België krijgt eerste zwarte burgemeester

Pierre Kompany wordt de eerste zwarte burgemeester van België. “We hebben mensen aangesproken van alle rassen en gemeenschappen.”

Pierre Kompany tijdens een wandeling door Brussel (foto uit 2015). Foto Christophe Ketels / Belga Photo

Het is een goed jaar voor de familie Kompany: deze zomer behaalde Rode Duivel Vincent Kompany de derde plaats op de wereldkampioenschappen met het immens populaire Belgische voetbalteam, en nu wordt zijn vader burgemeester. Hij zal de eerste zwarte burgemeester van België zijn.

Zondag werden in heel België gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Het ProGanshoren van vader Kompany, een combinatielijst van de christen-democraten van CDH/CD&V en onafhankelijken, behaalde 28,3 procent van de stemmen. Ganshoren, een van de negentien gemeenten in het Brussels Gewest, raakt daarmee zijn oude socialistische burgemeester Michèle Carthé kwijt.

Pierre Kompany (1947), in 1975 als politiek vluchteling naar België gekomen vanuit de voormalige kolonie Congo, laat in De Standaard weten dat hij “niet had gedacht” dat al het harde werk voldoende zou zijn om burgemeester te worden. Zijn verklaring voor dat het toch gelukt is: “We hebben mensen aangesproken van alle rassen en gemeenschappen. Daarom is onze score zo hoog.” Kompany, die al wethouder in de stad en Brussels parlementslid voor CDH was, ziet dit als “bewijs dat mensen appreciëren wat ik doe”.

ProGanshoren had als slogan voor de verkiezingen ‘Proactief, Progressief en Professioneel’. Kompany wil onder meer werk gaan maken van de netheid in de gemeente, die zo’n 24.000 inwoners telt. Ook wil hij een “intergenerationele gemeenschap waarin jongeren en ouderen hand in hand gaan met elkaar” bevorderen.

Kompany heeft de overwinning zondagavond met zijn familie gevierd, inclusief zijn speciaal overgekomen zoon Vincent. In een filmpje op Instagram feliciteren hij en zijn broer François, ook voetballer, hun vader met de overwinning: “De eerste zwarte burgemeester van België! Het is wat laat, maar het is vooruitgang.”

    • Anouk van Kampen