Recensie

Briljante sambabalsolo op Festival Colores Colombia

Recensie

Maracasmuziek die klinkt als een jungle vol kolibries, en muziek uit alle streken van Colombia klonk zaterdag in het Bimhuis.

Dansen met Alé Kumá and Dizzy Mandjeku op festival Colores Colombia foto Colores Colombia

De Afro-Colombiaanse cultuur stond centraal tijdens de tweede editie van het festival Colores Colombia. In het Bimhuis was de verbinding tussen Congo en Colombia hoorbaar en soleerde percussionist Samuel Torres virtuoos door zijn composities.

Er zijn instrumenten die je niet direct met virtuositeit associeert. De maracas bijvoorbeeld, ofwel sambaballen.

Zaterdagavond liet de Colombiaanse percussionist en componist Samuel Torres horen hoe dat klinkt, een briljante sambabalsolo. Het begint als onrustige nachtvlinders die tegen een peertje opvliegen en eindigt als een jungle vol kolibries, elke vleugelslag hoorbaar als onderdeel van het ritme.

Het was een van de hoogtepunten in het optreden van het Samuel Torres Sextet dat de avond opende op het Festival Colores Colombia. Het festival dat de cultuur van Colombia viert, heeft verschillende activiteiten verspreid over verschillende steden, de avond in Bimhuis was het hoofdonderdeel.

Torres, gezeten op een cajon achter vier conga’s, soleert magistraal op alles wat tikt, rammelt of bonst. Daarnaast componeert hij ook nog eens stukken die de verschillende Afro-Colombiaanse tradities soepel versmelten met jazz.

Zo klinkt de trombonist bij hem niet als het puntige geschetter van salsa-orkesten, maar rond en soms lyrisch, vaak in de lage registers. De stukken met zangeres María Raquel zijn niet de sterkste, al brengt zij wel de folkloristische rijkdom van het land ten gehore. Torres neemt de luisteraar mee naar de verschillende geografische gebieden van Colombia: de beboste bergen, de Caribische kust, de Atlantische kust, en steeds klinken daar weer andere stijlen waarin die van de oorspronkelijke bewoners en Afrikanen de Europese domineert.

De Afrikaanse invloed stond ook centraal tijdens het tweede concert van de avond, dat van Dizzy Mandjeku & Alé Kumá. De laatste is een Colombiaanse groep, de eerste is een Congolese meestergitarist die een band heeft met enkele andere in België woonachtige Congolezen. Hun project heet De Palenque á Matongé. Het geeft perfect de koloniale driehoekshandel weer die de muziek vormde. Een palenque is een ommuurd dorp waarin vanaf de zestiende eeuw vrijgevochten slaven zich vestigden, het zijn nog altijd bewaarplaatsen van muzikale tradities. Matongé is zowel een wijk in Kinshasa als in Brussel, waar veel Congolezen zich hebben gevestigd. Het muzikale project laat ook horen hoe recenter de Colombiaanse invloed ook weer terugvloeide naar Congo.

Zo verfijnd als Torres klinkt het niet, maar dat is ook niet de pretentie. Deze elfkoppige band, met vier zangers en dansers en drie percussionisten viert een Congolees-Colombiaans volksfeest, tussen cumbia en soukous. Helaas krijgt de oude Mandjeku niet al te veel kansen, maar wanneer hij zijn vloeibare gitaarloopjes over de opzwepende ritmes giet, worden de zitplaatsen van Bimhuis snel ingeruild voor dansplekken.

    • Leendert van der Valk