Hoe Indonesië naar de kolonisator kijkt

Koloniaal verleden Als zoon van een Indië-veteraan reisde Maarten Hidskes door Indonesië om in gesprek te gaan over het koloniale verleden.

Patrouille van een kampongwacht bij Makassar, de hoofdstad van de toenmalige provincie Zuid-Celebes, nu Sulawesi, in februari 1947. Foto Nationaal Archief

‘Hun belangrijkste vraag was hoe we de geschiedenis post-koloniaal kunnen maken. Hoe we uit die standaardrollen kunnen stappen van Indonesië als slachtoffer en Nederland als koloniale macht”, vertelt auteur Maarten Hidskes. Tijdens zijn toer naar aanleiding van de Indonesische vertaling van Thuis gelooft niemand mij (2016) voelde hij zich gelukkig helemaal niet als „die Hollander” behandeld. Indonesische studenten benaderden hem meer als onderzoeker of historicus.

Hidskes schreef een paar jaar geleden een boek over het gewelddadige verleden van zijn vader in Nederlands-Indië. Dat werd onlangs in het Indonesisch vertaald en Hidskes reisde de voorbije drie weken door Indonesië om erover te spreken met studenten, veteranen en docenten geschiedenis aan universiteiten. Hij wilde „onze gezamenlijke geschiedenis bespreken en van elkaar leren”.

Het boek leest als een speurtocht naar wat zijn vader Piet precies aan gewelddadigheden moet hebben uitgevoerd tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in het zuiden van Sulawesi. Piet Hidskes diende er onder de beruchte kapitein Raymond Westerling, die in de jaren 40 opdracht had gekregen de onafhankelijkheidsstrijd de kop in te drukken. Onder zijn leiding waren standrechtelijke executies en mishandelingen gebruikelijk.

In 1992 overleed Piet Hidskes, vader en zoon hebben er nooit over gepraat. Zoals zoveel Indië-veteranen hield vader Hidskes zijn mond over de oorlog. Dus ging Maarten zelf op zoek. Hij speurde in archieven en sprak met vrienden van zijn vader die ook onder Westerling dienden.

Nazaat van een agressor

Tijdens de officiële boekpresentatie in Jakarta, in de eerste week van Hidskes’ reis, zit hij met historicus Anhar Gonggong op het podium. Gonggong is in Indonesië een bekende historicus en Hidskes had hem gevraagd het voorwoord van de Indonesische versie van zijn boek te schrijven. De vader, broers en ooms van Anhar Gonggong werden in de onafhankelijkheidsoorlog gedood – door troepen die onder Westerling vielen.

Het bezorgde Maarten Hidskes wel de rillingen, vertelt hij achteraf, dat ze zo naast elkaar zaten. „Mijn vader zou zomaar op zíjn vader gejaagd kunnen hebben. Hij heeft familie verloren, ik ben een nazaat van de agressieve re-kolonisator. En daar zaten we, allebei als zoon van.” Al is het volgens Hidskes en alle documentatie die hij erop nasloeg, niet meer vast te stellen of hun vaders elkaar zijn tegengekomen in het zuiden van Sulawesi, toen nog Celebes geheten.

De cruciale vraag die Anhar Gonggong tijdens de presentatie hardop stelt: wat dééd Nederland weer in Indonesië, nadat de Japanse bezetting was beëindigd in 1945? „Waarom begrepen ze niet dat wij onafhankelijkheid wilden? Ze hadden een zucht naar trots en imperialisme.” Als Nederland had ingezien dat Indonesië zelfstandig verder wilde, was er nooit geweld geweest, zegt Gonggong.

Lees ook het opiniestuk: Tempo Doeloe? Een gruwelijke bezetting!

Onbegrip

Dit onbegrip over de Nederlandse herbezetting van Indonesië in de jaren 40 kwamen op andere universiteiten ook steeds terug, zegt Hidskes: „Studenten snappen niet wat Nederland hier weer kwam doen na de oorlog. Ik vertelde hun dat het in Nederland juist als raar werd beschouwd als je in die tijd geen Nederlands-Indië zei, maar Indonesië. Want daarmee zou je de onafhankelijkheid al erkennen en dat kon toch niet.”

De studenten in het zaaltje in Jakarta vinden het vooral goed dat Hidskes en Anhar Gonggong een nieuw perspectief op de geschiedenis bieden. Het Indonesische onderwijs houdt nog zo veel aspecten van de oorlog verborgen, zegt eerstejaars geschiedenisstudent Ariq Bachtera Putra. „En dat is alleen omdat de Indonesische strijders als helden, overwinnaars gezien moeten worden.”

De student vertelt dat hij op school altijd heeft geleerd dat er wel 40.000 Indonesiërs zijn omgekomen door Westerling. „Vanaf vandaag weet ik dat dit aantal misschien niet klopt. Voor ons studenten is het zo belangrijk dat we niet alles voor waar aannemen.” Maarten Hidskes zei bij zijn presentatie dat geen betrouwbare cijfers bestaan over het aantal slachtoffers in Zuid-Sulawesi, het varieert van tientallen tot tienduizenden.

In Indonesië ontstaat voorzichtig de behoefte aan een ander verhaal dan het helden-epos van het eigen leger, vooral onder historici. Die zoektocht verloopt moeizaam en ligt gevoelig, zegt Hidskes: „Op de universiteit van Malang hebben militairen vorige week nog een lezing over de koloniale geschiedenis verboden.”

Daar komt bij: zó populair is het thema nu ook weer niet. Eén van de studenten, Tanda Rizkygani, vertelt dat hij als zo’n beetje de enige van zijn vrienden geïnteresseerd is in de koloniale tijd. „De rest vindt de periode na 1998 interessanter, de jaren na de val van president Soeharto.” Een ander probleem is het bronnenmateriaal. „Het vinden van goede primaire én secundaire bronnen is echt moeilijk.”

Maarten Hidskes keerde maandag terug naar Nederland. Zijn reis leverde zoveel aanknopingspunten op, dat de volgende al op stapel ligt. Met historicus Anhar Gonggong wil hij een tweede boek schrijven. Het perspectief van de guerrillastrijd van de familie van Gonggong moet er naast de denkwereld van zijn vader in komen. Want, zegt Gonggong: „We moeten geen wraakgevoelens meer hebben. Het is tijd de geschiedenis met een volwassen blik te bekijken.”

    • Annemarie Kas