Opinie

    • Merijn Oudenampsen

De middenpartijen waren altijd al innig verweven met radicaal-rechts

De middenpartijen hebben een belangrijke rol gespeeld in het ontstaan van radicaal-rechts populisme, betoogt .

Frits Bolkestein (links) krijgt het eerste exemplaar overhandigd van het boek Geert Wilders. De tovenaarsleerling, geschreven door Meindert Fennema (rechts). Foto Valerie Kuypers/ANP

Er is de laatste tijd veel te doen geweest over de uitspraken van Stef Blok en het wijkenplan van Klaas Dijkhoff. Al langere tijd stellen toonaangevende politicologen als Cas Mudde dat het politieke midden de taal van het populisme is gaan overnemen. Publicist Joshua Livestro beweerde het recent in NRC (Affaire-Blok moet VVD en CDA wakker schudden, 1/9). Wie echter terugkijkt naar de recente Nederlandse geschiedenis, ziet dat het politieke midden altijd al veel sterker verweven is geweest met het rechts-populisme, dan veelal wordt aangenomen.

Het gebruik van de bril van het populisme om politieke ontwikkelingen in Nederland te analyseren heeft duidelijk voordelen, alleen al vanwege de heldere focus op rechts-populistische partijen. Het kan echter ook leiden tot blinde vlekken: het laat de gevestigde partijen buiten beeld, en negeert de rol van spilfiguren daarbinnen, zoals Frits Bolkestein of Ayaan Hirsi Ali. De VVD ontwikkelde al in het begin van de jaren negentig haar eigen kritiek op islam en immigratie, lang voor de officiële opkomst van populistische partijen.

Toch zijn het doorgaans de populistische partijen die de meeste invloed krijgen toebedeeld door onderzoekers en journalisten, terwijl de middenpartijen op controversiële ontwerpen als immigratie, islam en law and order als reactief worden gezien: hun rol is beperkt tot het accommoderen van het populisme of ze kunnen ‘besmet’ raken door populistisch discours. Het is tijd om dat passieve beeld van het politieke midden bij te stellen.

Lees het opiniestuk van Joshua Livestro: Affaire-Blok moet VVD en CDA wakker schudden

Aan de ene kant hebben middenpartijen een belangrijke rol gespeeld in het ontstaan van radicaal-rechts populisme. Zo werkte Geert Wilders lange tijd voor Bolkestein. In een interview met The New York Times, dat onderdeel vormde van een profiel over Wilders, beschreef Bolkestein zijn voormalige assistent als de ‘tovenaarsleerling’ uit het beroemde verhaal van Goethe. Bolkestein had Wilders politiek geschoold, maar Wilders had niet geleerd om terughoudendheid te bewaren. „De leerling weet niet hoe hij moet stoppen”, aldus Bolkestein.

Een vergelijkbare situatie deed zich voor toen het eerste exemplaar van Fortuyns boek De verweesde samenleving (1995) warm werd ontvangen door Enneüs Heerma, toenmalig leider van het CDA. Heerma hield een danklezing op de boekpresentatie, geschreven door Sybrand Buma, die zijn politiek assistent was in die tijd. In zijn boek Tegen het cynisme (2016) benadrukt Buma het belang van dat moment en de overeenkomsten tussen wat hij de ‘ideologiekritiek’ noemt van Fortuyn en het CDA.

Fortuyn, die inderdaad een soort intellectuele spons was, had veel van zijn ideeën ‘geleend’ van het CDA. De terugkeer naar ‘de menselijke maat’, een bekende slogan van Fortuyn, was al langere tijd een speerpunt van het CDA. Het stond centraal in het voorjaarscongres van 1995 en in het rapport Nieuwe wegen, vaste waarden. Jos van Gennip, directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, pleitte voor ‘het herstel van de menselijke maat’ in reactie op trends als globalisering, toenemende sociale onzekerheid, anonimisering en onveiligheid. Het CDA moest zich volgens Van Gennip opwerpen als contrapunt voor de heersende cultuur, ook al zou dat de hoon en minachting van de ‘grachtengordel’ wekken, een term die niet lang daarna vleugels zou krijgen.

Conservatieve stromingen binnen middenpartijen gebruikten het populisme als stormram

Andersom is ‘mainstream rechts’ in staat gebleken om een deel van zijn politieke agenda te verwezenlijken dankzij de electorale successen van populistisch radicaal-rechts. Zoals Thijs Jansen, hoofdredacteur van Christen Democratische Verkenningen, in 2004 zou schrijven: „En een aantal belangrijke elementen uit dat politieke alternatief van Fortuyn strookten met de hervormingsagenda van het CDA, of waren daar zelfs – had ik soms de indruk – aan ontleend. En daarmee fungeerde Fortuyn als stormram voor het CDA om die agenda te realiseren.”

Er is dus sprake van een complexe vorm van tweerichtingsverkeer: het rechts-populisme ontleende een groot deel van zijn politieke agenda aan de conservatieve stromingen binnen de middenpartijen, terwijl deze stromingen op hun beurt het populisme zogezegd als stormram gebruikten.

Of, in minder dramatische bewoordingen: als een instrument om hun eigen agenda te realiseren, vaak tegen de zin in van de meer centristische en progressieve stromingen binnen de eigen partij. Zoals de conservatieve christen-democraat Hans Hillen betoogde: „Pim ploegt voor ons de akker om waarop wij electoraal kunnen oogsten.” De electorale doorbraak van de PVV in 2010 was in die zin een herhaling van 2002. Dezelfde Hillen ijverde in 2010 voor het ‘verend opvangen’ van Wilders. Andersom verwerft Wilders op zijn beurt politieke legitimiteit door zijn aantoonbare succes in het naar rechts trekken van de middenpartijen.

Als gevolg van de beeldbepalende rol van het rechts-populisme is de rol van de middenpartijen veel minder opgevallen. Op die manier heeft de indruk kunnen postvatten dat het rechts-populisme inderdaad de enige motor is achter de veranderingen in de Nederlandse politiek, terwijl de middenpartijen zich op passieve wijze hebben aangepast aan historische trends. Een correctere beschrijving van de relatie tussen de middenpartijen en het rechts-populisme is wat historici een histoire croisée noemen: „een geschiedenis van verwevenheid en verstrengeling waarin niet meer helemaal duidelijk is wie vernieuwt, wie zendt en wie ontvangt”.

    • Merijn Oudenampsen