De kus

is visser en doet verslag vanaf de waterkant. Deel 1: de bijsmaak van triomf.

Ik kus mijn vissen. Wacht, ik moet preciezer zijn: Een gehaakte vis druk ik altijd eerst een kus op de bek voor ik ’m terugzet in het water. Ter compensatie voor het leed en de stress die ik hem berokken voor mijn particulier plezier. De kus vermindert een heel klein beetje mijn schuldgevoel. Daarom wil ik voor ik verder ga met dit stukje allereerst mijn excuses aanbieden. Excuses aan alle rietvoorns, blankvoorns, roofbleien, alvers, grondels, snoeken, baarzen, karpers, snoekbaarzen, brasems, zeelten. Aan hen die ik de lip uitscheurde, de slokdarm uittrok, de kop inbeukte, de ogen uitrukte, en wat niet al. Vele moest ik doodmeppen om ze uit hun lijden te verlossen. Een lijden dat ik zélf veroorzaakte. Want iedere triomf kreeg een wrange bijsmaak als ik opnieuw zo’n prachtig schepsel vals haakte onder de kieuw en ’m bloedend terugzette. Zonder verband of pleister. Een walgelijke sport, zo bezien. Nooit zal ik die keer vergeten toen ik ineens aan m’n haak een verse oogbal omhoog hees. „Dit nooit meer! Ik kap ermee!”, brieste ik.

Dat kappen was echter zelden van lange duur. Mijn record staat op zes dagen. Telkens overwint de ontembare jachtlust de walging. En sta ik alweer als een hongerige wolf te grommen en te speuren langs de waterkant.

Dus kus ik voortaan elke vis. En stop ik hem een sappig wormpje toe. Voor de letselschade. Maar ik hoor al de proteststemmen: hypocriete visser! Ik geef toe: er schuilt iets hypocriets in. En toch is het gemeend. Ik geloof oprecht dat elk visje mijn geste wel kan waarderen. Ieder dier voelt tederheid, zelfs bloeddorstige roofdieren. Ik zag eens een filmpje waarin een tweetal leeuwen hun vroegere verzorger herkenden en hem als blije lammetjes in de armen vlogen. Ook een vis waardeert een kus en worm, geloof me. Zoals hij ook waardeert dat ik mijn eigen kleine Ocean Cleanup organiseer door elk voorbijdrijvend plastic bakje of tasje op te duikelen en in m’n rugzak te stoppen.

Toch wringt mijn schoen. Omdat ik au fond vind dat elke gehaakte vis in de pan met boter hoort. Kus of geen kus, als je hem niet lust, laat je hem met rust. Jacht is niet bedoeld voor plezier, jacht is puur levensonderhoud. Zo is de natuur. Het verbaast mij daarom niet dat Polen, Tsjechen en Roemenen onze sloten en vijvers leegvissen. Tot grote ergernis van de Nederlandse sportvisser. Ik zag heuse knokpartijen.

Karper en snoek zijn in het Oostblok een delicatesse. In Tsjechië verschijnt op Kerstavond een gegrilde karper op tafel in plaats van een kalkoen. Afrikaanse vluchtelingen en asielzoekers snappen er ook geen sikkepit van. Op de inburgeringscursus kun je ze veel wijsmaken, maar dat in dit land de zoetwatervis keurig wordt terugzet krijg je ze niet aan het verstand. Waarom vis je dan? Ze hebben een punt. Integratie moet wel logisch blijven.

    • Mohammed Benzakour