Onderzoek naar fraude in Brazilië

Havenbedrijf De gemeenteraad zet vraagtekens bij de buitenlandse avonturen van het Havenbedrijf

Vierde deelneming in het World Port Network van het Rotterdamse Havenbedrijf

Het Havenbedrijf Rotterdam heeft onderzoek laten doen naar corruptie in de haven van Pecém in Brazilië. Het onderzoek is uitgevoerd met het oog op de overname van 30 procent van de aandelen in de Braziliaanse haven.

De voorgenomen deelneming werd onlangs aangekondigd in een brief van wethouder Adriaan Visser aan de gemeenteraad. Maar in die raad zijn vraagtekens gezet bij deze investering, waarmee 75 miljoen euro is gemoeid. Coalitiepartij GroenLinks wijst op de onrustige maatschappelijke en politieke situatie in het Zuid-Amerikaanse land. „Internationale rapporten geven aan dat de corruptie in Brazilië heel hoog is”, zegt raadslid Stephan Leewis. „Je kunt je afvragen of het Havenbedrijf als publieke organisatie geëquipeerd is om in die omgeving goed te kunnen handelen.”

Ook oppositiepartij Leefbaar Rotterdam maakt zich zorgen, zegt raadslid Geert Koster. „In mijn dagelijks werk ben ik advocaat voor de Vereniging van Effectenbezitters, waar ik in aanraking ben gekomen met de misstanden rond SBM Offshore en Petrobras. Daar zijn forse boetes opgelegd. Het beeld is dat het in de maritieme industrie in Brazilië behoorlijk lastig is om op een correcte wijze te werken.”

Het Havenbedrijf is zich bewust van de risico’s in Brazilië, stelt een woordvoerder desgevraagd. Daarom heeft het onderzoek laten uitvoeren ‘naar mogelijke corruptie bij betrokken partijen’. „Dit bleek niet het geval. Daarnaast nemen wij in de contracten speciale anti-corruptieregelingen op”, aldus de woordvoerder.

Pecém is de vierde buitenlandse haven die het Havenbedrijf Rotterdam samenbrengt onder de noemer World Port Network. De andere zijn Sohar (Oman), Jakarta (Indonesië) en Porto Central (eveneens Brazilië). Plannen om – dichter bij huis – een belang uit te ruilen met de haven van Antwerpen zijn er niet. Vorige week deed burgemeester Aboutaleb daartoe een oproep op een congres in Brussel, die werd opgepikt door de Vlaamse pers. Dat Rotterdam en Antwerpen elkaars naaste concurrenten zijn hoeft een goede samenwerking niet in de weg te staan, maar daarvoor is een aandelenruil niet noodzakelijk, vinden beide havenbedrijven. Ook voor wethouder Visser is zo’n uitruil „niet aan de orde”, liet hij het AD weten.

Doel van de nieuwe Braziliaanse deelneming is om „het merk Port of Rotterdam en de kennis op het gebied van havenontwikkeling en havenbeheer naar groeimarkten te brengen”, zoals het Havenbedrijf het omschrijft, en daarmee de handel met Rotterdam te bevorderen. Tegelijkertijd zou het de Nederlandse maritieme industrie een opstapje moeten bieden om in die havens actief te worden. „Door te acteren op het internationale maritieme toneel is het Havenbedrijf in staat om een bijdrage te leveren aan het uitvoeren van zijn missie, namelijk het creëren van economische en maatschappelijke waarde voor de BV Nederland en de regio Rotterdam-Rijnmond”, zegt de woordvoerder.

Daarnaast heeft het Havenbedrijf ook een winstoogmerk. De oudste deelneming, die in Sohar uit 2002, levert elk jaar enkele miljoenen op en is inmiddels terugverdiend. De investering in Pecém zou met een rendement van ruim 15 procent (volgens een gemiddeld scenario) er na elf jaar uit moeten zijn. „Het project levert hiermee een positieve bijdrage aan het toekomstig financierend vermogen van HbR [Havenbedrijf Rotterdam] om te kunnen investeren in bijvoorbeeld de versnelling van de energietransitie”, schrijft wethouder Visser in zijn brief aan de raad.

Hoewel het Havenbedrijf verzelfstandigd is, is voor buitenlandse investeringen behalve van de Raad van Commissarissen ook de expliciete toestemming van de aandeelhouders nodig. Evenals de Staat der Nederlanden (30 procent) heeft de Gemeente Rotterdam (70 procent) het voornemen die te geven, aldus de wethouder in zijn brief. Maar hij kan weer niet zonder de instemming van de gemeenteraad en die wil er op initiatief van GroenLinks en Leefbaar eerst over praten. Het onderwerp staat op de agenda van de eerstvolgende overlegvergadering van de commissie Energietransitie, Duurzaamheid, Economie en Mobiliteit (EDEM) op woensdag 17 oktober.

Daarbij willen GroenLinks en Leefbaar de wethouder ook aan de tand voelen over een andere activiteit van het Havenbedrijf. Het Turkse ontwikkelings- en bouwbedrijf Rönesans - moeder van Ballast Nedam - maakte onlangs bekend dat het met de Rotterdamse havenbeheerder een overeenkomst heeft gesloten voor de aanleg van een petrochemisch complex in Ceyhan, aan de zuidkust van Turkije. Net als bij Brazilië, waar petrochemie ook een onderdeel is van de haven, roept dat de vraag op: waarom investeert het Havenbedrijf daarin? Leewis van GroenLinks: „De haven van Rotterdam wil het aandeel fossiele brandstoffen afbouwen. We willen naar een duurzame haven toe met een lagere uitstoot. Dan is het heel raar dat geld van het Havenbedrijf wordt gebruikt voor een uitbreiding van petrochemische activiteiten elders.”

Koster (Leefbaar) heeft de wethouder schriftelijke vragen gesteld over de samenwerking in Turkije. Hij wil weten hoe de overeenkomst er precies uitziet, welke investering ermee is gemoeid en welke risico’s er worden gelopen.

Volgens de woordvoerder van het Havenbedrijf is in de overeenkomst met Rönesans afgesproken om het bedrijf bij de aanleg van het complex te adviseren. „Hoe deze samenwerking exact vorm zal krijgen, zal nog worden besproken.”

    • Frank de Kruif