De koers kleurde oranje dit jaar

Wielerseizoen 2018

Van Niki Terpstra tot Rozemarijn Ammerlaan: 2018 was een topjaar voor het Nederlands wielrennen. En de rek lijkt er nog niet uit.

Tussen de vallende bladeren in de Ronde van Lombardije stond hij voor het eerst in een grote klassieker als kopman aan de start: Sam Oomen, net 23 jaar. Zelf afgedwongen na een sterk WK in Innsbruck: veertiende. Maar zaterdag schoot Oomen toch tekort, toen de besten aangingen op de gevreesde Muro di Sormano. Ver achter winnaar Thibaut Pinot eindigde de kopman van Sunweb als 27ste. Last van een heupblessure, gaf ploegleider Arthur van Dongen aan. „We konden niet mee toen de koers ontplofte.”

Oomen was in Lombardije wel de beste Nederlander, zoals hij dat met een twaalfde plaats ook was in Luik-Bastenaken-Luik. Twee grote wedstrijden waarin de Nederlandse renners geen hoofdrol speelden, uitzonderingen in een topseizoen. Van voor- tot najaar, in Giro, Tour en Vuelta, tot en met het WK toe: de koers kleurde oranje. Mannen, vrouwen, talenten en routiniers. Klimmers, sprinters en tijdrijders. En de rek lijkt er nog niet uit. Wat zegt 2018 over 2019?

Steven Kruijswijk onderweg in de Ronde van Romandië. Foto VALENTIN FLAURAUD/EPA

Voorjaar

Wie voorspelde in februari dat de Colombiaanse sprinter Alvaro Hodeg afgelopen zaterdag in de Ronde van Turkije de 71ste zege voor zijn ploeg Quickstep zou behalen, een evenaring van het oude seizoenrecord uit 2000? Maar achteraf kondigde de dominantie van de ploeg van manager Patrick Lefevere zich toen al aan in de barre editie van Le Samyn, een doordeweekse koers in België. Niki Terpstra rondde met een fraaie solo de overmacht van zijn ploeg af, zoals hij later ook de semiklassieker E3 Harelbeke won. En de Ronde van Vlaanderen, als eerste Nederlander sinds Adrie van der Poel in 1986. „Het was de liefde voor de koers”, zong hij na afloop onvergetelijk, vrij naar Raymond van het Groenewoud.

Terpstra (34) rijdt komend seizoen voor het Franse Direct Energie. Kan hij evenveel winnen zonder de Belgische superploeg? Quickstep schoof dit jaar al de volgende Nederlandse troef naar voren. Sprinter Fabio Jakobsen (22) kleurde zijn profdebuut met zes zeges, in onder meer de semiklassiekers Nokere Koerse en Scheldeprijs. Wellicht kan Jakobsen in de toekomst ook zwaardere eendagskoersen goed aan. „Ik wil mijn motor uitbouwen van een snelle scooter tot een dikke Harley”, zegt hij zelf. Nog meer perspectief op Nederlands succes: nationaal kampioen Mathieu van der Poel zal meer op de weg gaan rijden, onder meer in Gent-Wevelgem.

Grote rondes

Dylan Groenewegen viert zijn zege in de achtste etappe van de Tour de France, tussen Dreux en Amiens. Foto BAS CZERWINSKI/ANP

„De Tourzege staat ook wel op mijn bucketlist”, sprak Tom Dumoulin zondag in een terugblik op zijn seizoen bij de NOS. „Maar niet in zoverre dat ik mijn carrière niet geslaagd zal vinden als ik ‘m niet win.” Intelligentie en realisme kunnen de 27-jarige Limburger niet worden ontzegd. Natuurlijk had hij een topjaar, met tweede plaatsen plus tijdritzeges in de Giro en de Tour, twee grote rondes die sinds Marco Pantani (dubbele winst in 1998) niemand meer zo succesvol combineerde. Eerste Nederlander op het Tourpodium sinds Erik Breukink in 1990. Tweede (tijdrit) en vierde (wegwedstrijd) op het WK bovendien. En dat na een voorseizoen waarin de Girowinnaar van 2017 „schijtziek” werd van alle tegenslag, op wieler- en privévlak met sterfgevallen in de familie.

Maar of Tourwinst realistisch is? Dit jaar domineerden de Britten in de grote rondes, met eindzeges voor Chris Froome (Giro), Geraint Thomas (Tour) en Simon Yates (Vuelta). Het Sky-bolwerk (Froome en Thomas) is door Dumoulin en Sunweb niet zomaar te kraken. Bij het Nederlandse Lotto-Jumbo, dat een topjaar kende, loopt de prestatiecurve van de Sloveen Primoz Roglic steil omhoog. Maar houdt Steven Kruijswijk, vierde in de Vuelta en vijfde in de Tour, ruimte om naast de voormalige schansspringer voor eigen kans te gaan? En hoeveel renners offert de ploeg op voor Dylan Groenewegen, die twee Tourritten won en na twintig jaar Jeroen Blijlevens opvolgde als Nederlandse sprintwinnaar?

Annemiek van Vleuten in actie tijdens het NK tijdrijden in Bergen op Zoom. Foto VINCENT JANNINK/ANP

Najaar

„De druk nam meer en meer toe naarmate het WK dichterbij kwam”, keek Anna van der Breggen terug nadat ze in Innsbruck met machtsvertoon wereldkampioen op de weg was geworden. „Ik word er al gek van sinds La Course.” Gek van wat? Het brede succes van het Nederlandse wielrennen – van profs tot baan, van veldrijden tot BMX – is nergens zo zichtbaar als bij de vrouwen. Van der Breggen, veelwinnaar in het voorjaar. Annemiek van Vleuten, de beste in de Giro Rosa en La Course, waar ze in de laatste meters Van der Breggen versloeg. Mooie rivaliteit tussen twee toprenners, goed voor de aandacht voor het vrouwenwielrennen? Van Vleuten vond het prima, won het WK tijdrijden maar blesseerde zwaar haar knie in de wegwedstrijd. Van der Breggen was blij met haar titel op de weg maar wil niets weten van een tweestrijd.

Anna van der Breggen viert haar wereldtitel op de weg in Innsbruck. Foto DANIEL KOPATSCH/ANP

Van Marianne Vos, onlangs ouderwets heersend in Scandinavië, tot wereldkampioen tijdrijden bij de junioren Rozemarijn Ammerlaan: bij de vrouwen lijkt het Nederlands potentieel oneindig. Ook bij de mannen bood het najaar nog perspectief. Wout Poels knoopte in de Ronde van Groot-Brittannië aan bij de vorm waarin hij in het voorjaar op weg leek naar de eindzege in Parijs-Nice. Maar na een val daar verliep zijn seizoen wisselvallig. Bauke Mollema, in de Vuelta uitgeroepen tot meest strijdlustige renner, won vorige week de Italiaanse semi-klassieker GP Beghelli. En Oomen? Wie op z’n 22ste al als negende kan eindigen in de Giro heeft nog tijd genoeg om de eerste Nederlandse winnaar in Lombardije te worden sinds Hennie Kuiper in 1981.

    • Maarten Scholten