Brieven

Lezersreacties op ‘God bestaat, er is bewijs’

Foto Hubble-telescoop

Menselijk

René van Woudenberg wil in zijn essay graag wetenschappelijk godsbewijs (God bestaat, er is bewijs, 13/10). Het hoeft niet hard te zijn, beetje plausibel mag ook. Maar wat moeten we ons daar bij voorstellen? Het lijkt mij waarschijnlijk dat God – in welke vorm of gedaante dan ook – in essentie een antropocentrische confabulatie is om een alomvattend idee van orde en oorzaak (en moraal!) te bieden. Een menselijk verzinsel, dat viraal gegaan is. Is daar wat mis mee? Het is de mens eigen om overal – te pas en te onpas – een oorzaak of plan achter te zoeken. Dat heet rationeel denken, althans een pogen daartoe. Uit die neiging is zowel geloof als wetenschap geboren. Maar in tegenstelling tot geloof staat wetenschap als het goed is kritisch tegenover de mogelijke misleiding die in die menselijke verklaarzucht (en achterliggende motieven) besloten ligt. Naar alle waarschijnlijkheid is zoeken naar wetenschappelijk bewijs voor het bestaan van God bij voorbaat een heilloze onderneming. Dat geeft niks, want we kunnen Hem (of Haar of Het) altijd naar wens verzinnen – en daarmee realiseren. En dat is misschien wel beter, want wat moet Van Woudenberg als het bestaan van God wetenschappelijk uitgesloten zou kunnen blijken te worden?

Hugo van Buren, Amersfoort

Een religieuze reflex

Als verstokt atheïst was ik behoorlijk verrast toen ik de kop boven het essay van René van Woudenberg zag: God bestaat, er is bewijs. Zou het dan toch? Maar na lezing bleek het toch allemaal een heel stuk minder spannend; ook nu weer was een hooggeleerde heer ten prooi gevallen aan wat ik gemakshalve de religieuze reflex noem. Deze reflex kent twee varianten. De eerste is om datgene wat (nog?) niet wetenschappelijk verklaarbaar is op te vullen met ‘God’. Weliswaar is dit ‘Godsgebied’ veel kleiner dan vroeger, toen we zon, bliksem en regen nog als goden aanbaden, maar verdwijnen zal het nooit helemaal. In die zin is er altijd ruimte voor God in de wetenschap. De tweede variant is het ten onrechte stellen van de waarom-vraag en het niet-wetenschappelijk te geven antwoord hierop in te vullen met een (verder onkenbare) God. Voorbeelden van dit type vragen zijn: Waartoe zijn wij op aarde? Waarom is er lijden? En, zoals Van Woudenberg doet: waarom is er orde in de fysische wereld? Dit soort vragen is principieel onjuist, omdat het stellen ervan reeds veronderstelt dat er sprake moet zijn van een zingevend principe. Ieder antwoord op dit type vragen is dan ook een constructie, voorkomend uit kinderlijk wensdenken dat alles betekenis moet hebben, dat niets toevallig gebeurt of zonder diepere zin.

Michael van der Lubbe, Nijmegen

Lees hier het essay van René van Woudenberg, en reageer: God bestaat, er is bewijs

Wat is het mechanisme?

Van Woudenberg noemt de grote orde in de werkelijkheid, die verklaard zou kunnen worden door het postuleren van een God. Helaas ziet hij een wezenlijk element over het hoofd. Als we niet willen verzanden in het produceren van iets waar je alleen maar je schouders over ophaalt, moet er een mechanisme worden voorgesteld dat ons in staat stelt god enerzijds en orde anderzijds direct en testbaar aan elkaar te relateren. Een voorbeeld op minder hoogdravend niveau: dat planetenbanen goed worden beschreven met de newtoniaanse fysica komt door de precieze relatie tussen kracht en beweging, uitgewerkt in de klassieke mechanica, een expliciete uitdrukking voor de gravitatiekracht en overeenstemming tussen mechanisme en waarneming. Dit mechanisme biedt de mogelijkheid tot falsificatie, dat is essentieel. Bij god is zoiets niet mogelijk. Immers, hoe zou zo’n mechanisme met testbare consequenties tot het vormen van orde eruitzien?

Manuel Nepveu, Zoetermeer en Nico Krijn, Den Haag

Dan ook kabouters

René van Woudenberg stelt zich de vraag waarom het bestaan van God niet door wetenschap aannemelijk gemaakt zou kunnen worden. Het antwoord is eenvoudig: het is de verkeerde vraag. Ik vergelijk: waarom zou het bestaan van kabouters niet door wetenschap aannemelijk gemaakt kunnen worden? Tsja. Als we geloven dat kabouters bestaan, en we vervolgens doelbewust op zoek gaan naar het bewijs daarvoor, vinden we waarschijnlijk ook aanwijzingen die ons in onze overtuiging sterken. Een holle boom bijvoorbeeld. Daar zouden best eens kabouters in kunnen wonen. Zo voert Van Woudenberg aan dat het wetenschappelijk is vastgesteld dat de wereld „een hechte orde vertoont”. Die orde is mogelijk een aanwijzing voor het bestaan van God, waarom niet? Maar zou de veronderstelde God-gegeven orde misschien ook een weerspiegeling kunnen zijn van de menselijke natuur? Het feit dat wij onze door evolutie ingebakken ordeningsprincipes projecteren op de wereld zoals wij die waarnemen? Zou de boom ook door termieten, spechten of ouderdom uitgehold kunnen zijn? De vraag die Van Woudenberg in wezen stelt is of we onverklaarde verschijnselen mogen verklaren door een God te postuleren. Zijn antwoord daarop is bevestigend. Ik ben het daar fundamenteel mee oneens. Als we een God mogen postuleren, mogen we ook kabouters postuleren.

Bart Oskam, Hoogland

Geen bewijs nodig

Van Woudenberg betoogt dat we wellicht kunnen bewijzen dat God bestaat. Eeuwenlang heeft men naar zo’n bewijs gezocht, maar men heeft het nooit gevonden. Totdat de filosoof Immanuel Kant overtuigend aantoonde dat er geen middelen zijn om het bestaan van God te bewijzen, met als consequentie dat die er ook niet zijn om te bewijzen dat God niet bestaat. Zoals in het slot van het artikel staat: „Er is niet meer dan een flinterdunne potloodschets van een verklaring.” Zelfs die potloodschets kan worden uitgeveegd. De Bijbel spreekt immers van een ‘geloof in God’, niet van een bewijs of verklaring. Geloof, hoop en liefde, daarmee komt een gelovige ruimschoots uit de voeten.

Gerrit Manenschijn, emeritus hoogleraar theologie PKN, Alphen aan den Rijn

Correcties/aanvullingen

Mladen Popovic

In de inzet naast het stuk God bestaat, er is bewijs (O4-5, 13/10) werd gesproken van de theoloog Mladic Popovic. Bedoeld was Mladen Popovic.

Wortel 2

In God bestaat, er is bewijs (O4-5, 13/10) werd de wortel uit 2 „geen rationeel getal” genoemd. Dat moet zijn „geen rationaal getal”.

    • Gerrit Manenschijn
    • Michael van der Lubbe
    • Nico Krijn
    • Bart Oskam
    • Hugo van Buren
    • Manuel Nepveu