19 dagen cel geëist tegen vrouw die zoon (3) achterliet

Rechtszaak Nabila R. liet in 2017 haar zoontje achter op Amsterdam Centraal. Een voorwaardelijke straf moet als waarschuwing dienen.

Het busstation achter Amsterdam Centraal. Foto Berlinda van Dam/Hollandse Hoogte

Wat ze heeft gedaan staat vast. Dat Nabila R. op 26 november 2017 haar 3-jarige zoontje achterliet op station Amsterdam Centraal, heeft ze toegegeven. Het was de enige uitweg, vertelt de 40-jarige vrouw maandagochtend in de Amsterdamse rechtbank.

Maar hoe kan het dat dit de enige oplossing was die zij zag voor haar zoon? Via een tolk geeft de vrouw antwoord op vragen van de rechter, soms snikkend. „Hij was heel erg ziek, hij praatte niet, niemand kon mij helpen”, zegt ze zacht. Haar advocaat Romy Hartman spreekt van een wanhoopsdaad. „De problemen zijn cliënt boven het hoofd gegroeid.”

Nabila R. werd aangehouden nadat de politie camerabeelden van haar had verspreid. Daarop is te zien hoe zij op 26 november rond kwart over één ’s middags met twee rolkoffers door de stationshal loopt en haar zoontje in de buurt van het busplatform achterlaat. Een buschauffeur trof het jongetje aan en bracht hem naar de politie.

De vrouw, die oorspronkelijk uit Marokko komt, woonde eerder in Italië en leefde daar op straat nadat ze door haar partner uit huis was gezet. Ze ging naar een vriendin in Nederland omdat ze hulp wilde voor haar kind, dat waarschijnlijk een autistische stoornis heeft. De vriendin kon echter niet helpen. „Ze zei tegen mij: je zoon schreeuwt te veel en ik kan daar niet tegen.”

Vliegticket naar Casablanca

Een psycholoog die R. onderzocht, constateerde dat ze lijdt aan depressie. Ze is zwakbegaafd en analfabeet. „Dat maakt dat u niet zoveel mogelijkheden ziet om oplossingen voor uzelf te vinden”, zegt de voorzittend rechter.

Een andere rechter vraagt of het klopt dat de vrouw definitief afscheid wilde nemen van haar zoon: bij haar aanhouding werden in haar tas een treinkaartje naar Schiphol en een vliegticket naar Casablanca aangetroffen. Ze antwoordt dat ze niet echt van plan was om weg te gaan. „Ik kon niet helder denken.”

De officier van justitie zegt begrip te hebben voor de moeilijke situatie van de moeder, maar vindt ook dat zij een groot risico heeft genomen. „Er hadden hele ernstige dingen kunnen gebeuren met uw zoon.” Omdat de officier wil voorkomen dat het achterlaten van een kind in de toekomst als oplossing wordt gezien, omvat de strafeis naast 19 dagen gevangenisstraf – het aantal dagen dat de vrouw al heeft vastgezeten – ook 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, op voorwaarden van een behandelverplichting en dagbesteding.

Zoon in pleeggezin

Nabila R., die op een locatie van het Leger des Heils verblijft, krijgt nu passende zorg. Maar het feit dat zij geen verblijfstatus heeft, maakt het lastig om zaken te regelen, vertelt een reclasseringsambtenaar die ook in de rechtszaal aanwezig is. „Als zij ongewenst verklaard wordt, betekent dat dat het hulpverleningstraject afloopt en we niets meer voor haar kunnen doen.” Er loopt inmiddels een aanvraag voor een verblijfsstatus.

Met haar zoontje heeft Nabila R. wekelijks contact. Hij is ondergebracht bij een pleeggezin en maakt het naar omstandigheden goed: hij gaat naar school en is begonnen met praten. Op de vraag van de rechter hoe de vrouw haar toekomst ziet, antwoordt zij dat ze haar kinderen graag bij zich wil hebben – ze heeft nog een dochter in Marokko. Het liefst wil ze in Nederland blijven. „Maar dat is niet aan mij om te beslissen.”

De uitspraak is op 29 oktober.

Correctie (18 oktober 2018): In een eerdere versie van dit artikel was de naam van de advocaat geschreven als Ruby Hartman. Dat moet Romy Hartman zijn, en is aangepast.

    • Anne-Martijn van der Kaaden