Einde van de ‘Amerikaanse V&D’

Warenhuis Jarenlang was Sears een icoon in de VS, maar lijkt nu definitief te hebben verloren van het internet. Maandag werd uitstel van betaling aangevraagd.

Een winkel van Sears in Toronto. Het Canadese onderdeel van het warenhuis ging in 2017 al failliet. Foto Cole Burston/Bloomberg

Vrijdag stuurde de autoafdeling van Sears nog een tweet rond met de jongste kortingscoupons: 25 procent op accu’s, 10 procent op banden, 20 dollar korting op uitlijnen, 89,99 dollar op een onderhoudsbeurt voor de zomer. Het is zeer de vraag of dat laatste ooit nog zal gebeuren. Sears, de V&D van de Verenigde Staten, vroeg maandag uitstel van betaling aan. Eddie Lampert, wiens hedgefonds ESL de grootste aandeelhouder van het warenhuis is, stapte op als topman.

Zo lijkt Sears dus ook in dit opzicht op V&D – en op al die andere grote winkelmerken die onder druk van de digitale revolutie zijn bezweken. En net zoals in Nederland het faillissement van V&D bespiegelingen inluidde over het einde van de winkelstraat, zo spreken Amerikaanse media en analisten over het einde van de shopping mall. J.C. Penney, Kmart, Macy’s, ketens die in heel Amerika sinds decennia de stutten zijn onder de geclusterde winkelcentra, staan nu allemaal te wankelen onder het gewicht van hun vierkante meters winkelvloer.

Elk jaar gaan ketens van ‘fysieke’ winkels failliet. Eerder deze maand was het de beurt aan speelgoedgigant Toys ‘R’ Us. En nu dus Sears, dat in 2004 fuseerde met Kmart.

Toch moet Sears (ruim 500 vestigingen in de VS, zo’n 90.000 personeelsleden) ook iets te verwijten vallen, want er zijn vergelijkbare brick and mortar winkels – zo worden de niet-digitale ketens genoemd om ze van Amazon te onderscheiden – die hun omzet en winst de afgelopen jaren wel zagen stijgen. Walmart, een keten die qua assortiment deels met Sears overlapt, boekte een omzetstijging van bijna 405 miljard dollar in 2010 naar 481 miljard in 2017. De doe-het-zelfketen Home Depot boekte in 2017 een omzetstijging van 6,2 procent. Ter vergelijking: 2010 was het laatste jaar dat Sears winst boekte, 133 miljoen dollar. In de jaren daarna telden de verliezen op tot meer dan 10 miljard dollar.

Sears torst een schuldenlast van bijna 6 miljard dollar. Een substantieel deel daarvan staat uit bij grootaandeelhouder ESL – een typische investeringsfondsconstructie die ertoe leidt dat Eddie Lampert in zijn Sears-functie verlies op verlies leed, terwijl hij als topman van ESL de inkomsten uit de rente op Sears’ miljardenleningen incasseerde.

Ooit was Sears wat Amazon en Zalando nu zijn: een verwoestende vernieuwer van het winkelbedrijf. In de jaren negentig van de negentiende eeuw introduceerde oprichter Richard Warren Sears de catalogus waarmee mensen per post hun koopwaar konden bestellen. Hij was klein begonnen, met een partij horloges die hij op de kop had getikt.

Luilekkerboek

In 1906 ging het bedrijf de beurs op. Datzelfde jaar bouwde Sears een fabriek in Chicago, met een eerste Sears-toren erbij. De catalogus groeide in de eerste helft van de twintigste eeuw uit tot een luilekkerboek, waarvan de decembereditie Sears Wishbook werd genoemd. De door het hele land rondgestuurde catalogus werd ook een icoon omdat mensen de bladzijden van het vuistdikke boek als wc-papier gebruikten.

Toen de Amerikaanse demografie in de decennia rond de Tweede Wereldoorlog kantelde van het platteland naar de steden, liet Sears zijn postorderdogma los en werden er winkels gebouwd waar het stedelijk publiek kon winkelen – vooral in arbeidersbuurten. Sears was laagdrempelig, de klanten haalden in principe zelf hun spullen uit de schappen, zonder hulp van winkelpersoneel.

In 1974 werd in Chicago de bouw van een nieuwe Sears Tower afgerond, met meer dan 442 meter het hoogste gebouw ter wereld, hoger dan de Twin Towers van het World Trade Center in New York. Het was meer dan symboliek. Sears stond op het toppunt van zijn economische kracht. Letterlijk, want het volgende decennium zou de val inzetten – langzaam, maar gestaag.

Lees ook: De mall wordt een pretpark, welkom in de nieuwe Amerikaanse Nachtmerrie

In 1993 werd de algemene catalogus afgeschaft. In die jaren begon Sears de ene activiteit na de andere af te stoten. In 2003 kocht Citibank de Sears creditcard. In 2004 kocht Kmart in het kader van een vergaande herstructurering voor 11 miljard dollar Sears. Ze gingen samen verder als Sears Holding, illustratief voor de aantrekkingskracht van de naam.

Het aantal winkels kromp van 3.500 in 2010 naar ruim 500 in 2018. In 2016 begonnen geluiden over een faillissement te klinken. Vanaf vorig jaar was de enige vraag nog: wannéér gaat Sears failiet? De trotse toren in Chicago heet sinds 2009 Willis Tower.

‘Werkt hier niemand?’

Vorige week leverde een bezoek aan een Sears-filiaal in Bethesda, Maryland, al een droevige aanblik op. Honderden vierkante meters winkelvloer, met in een uur tijd vijftien à twintig klanten tussen de schappen.

Een man loopt, al bellend over een automatiseringsopdracht, met drie kleerhangers en twee T-shirts van lege kassa naar lege kassa. „Werkt hier niemand”, vraagt hij hardop. Op de schoenenafdeling rinkelt de telefoon – een toestel uit vroeger tijden, beige, met een lang kronkelsnoer – tien, vijftien keer, zonder dat iemand komt kijken.

In de gang naar de toiletten staat een werknemer zijn koffiekan te vullen onder het fonteintje. Op de afdeling ‘vrouwengeuren’ zoekt een enkele klant naar een zeepje. Nee, zegt ze, ze komt ze hier zelden of nooit. Ze trekt een bedenkelijk gezicht. „Ze hebben hier nauwelijks keuze. Als er al eens een jurk hangt die ik aardig vind, hebben ze ’m niet in mijn maat.”

Koopt ze haar spullen dan bij Macy’s, het warenhuis dat aan de andere kant van deze shopping mall ligt? „Nee, daar kom ik ook nooit. Ik koop mijn kleren online.” Waarom is ze hier dan vandaag? „Ik werk hierboven in een kantoor. Als ik pauze heb, loop ik wel eens naar beneden. De mensen zijn hier aardig hoor. Áls ze er zijn. Moet je rond lunchtijd komen, dan is er echt helemaal geen personeel te zien.”

Dat personeel is er de laatste jaren allemaal uitgewerkt, in een poging kosten te drukken om de rentelasten te kunnen blijven betalen. En nu de winkels dichtgaan, wrijven de concurrenten zich in de handen. Hoe slecht het ook ging, de omzet van Sears en Kmart samen was in 2017 nog altijd 8,7 miljard dollar. Die klandizie moet ergens zijn boodschappen doen. Wie niet wil overstappen naar online winkelen, kan voor het Sears-assortiment terecht bij ketens als Walmart, Target, Home Depot, Best Buy. Die winkels hebben de laatste jaren ook werk gemaakt van hun digitale activiteiten.

Analisten waarschuwen deze bedrijven niet te hard te juichen. Wat heeft het voor zin de laatste overlever te zijn in een uitstervende markt?

    • Bas Blokker