Loterijwinnaars zijn wél gelukkiger

Recensie Maakt geld gelukkig? Die vraag stelt hoogleraar psychologie Ap Dijksterhuis in zijn nieuwste boek. Het antwoord: toch wel.

Illustraties Kamagurka

‘Een ongemakkelijk antwoord’, luidt de ondertitel van het deze maand verschenen Maakt geld gelukkig? Ongemakkelijk, omdat we het vervelend of zelfs gênant vinden dat geld gelukkig maakt, zegt Ap Dijksterhuis, auteur van het boek. Ook de Nijmeegse hoogleraar sociale psychologie dacht altijd dat het winnen van de loterij niet gelukkig maakte en dat geluk boven een bepaald inkomen niet toenam.

Maar toen Dijksterhuis de wetenschap beter bestudeerde, ontdekte hij dat meer geld wel degelijk gelukkiger maakt. Dat loterijwinnaars na verloop van tijd gelukkiger zijn dan ervoor, en dat mensen die meer dan 250.000 euro per jaar verdienen gelukkiger zijn dan mensen die 150.000 euro per jaar verdienen. We haalden vijf lessen uit het boek.

1. De loterij winnen maakt gelukkig

Domheidsbelasting, zo wordt meedoen met een loterij ook wel genoemd. De kans om iets te winnen is zó klein dat er eigenlijk geen enkele goede reden is om mee te doen. En dan beweert men ook nog dat het winnen van de loterij helemaal niet gelukkig maakt. Maar dat laatste blijkt dus een mythe, legt Dijksterhuis uit.

Dit jaar ontdekten onderzoekers aan de universiteiten van Stockholm en New York dat het winnen van de loterij een positief effect heeft op iemands tevredenheid met het leven. Vlak na de winst is er nog onrust en het idee dat er veel gekocht moet worden, maar naar verloop van tijd verdwijnt dat effect. Na enkele jaren ervaren loterijwinnaars zelfs méér gemoedsrust, zijn ze soms minder gaan werken en weten ze beter wat hen gelukkiger maakt. Dijksterhuis vermoedt bovendien dat tegenvallers, zoals het stuk gaan van een wasmachine of een auto, minder onrust veroorzaken als je een flink bedrag op de bank hebt staan.

2. Meer geld maakt echt gelukkiger

Heel veel geld verdienen maakt gelukkiger dan ‘gewoon’ veel geld verdienen. Nobelprijswinnaar en psycholoog Daniel Kahneman en econoom Angus Deaton, beiden werkzaam op de Princeton-universiteit, concludeerden dat als een jaarinkomen richting de 75.000 dollar per jaar stijgt, positieve emoties toenemen, en negatieve emoties en stress afnemen. Die gevoelens veranderen inderdaad niet meer boven de 75.000 dollar, maar Dijksterhuis benadrukt dat wel uit het onderzoek naar voren kwam dat onze tevredenheid nog toeneemt boven de 75.000 dollar.

Ook andere onderzoeken wijzen op de toename van geluk wanneer het jaarinkomen stijgt. Voor een alleenstaande in ieder geval tot een ton, voor een gezin met twee kinderen tot de twee ton. Wordt het inkomen nog hoger, dan stijgt geluk wel, maar slechts minder hard. Bij welk jaarinkomen het geluk helemaal niet meer toeneemt, is niet bekend.

3. Materialisme is vergelijkbaar met obesitas

Als geld zo gelukkig maakt, dan kunnen we er maar beter voor zorgen dat we zo snel mogelijk rijk worden. Wederom een verkeerde aanname, legt Dijksterhuis uit. Want hebzucht blijkt juist zeer ongelukkig te maken. Als iets de gemoedsrust verstoort, is dat wel het streven naar rijkdom. „Hebzuchtige mensen zijn minder vriendelijk, minder hartelijk, ze hebben minder empathische vermogens en ze zijn gemener”, aldus onderzoekers van de Universiteit van Würzburg.

Materialisme is volgens Dijksterhuis zelfs een psychische variant van obesitas. Het kopen van spullen geeft korte tijd plezier, maar zodra er gewenning optreedt, wil de materialist meer. En dan maakt materialisme ook nog eens eenzaam.

4. Armoede dempt geluk

„Te denken dat je gelukkig kunt zijn zonder geld, is spiritueel snobisme”, schreef de Franse filosoof Albert Camus ooit. En inderdaad, het is niet zo dat (relatieve) armoede ongelukkig maakt, maar het is wel de oorzaak van veel problemen. Zo hebben mensen met veel financiële zorgen minder energie over voor andere dingen. Hun vergeetachtigheid stijgt, hun zelfcontrole vermindert. En op die manier zorgt armoede weer voor gezondheidsklachten.

Inkomensverschillen binnen een land zorgen ook voor een daling van het geluksgevoel, concludeert Dijksterhuis uit verschillende cijfers. Rijke landen zijn vaker gelukkige landen, maar niet altijd. Daarin spelen factoren als corruptie, vrijheid en leefomstandigheden een rol.

In de Verenigde Staten is de welvaart bijvoorbeeld weliswaar flink toegenomen de laatste jaren, maar het geluk niet. En dat heeft vooral met inkomensverschillen te maken: de welvaart stijgt omdat de rijken nog rijker zijn geworden, niet omdat de onderkant van de samenleving het beter kreeg.

De (on)tevredenheid neemt nog verder toe als die inkomensverschillen zichtbaar zijn. Ben je rijker dan je omgeving? Dan ben je sneller tevreden. Maar ben je armer dan je omgeving, dan ben je sneller ontevreden.

5. Tijd, ervaringen en geven maakt gelukkig

Geld uitgeven aan spullen maakt niet gelukkig, maar met geld kun je ook tijd en ervaringen kopen, of anderen gelukkig maken. Koop dus een vaatwasmachine, huur een schoonmaker in, of ga een dag minder werken om gelukkiger te worden, schrijft Dijksterhuis. Ervaringen houden langer hun waarde vast, er is geen buurman met een ‘grotere’ ervaring en je deelt zo’n ervaring vaak ook nog eens met geliefden.

Geld weggeven maakt bovendien gelukkiger dan geld vasthouden, blijkt uit onderzoek. Of het nu om cadeautjes voor vrienden gaat, of om een bijdrage aan goede doelen. Op de universiteit van British Columbia kregen studenten een bepaald bedrag. De ene groep mocht iets voor zichzelf kopen, de andere groep mocht het weggeven. De ‘gevers’ bleken achteraf een groter geluksgevoel over te hebben gehouden aan het geldbedrag.

Geld kan je leven aanzienlijk verbeteren, is dus de conclusie van Maakt geld gelukkig? Maar om dat geluk te bereiken, mag je niet hebzuchtig of materialistisch zijn. En je moet wel het werk doen dat je leuk vindt en dat voldoende betekenis geeft, blijkt uit tal van studies. Pas als je dáár dan heel goed voor wordt betaald, maakt geld echt gelukkig.

    • Alex van der Hulst