Grote veiling van 17de-eeuwse meesters van Albada Jelgersma

Veiling Hij hield van ‘mooie spullen’ zei de in juni 2018 overleden zakenman Eric Albada Jelgersma. Christie’s veilt in december ruim veertig oude meesters. Verwachte opbrengst: zeker 30 miljoen euro.

Twee anonieme portretten van Frans Hals uit 1637, afkomstig uit de collectie van Eric Albada Jelgersma. Richtprijs 9-14 miljoen euro. Beeld Christie’s

Nog geen half jaar na zijn overlijden veilt Christie’s in Londen een groot deel van de kunst- en antiekverzameling van zakenman Eric Albada Jelgersma (1939-2018). Dat heeft het veilinghuis bekendgemaakt.

De tweedaagse ‘one owner sale’ van The Eric Albada Jelgersma Collection belooft een spektakel te worden. In een avondveiling op 6 december zullen meer dan veertig schilderijen van zeventiende-eeuwse Hollandse en Vlaamse meesters te koop worden aangeboden. Een dag later verkoopt het veilinghuis nog eens 350 kavels met antiek en kunst afkomstig uit Albada’s huizen in Amsterdam en Brussel.

Het veilinghuis verwacht een opbrengst van minstens 26 miljoen pond, zo’n 29,5 miljoen euro.

Hoogtepunten van de veiling zijn twee uit 1637 daterende portretten door Frans Hals (richtprijs 9-14 miljoen euro), het dubbelportret Venus en Adonis van Anthony van Dyck (3-4 miljoen) uit 1620-1621 en een landschap van Jan Brueghel de Oudere (3,5-5,5 miljoen). Ook worden er schilderijen aangeboden van Judith Leyster, de bekendste vrouwelijke kunstenaar uit de Gouden Eeuw, Gerard ter Borch en Ambrosius Bosschaert. Onder de kavels op de antiekveiling van 7 december zijn oude Britse meubels, Chinese keramiek en vele Wunderkammer-objecten.

De in Parijs en New York gevestigde kunsthandelaar Bob Haboldt spreekt van „een solide collectie Hollandse en Vlaamse oude meesters”, die goeddeels met hulp van de in 2007 overleden kunsthandelaar Rob Noortman tot stand is gekomen.

Twee anonieme portretten van Frans Hals uit 1637, afkomstig uit de collectie van Eric Albada Jelgersma. Richtprijs 6-9 miljoen pond. Foto’s Christie’s

Katholiek gezin

Eric Albada Jelgersma, ‘Wilde Eric’, was een van de grootste supermarktondernemers uit het naoorlogse Nederland. Hoe hij aan zijn bijnaam kwam, is niet helemaal duidelijk. Zelf vertelde hij daarover twee verhalen: als student was hij eens met een motor de roltrap van een warenhuis opgereden. De andere verklaring is dat hij eens een van de onderhandelingstafel weggelopen vakbondsman betrapte toen die in een lege vrachtwagen de liefde bedreef met een caissière uit een van zijn supermarkten.

Als oudste zoon uit een groot katholiek gezin bouwde Albada de groothandel in levensmiddelen van zijn vader uit tot supermarktconcern Laurus (Super de Boer, Konmar, Edah). Eind jaren negentig streed zijn bedrijf nog met Ahold om het marktleiderschap in Nederland. Op papier was Albada toen goed voor zo’n 1,8 miljard euro. Maar door allerlei mislukte zakelijke operaties van Laurus, waartegen Albada tal van rechtszaken voerde, verdampte een deel van zijn vermogen. In de laatst verschenen Quote 500, de jaarlijkse lijst van rijke Nederlanders, werd zijn vermogen geschat op 320 miljoen euro.

Tegen het zakenblad Quote zei Albada eens: „Ik val dood op een cent, maar ik hou van mooie spullen.” Hij bezat huizen en kastelen in Amsterdam, Brussel, Frankrijk, Italië, Spanje en Zwitserland. Ook kocht hij drie gerenommeerde wijnchâteaus in de Bordeaux (Giscours en Du Tertre) en in Toscane (Caiarossa) en verzamelde hij klassieke auto’s.

Foto Christie’s
Foto Christie’s
Foto Christie’s
De schouw in het huis van Eric Albeda Jelgersma in Brussel, met aan de wand Judith Leysters schilderij ‘Vrolijk gezelschap’. De keuken van een van Albeda Jelgersma’s woningen in Amsterdam, en de bibliotheek van zijn woning in Brussel. Foto’s Christie’s

In januari 2005 kreeg Albada in het Caraïbisch gebied een ongeluk dat zijn leven drastisch veranderde. Op zijn 52 meter lange zeiljacht Liberty II schoot een stoel los en hij viel met zijn nek op een reling, waardoor hij een dwarslaesie opliep. Na een lange revalidatie, waarbij hij de computer en de telefoon leerde bedienen door te blazen in een rietje, leefde hij de laatste dertien jaar van zijn leven als Philippe Pozzo di Borgo, de eveneens vanaf zijn nek verlamde hoofdpersoon uit de Franse film Intouchables (2011). Omringd door een staf van medisch en verzorgend personeel reisde Albada in zijn helikopter heen en weer tussen zijn diverse huizen en kastelen.

Ondanks dat het hem niet meer lukte om zelfstandig een glas wijn naar zijn mond te brengen, bleef hij strijdbaar. „Er zijn zoveel mensen om me heen van wie ik hou”, zei Albada in 2005 in een interview in NRC, „ik ga door.”

In een rolstoel bezocht Albada twee jaar geleden nog de Maastrichtse kunstbeurs TEFAF. Als kunstkoper kon hij stevig onderhandelen, zegt kunsthandelaar Bob Haboldt. „Eric was heel ad rem. Hij zei zelf vaak dat hij ‘onderhandelde als een kruidenier’. Dat was raak getypeerd.”

Drie kinderen

Zijn drie kinderen Dennis, Derk en Valerie laten in het persbericht van Christie’s weten dat ze vorig jaar uitgebreid met hun vader hebben overlegd over zijn collectie. De beslissing om delen van de verzameling te laten veilen nam hij zelf. „Hij wilde dat zijn werken weer in handen konden komen van een nieuwe generatie verzamelaars.” Begin dit jaar heeft Albada volgens zijn kinderen nog persoonlijk met het veilinghuis onderhandeld over de verkoop van zijn collectie.

De erven verkopen niet alleen kunst van Albada. Ook diverse van zijn huizen in binnen- en buitenland staan te koop. Dat geldt onder meer voor zijn 389 vierkante meter grote appartement in Amsterdam-Zuid.

Anthony van Dyck, Venus en Adonis, 1620-1621 (verwachte opbrengst 3-4 miljoen euro), Judith Leyster, Vrolijk Gezelschap, 1629 (verwachte opbrengst 1-2 miljoen euro) Foto’s Christie’s

    • Arjen Ribbens