Rutte is zijn oude maatje Asscher voorlopig kwijt

Dividendbelasting

Een motie van wantrouwen tegen de premier wegens zijn handelen rond de ingetrokken afschaffing van de dividendbelasting werd dinsdagavond gesteund door 49 Kamerleden. Oud-coalitiepartner PvdA steunde de motie.

Premier Mark Rutte dinsdagavond tijdens het debat over het kabinetsbesluit om de dividendbelasting te behouden. Foto Remko de Waal / ANP

Het huwelijk tussen VVD en PvdA was al voorbij na de vorige verkiezingen, maar sinds dinsdagavond is ook de vriendschap tussen VVD-premier Mark Rutte en zijn voormalig vicepremier Lodewijk Asscher ernstig verstoord. Met zijn uitgedunde fractie van negen steunde de PvdA laat op de avond een motie van wantrouwen tegen de premier voor diens optreden in het debat over de intrekking van de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting.

Deze motie, ingediend door Wilders, werd numeriek weliswaar door minder leden van de oppositie gesteund dan de motie van afkeuring in april, het is politiek gezien wel een zwaardere klap voor Rutte. Het kabinet hoeft nu even niet te rekenen op de PvdA als mogelijke steunpilaar, mocht het komend voorjaar zijn meerderheid in de Eerste Kamer verliezen.

Gunstiger voor Rutte dan in april was dat de oppositie ditmaal verdeeld was over het politieke oordeel over de wijze waarop het kabinet maandag besloot om de afschaffing van de dividendbelasting juist weer in te trekken. Met name GroenLinks, maar ook 50Plus steunde de motie van wantrouwen niet.

GroenLinks-leider Jesse Klaver vond weliswaar dat de premier „er een potje van heeft gemaakt”, hij is uiteindelijk tevreden met het eindresultaat: dat de afschaffing van de dividendbelasting van tafel is.

Hoofdelijke stemming

Behalve van de PvdA kreeg de motie van wantrouwen uiteindelijk steun van de SP, Partij voor de Dieren, Denk en Forum voor Democratie. Na een hoofdelijke stemming tegen half twaalf ’s avonds, waarbij niet alle Kamerleden aanwezig waren, bleek dat te gaan om 49 van de 150 Kamerzetels. In april werd, na het lange debat over de opgedoken ‘dividendmemo’s’, de motie van afkeuring op de SGP na door de gehele oppositie omarmd.

Dit keer ging het debat niet over de afschaffing van de dividendbelasting, maar juist over het intrekken ervan. Het kabinet besloot hier afgelopen maandag toe nadat levensmiddelensconcern Unilever bekend had gemaakt om het hoofdkantoor voorlopig niet in Rotterdam te vestigen. De 1,9 miljard euro die nu met het handhaven van de dividendtaks beschikbaar blijft, heeft het kabinet nu een aantal andere lastenverlichtingen voor het gehele bedrijfsleven voorgesteld.

Lodewijk Asscher, tweede man in Rutte’s vorige kabinet, drong er gedurende het debat herhaaldelijk op aan dat de premier verantwoording zou afleggen, en zelfs excuses zou maken, voor diens mislukte poging in het afgelopen jaar om de dividendbelasting afgeschaft te krijgen. Dat was volgens de oppositie een persoonlijk project van Rutte – het stond in geen enkel verkiezingsprogramma – om grote multinationals een lastenverlichting van 1,9 miljard te geven.

Nederland als vestigingsland

De premier had bij eerdere debatten herhaaldelijk gezegd er „een onverantwoord risico” wordt genomen als de dividendbelasting niet zou worden afgeschaft. Dan zouden grote internationale bedrijven, zoals Unilever en Shell, Nederland wel eens de rug kunnen toekeren. Dat zou funest zijn voor de uitstraling van Nederland als aantrekkelijk vestigingsland, voor de werkgelegenheid en dus voor de nationale economie.

Die „zware woorden” moest Rutte dinsdagavond van oppositie terugnemen. Nu het kabinet schijnbaar al even gemakkelijk had besloten om die omstreden maatregel weer in te trekken – „na één sms’je” van Unilever-topman Paul Polman, aldus menig oppositielid – was dat risico kennelijk toch niet langer zo onverantwoord.

Rutte weigerde op zijn woorden terug te komen en noemde het afschaffen van de dividendbelasting „nog steeds zeer goed verdedigbaar”. Asscher zei niet te snappen dat de premier „zo volhardt in zijn fout”. De SP en PVV oordeelden dat Rutte zijn geloofwaardigheid is kwijt geraakt. „Hij heeft gegokt en verloren”, zei leider Lilian Marijnissen.

Volgens GroenLinks-fractievoorzitter Jesse Klaver speelt Rutte met vuur door op geen enkel moment „reflectie” te tonen. Hij noemde het ‘dividenddebacle’ „de grootste kras uit z’n politieke carrière” en voorspelde dat de kiezer bij de Provinciale Statenverkiezingen in maart met hem zal „afrekenen”.

Steun van oppositiepartijen

Die verkiezingen lijken volgens de huidige peilingen op een verlies uit te draaien van de meerderheid van het huidige kabinet in de Eerste Kamer – de samenstelling van de senaat is eraan gekoppeld. Daarna zal Rutte, net als in 2015 onder Rutte II, op zoek moeten naar steun van oppositiepartijen om door te kunnen regeren.

Door de motie van wantrouwen dinsdagavond niet te steunen heeft Klaver de opties daarvoor nog even open gelaten. Voor de PvdA wordt het na gisteravond een stuk lastiger om straks een ‘constructieve oppositiepartij’ te worden. Asscher heeft het dinsdag echt eventjes uitgemaakt met Rutte.

    • Pim van den Dool
    • Philip de Witt Wijnen