Rutte: dividendbelasting definitief niet afgeschaft

De omstreden maatregel werd al “heroverwogen” door de coalitie.

Foto Evert-Jan Daniels/ANP

De dividendbelasting wordt definitief niet afgeschaft. Dat is maandag bekendgemaakt door minister-president Mark Rutte na het coalitieoverleg van de vier regeringspartijen. Het vrijgekomen geld (1,9 miljard euro) gaat naar verbetering van het vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven, aldus de premier.

“We hebben gezocht naar een goed pakket voor het bedrijfsleven dat meer draagkracht heeft”, zei Rutte maandag. Het gaat onder meer om lastenverlichting. In ruil daarvoor gaat de winstbelasting voor alle bedrijven de komende jaren verder omlaag dan eerder aangekondigd. De venootschapsbelasting voor grote bedrijven gaat stapsgewijs tot 2021 omlaag van 25 naar 20,5 procent (was 22,25 procent) en voor het midden- en kleinbedrijf van 20 naar 15 procent (was 16 procent). Dat blijkt uit een Kamerbrief van staatssecretaris Menno Snel van Financiën.

Daarnaast komt er een overgangsregeling voor expats die vanaf 2019 getroffen worden door inperking van bepaalde gunstige belastingregelingen voor buitenlandse werknemers.

Anderhalve week geleden liet Rutte al weten dat de omstreden maatregel werd “heroverwogen”. Dat gebeurde naar aanleiding van het besluit van Unilever om de verhuizing van het hoofdkantoor van Londen naar Rotterdam voorlopig af te blazen. Het levensmiddelenconcern noemde de onrust onder beleggers omdat het bedrijf zijn notering verliest aan de Londense effectenbeurs de aanleiding. De dividendbelasting werd juist afgeschaft om het voor bedrijven aantrekkelijk te maken om zich in Nederland te vestigen.

Lees ook: Kabinet gaat afschaffing dividendbelasting ‘opnieuw wegen’

De voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting, een heffing van 15 procent op winstuitkeringen van aandeelhouders, kwam het kabinet op veel kritiek te staan. Dat zou zich klem hebben laten zetten door bedrijven als Unilever en Shell die zouden hebben gedreigd zich niet te vestigen in dan wel te vertrekken uit Nederland. Rutte ontkende altijd dat de afschaffing voor een specifiek bedrijf was bedoeld. De dividendbelasting werd vooral door multinationals met een duale aandelenstructuur als een probleem gezien. In dat geval heeft een bedrijf twee soorten aandelen, die onder het recht van verschillende landen vallen.

Het besluit van Unilever om niet te kiezen voor het hoofdkantoor in Nederland noemde Rutte “teleurstellend” en “wel relevant”, maandag sprak hij van “een belangrijke testcase van het succes van zo’n maatregel die niet goed ging”.

Nederlaag voor Rutte

Op de persconferentie na afloop van de ministerraad werd Rutte ook gevraagd naar wat de afschaffing betekent voor hemzelf. De premier verdedigde de maatregel het afgelopen jaar ondanks de vele kritiek hartstochtelijk. Op de vraag of er sprake was van een kras, sprak hij: “Een kras? Mijn baan is een verzameling van krassen. Het draagvlak voor deze maatregel was beperkt en we menen nu een pakket te hebben dat qua draagvlak beter zal scoren.”

De oppositie spreekt in een reactie van “een overwinning”. Zo laat GroenLinks-voorman Jesse Klaver weten: “Afschaffing van de dividendbelasting gaat definitief niet door. Een jaar lang strijden en oppositie voeren werkt.” PvdA-leider Lodewijk Asscher komt meteen met kritiek op de voorgenomen plannen. “Rutte III blijft pinautomaat voor bedrijfsleven. Zelfde foute keuze, andere meloen.”

Correctie: in een eerdere versie van dit bericht stond “Het besluit van Unilever om te kiezen voor het hoofdkantoor in Nederland noemde Rutte “teleurstellend” en “wel relevant”. Dit moet uiteraard “om niet te kiezen” zijn.

    • Jorg Leijten