‘WhatsApp zou onderzoek moeten doen naar de leesbaarheid’

Gerard Unger (76) is Nederlands bekendste letterontwerper. Al zijn kennis over het vak verwerkte hij in het boek Theory of Type Design. Aan de hand van tien alledaagse voorbeelden vertelt hij over de kracht van letters.

Foto Maurice Boyer

Wie er oog voor heeft, ziet de hand van Gerard Unger overal. Het begint al bij het ontbijt. Met de ochtendkrant en de merknaam op de verpakking van de koffiecupjes. En als we daarna op de fiets of in de auto stappen, wijst Unger ons de weg.

Gerard Unger is Nederlands bekendste letterontwerper. In ruim een halve eeuw ontwierp hij 38 verschillende lettertypen. Voor de bewegwijzering op de Nederlandse wegen. Letters voor beeldschermen in banken. Voor de Amsterdamse metro. Krantenletters die tot in Brazilië dagelijks worden gebruikt. Zelfs een alfabet chocoladeletters.

Niet iedereen zal zich ervan bewust zijn, maar er bestaan zeker honderdduizend verschillende lettersoorten. En dagelijks komen er nieuwe fonts bij. Bijna altijd zijn dat variaties op bestaande letters. Nieuwe druk- en zettechnieken, en het feit dat steeds meer tekst vanaf beeldschermen wordt gelezen, maken die aanpassingen noodzakelijk.

Om ontwerpers te helpen, publiceerde Unger in september een boek met de grondbeginselen van zijn vak: Theory of Type Design. Daarin beschrijft hij de eeuwenoude conventies van onze huidige lettervormen en geeft hij inzicht in hoe letters functioneren. „Een praktisch boek dat nog niet bestond”, zegt Unger.

Zijn ruime ervaring als letterontwerper en zijn academische belangstelling maken hem tot de gedroomde auteur voor zo’n handboek. Hij publiceerde eerder internationaal geroemde boeken over zijn vakgebied en hij geeft al 47 jaar les. Onder meer aan de Universiteit Leiden, waar hij op zijn 65ste werd benoemd tot hoogleraar Typografische vormgeving. Vijf jaar geleden promoveerde Unger zelfs nog, op een studie naar hedendaagse Europese letters met wortels in de middeleeuwen. Een opmerkelijke academische carrière, zeker voor iemand zonder middelbareschool- diploma.

Theory of type design was voor hem een „survivalproject”, zegt hij. Ruim een half jaar was hij mantelzorger voor zijn vrouw Marjan, die eind juni aan botkanker overleed. Bij Unger zelf werd twee jaar geleden leverkanker geconstateerd. Tussen de chemokuren door schreef hij zijn boek. In een paar maanden tijd en direct in het Engels. „Ik liep er al lang mee rond, het moest er kennelijk uit.” Een gevoel van urgentie zorgde voor de haast. „Ik voelde tijdsdruk: zo lang zal ik er niet meer zijn.”

De theoretische kant van het letterontwerpen interesseerde Unger vanaf het moment dat hij in 1963 op de kunstnijverheidschool (de latere Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam) aan zijn studie grafische vormgeving begon. Omdat zijn honger naar de overwegingen van vroegere letterontwerpers zo groot was, verwees een docent hem naar de bibliotheek van Lettergieterij Amsterdam. Toen hij daar als eerstejaarsstudent voor de derde keer in korte tijd op bezoek ging, hoorde hij iemand in een telefoon fluisteren: „Hij is er weer”.

Even later stapte Gerrit Willem Ovink op hem af, de beheerder van de bibliotheek. Ovink, ook hoogleraar Wetenschap van de geschiedenis en de esthetiek van de drukkunst, nam de jonge Unger apart. „Ovink opende allerlei kasten voor me en zei: ‘Je mag alles lezen, als je de boeken maar weer op de goede plek terugzet’. Ook raadde hij me allerlei boeken aan.”

Die kennismaking is een belangrijke stap voor zijn theoretische ontwikkeling geweest, zegt Unger aan de keukentafel van zijn bijzondere, door architect Mart van Schijndel ontworpen huis in Bussum. „Letters die 500 jaar geleden zijn ontworpen, worden nog altijd gebruikt. Op de conventies die rond 1500 zijn vastgelegd is eindeloos gevarieerd. Hoe deden letterontwerpers dat? En wat waren hun redenen voor het variëren? Over dat ontwerp vind je alleen snippers informatie. Als eerste heb ik de moeite genomen om een overkoepelende theorie te schrijven.”

Zijn handboek is zeker niet alleen voor vakgenoten bedoeld. „Bij het schrijven had ik een breed publiek in gedachten. Bijna altijd wordt dwars door letters heen gekeken, naar de inhoud. Hopelijk geeft mijn boek inzicht in hoe letters functioneren. Als mijn lezers iets bewuster een lettertype kiezen, dan heeft mijn theorie al een bijdrage geleverd.”

Tijd om Unger tien lettersoorten voor te houden. Het maakt niet uit of deze letters een paar duizend jaar geleden in Rome in steen zijn gebeiteld of afkomstig zijn van WhatsApp, Unger kan over iedere lettersoort een mini-college geven.

De vraag of er langzamerhand niet genoeg lettersoorten zijn, lacht hij dan ook weg. „Dat is net zoiets als vragen welke drie boeken ik mee zou nemen naar een onbewoond eiland. Als er maar drie boeken mee mogen, dan ga ik niet naar dat eiland.”

1. Boek uit 1550 met een letter van de Franse stempelsnijder Claude Garamond (ca.1480-1561)


Gerard Unger: „Garamond! Die man had zo’n ongelooflijk oog. Zijn lettervormen zijn zo harmonieus en vanzelfsprekend, dat niemand er problemen mee heeft dat voor de romans van Hilary Mantel vijfhonderd jaar later nog altijd de Garamond wordt gebruikt.

De vorm van onze letters ligt in grote lijnen vast. Vergelijk het met de toonladders bij muziek. Zoals componisten al eeuwenlang variëren op do-re-mi-fa-sol-la-si-do, zo variëren letterontwerpers op stokoude letterconventies. Twee eenvoudige systemen waarmee de fantasie eindeloos aan de slag kan.

Perfect leesbare lettervormen bestaan zeker. Maar dat is toch geen reden om geen nieuwe te bedenken en uit te zoeken of lezers de experimenten pikken? Dat is wat ik altijd heb geprobeerd.”

2.Affiche uit de jaren dertig met een gothische drukletter

Unger: „Voor de oorlog waren Fraktur-letters in Duitsland de norm. Tot Hitler ze in 1941 tot ‘Judenlettern’ bestempelde. Een Joodse ontwerper had een nieuwe Fraktur ontworpen die voor allerlei schoolboeken was gebruikt. Dat had volgens de nazi’s een verderfelijke invloed op de jeugd, en dus volgde de moord op dit type letters.

Nu zie je dat die gotische lettervormen weer tot leven worden gewekt. Letterontwerpers willen, denk ik, eens wat anders. Het meest wordt nu teruggegrepen naar negentiende-eeuwse ornamentele lettervormen. De gotische vormen, zoals de Fraktur, zijn zeldzamer.

Ik ben blij met die neogotische letters. Ze komen dicht in de buurt van wat Gutenberg (de uitvinder van de boekdrukkunst, red.) gebruikte.”

3. Bewegwijzeringsbord met het in 1995 door Gerard Unger ontworpen lettertype ANWB-Uu

Unger, geërgerd: „Mag ik Rijkswaterstaat enigszins kastijden? Minister Netelenbos heeft in 2004 het contract met de ANWB over de uitvoering van de bewegwijzering opgezegd. Vanwege het ANWB-standpunt over rekeningrijden, pure kinnesinne.

Mijn lettertype is jarenlang voor alle borden gebruikt omdat het 8 procent leesbaarder bleek dan het Amerikaanse lettertype dat daarvoor gebruikt werd. Zo’n verschil betekent dat je mijn borden op de snelweg zeker dertig meter eerder kon lezen.

Rijkswaterstaat gebruikt voor nieuwe borden nu weer die eerder afgeschafte Amerikaanse letter. Het argument is dat die letter bij de hogere maximumsnelheden beter leesbaar zou zijn door de ruimere spatiëring. Mij is nooit gevraagd of ik iets wilde doen aan de spatiëring van mijn letter. Ik zou dan overigens eerst hebben voorgesteld om verschillen te testen.

Bij het autorijden let ik goed op. Ik gok dat de helft van de borden nu nog mijn letters heeft. Maar op den duur zullen die dus verdwijnen. Triest, want door de meer open binnenvormen van sommige letters en cijfers en door de betere onderlinge samenhang is mijn ontwerp een stuk leesbaarder.”

4. Inscriptie uit 1100 met romaanse kapitalen bij het klooster in het Zuid-Franse Moissac

Unger: „Mijn vrouw Marjan ging in 1974 kunstgeschiedenis studeren. ’s Zomers reden we door Europa, van het ene klooster naar het andere. In Moissac stuitte ik op deze zuil met inscripties. Een verbijsterende mix van letters. Een Romeinse S. Daartussen uncialen, de ronde letters van omstreeks 400. En dan staan er ook nog malle, hoekige lettervormen tussen, zoals een puntige O. De dia’s die ik die dag maakte, hebben vele jaren op mijn bureau gelegen.

Tien jaar geleden besloot ik op die romaanse lettervormen te promoveren. Tegelijkertijd nam ik me voor te onderzoeken hoe je die oude letters kunt vertalen naar een 21ste-eeuwse vorm. Dat werd de Alverata. Kijk, Douwe Egberts heeft ’m gebruikt voor het logo. En gisteren kreeg ik een dichtbundel opgestuurd waar de Alverata op het omslag is gebruikt.

Nee, ik loop niet de hele dag koortsig om me heen te kijken hoe mijn letters worden toegepast. Dan heb je geen leuk leven meer. Al koop ik natuurlijk wel graag de Volkskrant. Die krant wordt al sinds 2006 uit mijn Capitolium News gezet.”

5. Albumhoes van Substance (1988), van de Britse groep Joy Division

Unger: „New Alphabet! Lang voordat anderen dat deden, hield Wim Crouwel rekening met nieuwe fotozettechniek. Hij noemde zijn letter ‘een klap op de tafel, om iedereen wakker te schudden’. En dan zei hij er zachtjes bij: ‘En misschien was het wel een slag in de lucht’. Heel leesbaar was deze letter inderdaad niet. Grafisch ontwerper Piet Schreuders noemde New Alphabet eens de enige letter die ondertiteling nodig heeft.

Crouwel is een ongelooflijk genereuze man. Toen hij met dit ontwerp in 1967 internationaal enorm de aandacht trok, gaf hij mij, zijn veertien jaar jongere collega, de gelegenheid om met een tegenvoorstel te komen, dat gevoegd werd bij zijn letterproef van New Alphabet. Mijn uitgangspunt was niet een letter die was aangepast aan de machine, maar een leesbaarder letter waarvoor de machine meer moest kunnen produceren dan alleen horizontalen en verticalen.

New Alphabet is een monumentaal statement: een voorbode van ingrijpende maatschappelijke veranderingen. Zo heeft Crouwel het destijds zelf misschien niet gezien, maar dat is het beslist.”

6. Tatoeage van de Britse heavymetalband Motörhead

„Als docent aan de Rietveld Academie had ik een bijzondere student: Ivar Vics, die onder het pseudoniem Dr. Rat in Amsterdam furore maakte als graffiti-kunstenaar. Een problematische jongen, jong gestorven. Op de academie had hij het gevoel dat hij met mij kon praten. Als Dr. Rat maakte hij niks anders dan dit soort neogotische letters. Zo’n tattoo hoef je niet te lezen. Die letters maken in één oogopslag duidelijk van welke muziek de drager houdt. Het is een clubsignaal, waar een zwarte, leren jas bij hoort.”

7. Door Hansje van Halem ontworpen omslag voor Ungers nieuwe boek

„Voor het ontwerp van mijn boek ben ik met Hansje van Halem gaan praten, een jonge ontwerper die ik zeer bewonder. Het omslag is een illustratie van de titel: onderzoek, verbindingen, structuren en letters waar je letterlijk doorheen kijkt.

Vergeleken met Hansje ben ik een hardcore letterontwerper. Ik maak lettertypes die onder bijna alle omstandigheden bruikbaar zijn. Hansje laat haar fantasie gaan en zoekt de grenzen van leesbaarheid op, en ontwerpt letters die ornamenten zijn. Mijn boek is dus een confrontatie van twee opvattingen.

Hansje doet alles op een computer. Ik pak soms ook nog een kwast en een tubetje zwarte verf om tot oplossingen te komen. Voor letterontwerpers is nu overigens fantastische software beschikbaar. Als je het lichte en het vette font hebt getekend, kun je nu met één druk op de knop de tussenliggende fonts – de regular, de medium en de semibold – maken.”

8. De standaardletter bij WhatsApp: de Neue Helvetica (2010)

„Ik lees regelmatig verontrustende berichten dat jongeren oogvervormingen krijgen door het turen naar beeldschermen. Mijn advies: begin een goed leesbaarheidsonderzoek en neem lettervormen daarin mee.

Voor zo’n telefoonschermpje is wel iets leesbaarders denkbaar dan deze letter. Kijk eens naar de e en de s. Dat zijn veel te gesloten lettervormen voor zo’n schermpje.

Op een beeldscherm schijnt licht door letters heen. Daar moet je rekening mee houden. Neem The New York Times. Die krant is zo verstandig om online een veel bredere tekstletter te gebruiken dan op papier.

In de beginjaren van internet zag je dat webdesigners en software-ontwikkelaars vaak de letterkeuze maakten. Over het algemeen is typografie niet hun sterkste kant. Gelukkig kom je online nog maar zelden hele lappen tekst in lichtblauw tegen. Wat ik grappig vind, is dat typografische web-oplossingen nu op papier worden overgenomen. Zoals de gewoonte om alinea’s met een witregel te scheiden.”

9. Een fragment van een inscriptie uit ongeveer 120 voor Christus van de schrijver en historicus Tacitus.

Aan deze Romeinse kapitalen valt niet veel te verbeteren. Onze hoofdletters gaan terug op deze inscripties. Onze kleine letters zijn van oorsprong karolingisch, uit 780 tot 820, en vervolgens in de vroege Renaissance aangepast. En onze cijfers zijn van Arabische oorsprong. De Franse letterontwerper Claude Garamond heeft van die drie schriften begin zestiende eeuw als eerste een vanzelfsprekend geheel gemaakt.”

10. Chocoladeletter

Op de Universiteit van Reading heb ik voordrachten over chocoladeletters gehouden. Ik nam altijd letters mee, die de studenten na afloop mochten opeten. Dan zei ik: ‘Er is een theorie dat de schreven net iets lekkerder zijn.’ Heel serieus begonnen ze dan eerst een stukje schreef te proeven.

De chocoladeletter is een Nederlandse traditie, die met koekletters is begonnen. In het Groninger Museum hangt Het ontbijt met lettergebak, een schilderij van Peter Binoit uit circa 1620. Daarop zie je schreefloze koekletters. Chocoladeletters zijn omstreeks 1890 ontstaan. Nog altijd zijn het Egyptiennes, lettertypes met dikke schreven. Van Verkade kreeg ik in 1990 de opdracht om een nieuwe, minder breukgevoelige chocoladeletter te ontwerpen. Na overleg met een heuse zoetwaren-ingenieur kwam ik tot een veel ronder lettertype. Die is alleen nooit in productie genomen. De directeur die mij de opdracht had verstrekt, overleed namelijk plotseling.”

    • Arjen Ribbens