Voor kroongetuigen staat vast ‘dat Holleeder er achter zat’

Zaak-Holleeder Vijf dagen lang verhoorde de rechtbank twee kroongetuigen in de strafzaak tegen Willem Holleeder. Ze achten beiden ‘de Neus’ betrokken bij liquidaties.

De beveiligde rechtbank in Amsterdam Osdorp. Foto Lex van Lieshout/ANP

Willem Holleeder is het na twee dagen luisteren naar kroongetuige Peter la S. helemaal beu: het is speculeren op speculeren, zegt hij tegen de rechters in de strafzaak waarin hij wordt verdacht van betrokkenheid bij vijf moorden. „Het begint zo langzaam vervelend te worden.” Het is allebei waar.

Veel van wat kroongetuigen Peter la S. en Fred Ros vertellen over de rol van Willem Holleeder bij de golf van geweld die aan het begin van deze eeuw de Amsterdamse onderwereld beheerste, is van horen zeggen. De belangrijkste bron van informatie van beide kroongetuigen is Jesse R., een huurmoordenaar die voor een serie liquidaties en pogingen daartoe tot levenslang is veroordeeld.

Lees ook dit overzicht van de hoofdpersonen in de zaak-Holleeder

Dat gebeurde mede op basis van de verklaringen van Peter la S. en Fred Ros (die geen bezwaar heeft tegen het gebruik van zijn volledige naam). In die strafzaak oordeelde het Amsterdamse gerechtshof dat de getuigenissen van de kroongetuigen bruikbaar zijn als bewijs, ondanks de haken en ogen op details van die verklaringen.

Driemanschap in Amsterdam

En dat is vervelend voor Willem Holleeder. Volgens Fred Ros was ‘de Neus’ lid van een driemanschap dat de lakens uitdeelde in het Amsterdamse milieu. Naast Holleeder bestond dat uit de in 2011 geliquideerde Stanley Hillis en Dino S., die net als Jesse R. in 2017 tot levenslang is veroordeeld, voor de moorden op hasjhandelaar Kees Houtman en cafébaas Thomas van der Bijl. Holleeder wordt ook verdacht van betrokkenheid bij die twee moorden. Fred Ros, die betrokken was bij de moord op Van der Bijl, zegt dat de opdracht voor die moord van Dino S. kwam. „Voor mij staat vast dat Holleeder er achter zat”, aldus Ros.

Nog vervelender voor Holleeder is de verklaring van Peter la S. Hij hoorde uit de mond van de Neus zelf twee woorden: ‘Osdorp eerst’. Dat zei Holleeder bij een toevallige ontmoeting in het najaar van 2005 op het Gelderlandplein in Amsterdam tegen Jesse R. Kroongetuige La S. was daarbij aanwezig. En hoe Holleeders advocaat Sander Janssen het ook vroeg, La S. hield consistent vol wat hij waar en wanneer heeft gezien en gehoord. Voor hem is ‘Osdorp eerst’ de opdracht voor de moord op Kees Houtman.

De andere aanwezigen bij de ontmoeting, Willem Holleeder en Jesse R., ontkennen dat zij betrokken zijn bij die moord. En er is verder geen steunbewijs voor de ontmoeting op het Gelderlandplein in de vorm van getuigen of telefoonsporen.

Donderwolk boven de zaak

Voor het gerechtshof was het in de eerder behandelde zaak tegen Dino S. genoeg om te concluderen dat Holleeder samen met Dino S. verantwoordelijk moet worden gehouden voor de moord op Houtman. Kroongetuige Peter la S. en Jesse R. hebben de liquidatie volgens het hof uitgevoerd. Het is een oordeel dat als een donderwolk boven de zaak van Holleeder hangt. Al laat rechtbankvoorzitter Frank Wieland niet na om keer op keer te benadrukken dat de rechtbank een eigen afweging zal maken: „Meneer Holleeder, de kaarten worden pas gedeeld nadat ze zijn geschud.”

Feit is dat de verklaringen van Peter la S. kunnen worden gebruikt voor het bewijs, ondanks alle twijfel over zijn betrouwbaarheid. En dat geldt ook voor de woorden van Fred Ros, die Holleeder naar eigen zeggen „niet eens kende”.

De rechtbank zal nu moeten beoordelen of de getuigenissen van de twee kroongetuigen net zo belastend zijn voor Holleeder als ze eerder waren voor Dino S. en Jesse R. Vast staat dat de verhoren van de afgelopen twee weken geen relevante feiten hebben opgeleverd die nog niet bekend waren toen het hof de woorden van de kroongetuigen woog en gebruikte als bewijs. Het verklaart misschien waarom Willem Holleeder de gang van zaken nogal „vervelend” vond.

    • Jan Meeus