer toestemming hadden gegeven voor de uitvoer van navigatieapparatuur voor tanks naar Saoedi-Arabië.

„Uiteindelijk gaat het in de politiek om de politieke keuzes die worden gemaakt”, zegt Smith. En die stemmen niet hoopvol, beaamt zijn collega Slijper van PAX. „Het cynische is dat ondanks alle mooie afspraken over humanitaire beginselen als puntje bij paaltje komt andere belangen zoals die van de wapenindustrie, steeds de doorslag geven.”

    • Floris van Straaten