Juli 1969: hoogtepunt en einde van de space race

Ruimtevaart

De Apollo 11-missie, waar de nieuwe film First Man over gaat, vormt het hoogtepunt van een gigantische financiële en technologische inspanning die acht jaar eerder begon. De strijd om de eerste stappen op de maan.

Buzz Aldrin poseert met de Amerikaanse vlag op de maan. Foto NASA Apollo XI

Een miljoen dagjesmensen en bewonderaars zijn erbij als op Launch Complex 39 in Cape Canaveral, Florida, op 16 juli 1969 om half acht ’s avonds enorme hoeveelheden kerosine en vloeibare zuurstof ontbranden in vijf Rocketdyne F-1-motoren. Eerst langzaam en dan steeds sneller wordt de 116 meter hoge Saturnus V-raket omhoog gestuwd. In de neuskegel: drie mannen, op weg naar de eerste maanlanding ooit.

Deze zorgvuldig voorbereide Apollo 11-missie met Neil Armstrong, Edwin ‘Buzz’ Aldrin en Michael Collins vormt het hoogtepunt van een gigantische financiële en technologische inspanning die acht jaar eerder begon. Toen, in 1961, maakte president John F. Kennedy het plan bekend om voor het einde van het decennium een man op de maan zetten (en hem ook weer veilig terug te brengen). „Niet omdat het makkelijk is, maar juist omdat het moeilijk is”, zoals Kennedy het later rechtvaardigde.

Voorpagina van Algemeen Handelsblad van 22 juli 1969. Bron: Delpher

De tussenliggende jaren zestig werden jaren van culturele revolutie. Maar het was óók de tijd waarin de VS en de Sovjet-Unie fanatiek de superioriteit van hun politieke systeem wilden aantonen met technologische topprestaties. Financieel werden de peperdure ruimteavonturen voortgedreven door militaire angst voor vijandige raketten. Maar de onverwachte technische inhaalslag van de Amerikanen was ook te danken aan een enthousiast science-fiction lezende ingenieursgeneratie die popelde om de New Frontier van de dampkring te overschrijden. Het werd de perfecte coalitie van soldaten en nerds.

Met de eerste satelliet Spoetnik in 1957 en in 1961 met de eerste mens in de ruimte Joeri Gagarin had de Sovjet-Unie aanvankelijk een adembenemende voorsprong, maar daarna raakte de communistische heilstaat achterop. De Russische maanraket had te veel kuren: een reusachtige N1-raket (tien meter korter dan de Amerikaanse Saturnus) met maar liefst 30 kleine raketmotoren. Minder dan twee weken voor de Apollo-11-lancering, op 3 juli 1969, was ook de tweede N1-proeflancering mislukt, met als resultaat een van de grootste niet-nucleaire explosies in de geschiedenis van de mensheid.

Lees ook de recensie van de nieuwe film: De dood is altijd aanwezig in ‘First Man’

Kritiek op geldverslindend project

De Amerikaanse astronauten werden wereldwijde helden, mede dankzij een zorgvuldig pr-programma van ruimtevaartorganisatie NASA. Maar binnen Amerika klonk ook veel kritiek op het geldverslindende Apollo-project. Veel Amerikanen vonden dat de miljarden voor de NASA (in 1965 en 1966 ruim 4 procent van het totale federale budget) beter aan armoedebestrijding konden worden besteed.

De dag voor de lancering van Apollo 11 was daarom net buiten het lanceerterrein een demonstratie op touw gezet door 25 arme Afro-Amerikaanse gezinnen, die veel aandacht trok. Burgerrechtenactivist en organisator dominee Ralph Abernathy had zelfs vier armetierige muilezels meegenomen, als schrijnend contrast met de statige Saturnusraket die even verderop al klaar stond. De NASA-directeur sprak de zwarte demonstranten persoonlijk toe: „Als wij de armoede in de VS konden oplossen door morgen niet op die lanceerknop te drukken, zouden wij niet op die lanceerknop drukken.” De demonstranten werden ook VIP-plaatsen bij de lancering aangeboden. En zoals gehoopt was Abernathy inderdaad onder de indruk – eventjes. „Er is hier veel vreugde en trots”, zei hij na afloop. „In die ene seconde was ik echt even vergeten dat we zo veel hongerige mensen in de Verenigde Staten hebben.”

De kritiek verstomde niet na de succesvolle maanlanding. Korte tijd later schreef de zwarte jazz-dichter Gil Scott Heron het snijdende ‘Whitey on the Moon’:

Was all that money I made last year/ (for Whitey on the moon?)/ How come there ain’t no money here?/ (Hmm! Whitey’s on the moon)

De drie (witte) astronauten in het puntje van Apollo-11-raket waren niet de eersten die op weg gingen naar de maan, al gingen ze voor de hoofdprijs van een historische strijd. Ook hier hadden de Russen een ruimteprimeurtje weggekaapt. In september 1968 had de Sovjet-Unie met de Zond 5-missie twee kleine vierteenlandschildpadden om de maan laten vliegen, samen met een etalagepop vol stralingsmeters. Het was een groot succes. Deze twee eerste organische maanreizigers ooit verkeerden na een veilige landing in de Indische oceaan in uitstekende gezondheid, ze waren alleen een beetje afgevallen.

De grotere primeur was daarna voor de Amerikanen. Rond kerst 1968 draaiden drie Amerikanen met Apollo 8 om de maan: nooit was een mens zo ver van de aarde geweest. En daarna gingen er nog eens drie met Apollo 10, in mei 1969, toen ook het begin van de landing werd geoefend. De NASA had expres de brandstoftanks van die Apollo-10-lander half leeg gelaten, om te voorkomen dat de astronauten in hun enthousiasme alvast zouden willen landen. Ze waren er tenslotte bijna: hun maanlander ‘Snoopy’ kwam tot 15 km boven het maanoppervlak, een miniem laatste stukje na een reis van 400.000 km. De command module ‘Charlie Brown’ cirkelde al die tijd op 100 km hoogte om de maan. Vrolijke voertuignamen waren toen nog regel bij de NASA – leuk voor kinderen, vonden de astronauten. De onderdelen van Apollo 9 heetten bijvoorbeeld Spin en Kauwgombal (Spider en Gumdrop). Maar de wereldhistorische Apollo 11 ging naar de maan met louter patriottische namen: Eagle en Columbia.

Bevroren prop brandstof

En nóg hadden de Russen de moed niet opgegeven. In een allerlaatste poging om tenminste nog één ruimteprimeurtje te pakken werd op 13 juli, slechts drie dagen voor de Apollolancering, op de Russische basis Bajkonoer een Protonraket gelanceerd met de maansonde Luna-15, die net iets eerder dan Apollo 11 maanstenen zou kunnen terugbrengen naar aarde. Om een tragische botsing te voorkomen wisselden Russen en Amerikanen zelfs voor het eerst in de Space Race vluchtgegevens uit. Maar de Russen hadden geen geluk. Nadat Neil Armstrong en Buzz Aldrin al weer klaar waren met hun wereldwijd door 600 miljoen mensen bekeken maanwandeling, sloeg 850 kilometer verderop de Russische sonde te pletter op de maan. Een paar uur later steeg de Eagle op, op weg naar huis.

Het had anders kunnen gaan. De landing van Apollo 11 was al problematisch omdat de geplande landingsplek vol rotsen bleek te liggen. IJzig kalm zette commandant Armstrong de Eagle een flink stuk verderop aan de grond, op de laatste liters beschikbare brandstof – ietsje langer zoeken had terugkeer onmogelijk gemaakt . Maar tijdens de landing zat ook een bevroren prop brandstof in de tank. Als die in de brandstofleiding was geraakt, was de Eagle geluidloos als een bom ontploft, vlak boven het maanoppervlak. Dan had de derde astronaut, Michael Collins, eenzaam naar de aarde moeten terugkeren, in de command module Columbia die veilig om de maan was blijven cirkelen.

    • Hendrik Spiering