Militair die ongewenst gedrag meldt, wacht treurig lot

Onderzoeksrapport

Na berichten van excessen op de kazerne in Schaarsbergen deed een commissie onderzoek naar de cultuur bij Defensie. De commissie kwam met een rapport met harde conclusies.

Mariniers in training. De commissie-Giebels constateert dat misdragingen bij defensie vaak worden afgedaan als „geintjes” en dat pesterijen pas een probleem zijn als iemand „dat zelf zo ervaart”. Foto Marcel van Lieshout/ANP

Stel je bent militair en je wilt pesterijen melden, of ander ongewenst gedrag bij Defensie. Je krijgt geen steun, maar wordt uitgescholden, langdurig aangestaard door collega’s of genegeerd. Er wordt over je geroddeld en je krijgt te horen dat je zelf schuld hebt aan wat je is overkomen. Je wordt publiekelijk vernederd met grappen en toespelingen. Je wordt gedreigd met ontslag.

In driekwart van de gevallen is dit wat iemand overkomt na een melding, zo constateert de commissie-Giebels in het maandag gepubliceerde rapport over de sociale veiligheid in de krijgsmacht. „Als ik dit vooraf had geweten, had ik nooit een melding gedaan”, is dan ook de verzuchting van een melder tegenover de commissie. Meldingen zijn bovendien snel in brede kring bekend, terwijl onbekend is wie allemaal in de dossiers mogen kijken.

Het treurige lot van de melder is een van de vele spijkers die de commissie-Giebels slaat in de doodskist van het ministerie van Defensie, namelijk de cultuur van de krijgsmacht. De onderzoekers schetsen een vernietigend beeld van een klassieke hiërarchische organisatie, met veel vriendjespolitiek, een old boys network dat minderheden snel buitensluit, een 'niet-zeuren'-mentaliteit en een fixatie op een publiekelijk ongeschonden imago. Die cultuur voedt ongewenste gedragingen en verhindert de bestrijding ervan.

Diepliggende mechanismen

De harde conclusies noopten staatssecretaris Barbara Visser (Defensie, VVD) tot een bescheiden opstelling: „Dat niet-melden nu de verstandigste keuze is, vinden wij onacceptabel”, zei ze tijdens de presentatie van het rapport. Visser stelde in december 2017 de commissie onder leiding van hoogleraar Ellen Giebels (Universiteit Twente) in na berichten over excessen in de kazerne van Schaarsbergen, waar militairen (seksueel) werden vernederd. Giebels is niet de eerste commissie die schrijft over de cultuur van Defensie (zie inzet), wel de eerste die heeft gefocust op de omgangsvormen in het leger.

Giebels keek naar de (afhandeling van) meldingen over ongewenst gedrag bij Defensie en stelde zelf een tijdelijk meldpunt in. Daar werden 92 meldingen gedaan. Bij wijze van steekproef zijn tien representatieve dossiers uitgeplozen en voerde de commissie gesprekken met ‘stakeholders’, onder wie melders. Het resultaat is een analyse van tachtig pagina, die opvalt door de even pijnlijke als precieze manier waarop misstanden zijn vastgelegd – inclusief tabellen.

Een getraumatiseerde Defensiefotograaf vond geen gehoor bij zijn leidinggevenden. Lees het artikel ‘We maakten vooral dingen kapot’

Zo legt Giebels gedetailleerd en indringend bloot hoe diepliggende mechanismen de sociale veiligheid in de krijgsmacht ondermijnen. Zo’n mechanisme regeert bijvoorbeeld militairen die in hun carrièrezucht verwikkeld raken „in een rat race naar hogere functies”. Of je de promotie wel of niet krijgt, is afhankelijk van positieve beoordelingen, die bestaan uit: „hij heeft zijn manschappen onder controle en zijn boeltje voor elkaar”. Wie hogerop wil, moet geen „gedoe” in zijn of haar eenheid hebben. Leidinggevenden zitten dus „in een lastige spagaat”, zegt Giebels. „Enerzijds zijn zij verantwoordelijk om signalen van sociale veiligheid aan te pakken, anderzijds kan deze aanpak hun persoonlijke bevordering belemmeren.”

Erger is dat nogal wat commandanten helemaal geen interesse hebben om misstanden aan te pakken. Misdragingen worden vaak afgedaan als „geintjes” en pesterijen zijn pas een probleem als iemand „dat zelf zo ervaart”. De ‘can do mentaliteit’ leidt er ook toe dat de afhandeling van meldingen wordt afgeschoven op het middenkader met als (onbedoeld) signaal „dat dit ‘gedoe’ maar zo snel mogelijk de wereld uit moet”.

Commandanten die wel voortvarend optreden, verdwijnen vaak uit beeld – naar een andere baan. De krijgsmacht heeft namelijk een ‘functieroulatiesysteem’, waarbij mensen steeds na een paar jaar een nieuwe functie krijgen. Deze „industrie rondom verplaatsingen” remt zowel het melden als het afhandelen van ongewenst gedrag. Want melders kunnen altijd weer hun oude kwelgeesten tegenkomen, zonder te weten waar of wanneer.

De veronderstelde ‘angstcultuur’ bleek lastig te definiëren, maar de commissie stelde voorzichtig vast dat bij belangrijke incidenten „wel degelijk sprake is geweest van aspecten van een organisatiecultuur die tot angst onder gemotiveerde en gekwalificeerde werknemers heeft geleid.”

Vakbond is sceptisch

Om die cultuur te veranderen doet Giebels vijf aanbevelingen, waarvan Visser er twee overneemt. De huidige vijftien verschillende meldpunten worden samengevoegd tot één centraal meldpunt. Ook komt er een nieuw registratiesysteem, waar meldingen afgeschermd en in vertrouwen worden behandeld. Over de andere aanbevelingen, zoals het hervormen van het roulatiesysteem, gaat Visser eerst met de commissie in gesprek. Voor het eind van het jaar zal ze de Kamer daarover informeren.

Visser heeft daarbij de ambitie om met ‘zachte’ hand een ingrijpende cultuuromslag te bewerkstelligen. Anne-Marie Snels, voorzitter van de militaire vakbond AFMP, is sceptisch: „Om de paar jaar piept dit probleem op. Dit is zo'n bureaucratische en hiërarchische organisatie, ik weet niet of deze in staat is te veranderen. Dat het beter moet, horen we al jaren. Eerst zien, dan geloven.”

    • Floor Boon
    • Karel Berkhout