Waar lied en leven elkaar ontmoeten

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: met rock-’n-roll babe Marshall Chapman op een ranch in Wyoming.

Een zwarte cowboyhoed op een enorme bos wit haar. Een blik van: wie kan mij nog iets vertellen? Zoals andere vrouwen een handtas dragen, draagt zij haar gitaar. Singer-songwriter Marshall Chapman is een rock-’n-roll babe met een parelketting. Ik ontmoet haar op een afgelegen ranch in Wyoming, waar ik een paar dagen doorbreng met een aantal schrijvers.

Ze is bijna zeventig, maar springerig als een meisje in de groei dat geen raad weet met haar lange armen en benen. Met haar zuidelijke accent weet ze me voortdurend op het verkeerde been te zetten, neemt me voor haar in, grijpt me bij de keel. Ze spreekt in songtitels. „Let’s make waves”, zegt ze. We rijden naar cowboystad Cody, waar ze een Stetson hoed voor me koopt en in een bar Moose Drool-bier bestelt.

Ze werd geboren in het zuiden van Louisiana, waar haar vader directeur van een katoenfabriek was. Voorbestemd voor een leven als een southern belle. Haar toekomst lag vast, van het debutantenbal tot een huwelijk gezegend met tien kinderen.

Maar in 1956 gaat ze als zevenjarige stiekem met de zwarte hulp naar een optreden van Elvis Presley. Er was alleen plek op het balkon voor zwarten. „Toen Elvis het podium opliep, werden we in ons diepste wezen geraakt. Het balkon stortte in, in a blaze of glory”, zingt ze.

Ze vond een gitaar en hield nooit meer op met spelen. Dertien albums maakte ze. Haar liedjes werden en worden gezongen door sterren als Joe Cocker, Emmylou Harris en Jimmy Buffett.

„Mijn songs gaan over waar lied en leven elkaar ontmoeten”, zegt ze tijdens een van de wandelingen over de prairie. „Maar het leven is niet altijd een lied. Ik ging het ‘Janis Joplin-pad’ op, met alles wat daarbij hoorde.” Ik ben blij dat ze niet net als Joplin aan een overdosis is overleden.

„Eerlijk gezegd ben ik verbaasd dat ik er nog altijd ben. Ooit werd ik beroofd. Een man zette een pistool tegen mijn slaap en zei: ‘Ik ga je doodschieten.’ Ik zei: ‘Ga je gang. Waar slaat dit leven op. Schiet maar.’ ‘Wat is dit voor crazy shit’, zei die man, liet zijn pistool zakken, en ging ervandoor.” ‘Not Afraid to Die’, is de titel van een van haar nummers.

Ze wilde nooit kinderen. „Die doen je een zadel op en breken je rug”, zegt ze. „Geef mij maar een paard dat ík kan zadelen.” Op de ranch voegt ze de daad bij het woord. Ze helpt me op een paard en springt daarna met groot gemak op het hare. Voor een van ons die geen fijne jeugd had zingt ze. Happy Childhood. „Het is nooit te laat om een gelukkige jeugd te hebben.” Ze zingt over zichzelf, ze zingt voor hem. En we knappen er allemaal van op.

Later, in het vliegtuig terug naar New York zet ze de hymne, ‘I Shall Not Be Moved’ in. Uiteindelijk zingt iedereen aan boord mee met dit lied dat eindeloos door meandert.

Goodbye, rock and roller”, zeg ik ten afscheid en neem mijn hoed voor haar af. Daar gaat ze, op doorreis naar Nashville. Haar witte haren in vuur en vlam in de middagzon, in a blaze of glory.

Reacties naar pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong