Opinie

    • Menno Tamminga

Meer openheid? Dat willen bedrijven niet

Het is gênant, maar ook wel aandoenlijk. Minister-president Mark Rutte (VVD) geeft het bedrijfsleven advies over de omgang met de samenleving. Zijn gouden tip: treed vaker naar buiten en laat je meer zien in de media. Aandoenlijk, omdat Rutte wel iets beters te doen heeft dan, zoals afgelopen donderdag, zestien commissarissen van beursgenoteerde bedrijven te adviseren.

Gênant omdat Rutte zelf bij de afschaffing van de dividendbelasting heeft gezondigd tegen alle communicatiewetten. Overvaltactiek. Geen onderbouwing. Geen draagvlak. De oppositie genoot. Mensen of multinationals?

Toen de Brits-Nederlandse multinational Unilever, waar het allemaal om begonnen was, onder druk van Britse beleggers toch niet voor Nederland koos, stond het kabinet paf.

Lees ook deze analyse over het hoofdpijndossier van de hoofdkantoren

Zou iemand vorige week op die ‘top’ van Rutte met de BV Nederland hebben durven zeggen: openheid? Naar buiten treden? Dat wíllen we juist niet?

Collega Teri van der Heijden vroeg vorig jaar 25 bestuursvoorzitters om een gesprek over de vraag: waarom houdt het bedrijfsleven zich afzijdig in het maatschappelijke debat (arbeidsmarkt, beloningen, Europa). Vier deden mee.

Eerder dit jaar vroegen we meer dan twintig bedrijven of hun bestuursvoorzitter geïnterviewd wilde worden over de verhouding tussen de best betaalde en de doorsnee werknemer. Dat cijfer moeten bedrijven sinds dit jaar publiceren. Helaas. Afgezien van een enkele voorzichtig welwillende reactie was de respons: geen tijd, geen belang, niks te winnen.

Afgelopen zomer zat bestuursvoorzitter Ralph Hamers van ING aan tafel in een van de zomeravondgesprekken die NRC organiseerde en publiceerde. Zijn tafelgenoot was actrice Anniek Pheifer. Je kon haar ook zien als een gewone (potentiële) klant die eerder op Twitter had geklaagd over Hamers loonsverhoging van 50 procent die later niet doorging. Hier was zíjn kans om zijn kant van het verhaal te vertellen. Helaas.

De afzijdigheid van het bedrijfsleven is een kwestie van prioriteiten. De top communiceert volop met beleggers, al gaat daar weleens iets mis, zie Unilever. Bedrijven bereiken hun klanten via hun producten en diensten. De communicatie met de politiek doet de lobby van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Wel zo efficiënt en veilig.

Werken deze prioriteiten nog? De consensus verstomt. In politiek en bedrijfsleven klaagt men nu over de schrille toon van de discussie (ING-witwasschikking; dividendbelasting). De botsende verhoudingen zijn kennelijk even wennen. De lieve vrede maakt plaats voor een belangenstrijd waarin de politiek zich krachtiger en luider manifesteert.

Politici verwelkomden sinds midden jaren tachtig van de vorige eeuw de banenmachine van het bedrijfsleven. Maar de economische crisis van 2008-2009 heeft deze welkomstcultuur ontregeld. Bedankt voor de banen, maar politici en werknemers balen van de arbeidsomstandigheden (flexarbeid), inkomensongelijkheid tussen top en cao-lonen en de verlangde subsidies bij klimaatpolitiek. Hoge bedrijfswinsten, lage sociaal-maatschappelijke respons.

Je kunt ook zeggen: politieke polarisatie borrelt over in economische polarisatie. Straks wordt de top van het bedrijfsleven nog weggezet als die „even deskundige, financieel sterke als beangstigende groep” die „de hele economie in ons land in handen” heeft. Dat zei vakbondsman Jan Mertens toen hij, komende vrijdag vijftig jaar geleden, de onzichtbare macht hekelde van de top van het bedrijfsleven, de ‘200 van Mertens’. In het Catshuis waren ze donderdag met zestien. In hun donkere busjes waren ze net zo onzichtbaar als in 1968.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.
    • Menno Tamminga