Opinie

Het schip Europa (1)

Over zijn geliefde Curaçao schreef Boeli van Leeuwen dat het „permanent naar de bliksem” ging. Vanaf zijn vroege jeugd, toen hij de lamentaties van zijn vader aanhoorde die als districtsmeester de begroting voor het gouvernement niet rond kreeg, tot en met zijn jaren als bestuurssecretaris van de Antillen, op Curaçao was het altijd vijf voor twaalf. Sinds Johan van Walbeeck in 1634 „met merkbare tegenzin” voet aan wal zette was Curaçao onafgebroken bezig ten onder te gaan.

Het eiland vertoont gelijkenis met het continent aan de overzijde van de oceaan: ook Europa gaat permanent naar de bliksem. Deze week zei Frans Timmermans het nog in deze krant: ‘Het gaat in Europa nu om overleven of slopen’. Zulk alarmisme dient zijn belang, want om Juncker op te volgen moet Timmermans eerst gekozen worden in het Europees Parlement. Een beetje angst inboezemen kan geen kwaad om de kiezer in de benen te krijgen.

Inzake Europa lijd ik intussen aan iets wat je ondergangsmoeheid zou kunnen noemen. Ook al zijn de gevaren van rechts-nationalistische rattenvangers en illiberale democratieën in de Europese familie reëel, de echte ondergang duurt wat te lang om me op het puntje van mijn stoel te houden. Als iemands dood te vaak wordt aangekondigd, ga je er vanzelf een beetje naar verlangen.

Het verenigde Europa hompelt van meet af aan van crisis naar crisis. De kredietcrisis werd opgevolgd door de Griekse staatsschuldencrisis, waar de vluchtelingencrisis overheen kwam die weer uitmondde in de Brexit en de archaïsch-regressieve tendensen in Polen en Hongarije – ik werd er gaandeweg een wat vermoeide Europeaan van, die snakte naar een uitkomst, om het even welke.

Deze zomer reisden mijn geliefde en ik met onze dochters (zeven en acht jaar oud) per trein door Europa. Wat de founding fathers van de EU en hun opvolgers nalieten, besloot ik mijn dochters bij te brengen: liefde voor het oude continent. Ik wilde hartstochtelijke Europeanen van ze maken, maar realiseerde me dat de reis vooral langs landen voerde waar een agressieve afkeer van de Europese Unie heerst. In Oostenrijk walste de minister van Buitenlandse Zaken op haar bruiloft met eregast Poetin, in Hongarije werden pers en rechtspraak verder afgeknepen, en terwijl de EU een artikel-7-procedure tegen Hongarije opstartte ging Orbán doodleuk op bezoek in Moskou. Italië dreigde de afdracht aan Brussel te staken als er niet een gezamenlijke oplossing kwam voor bootmigranten en lapte kort daarop de Europese begrotingsdiscipline aan zijn laars, opgeluisterd met lichtzinnige dreigementen over een exit.

Het negatieve Europese stichtingsverhaal ‘nooit meer oorlog, nooit meer Auschwitz’ houdt helaas geen stand in een wereld die per definitie vergeetachtig is. Maar wat bindt ons dan wel in Europa, als holocaust en economie niet meer voldoen? Die vraag kan alleen beantwoord worden met en door de cultuur. Maar, schrijft Robert Menasse in zijn pamflet De Europese koerier, zijn nu juist niet alle ‘pogingen een cultuurbegrip over het economische project heen te spannen mislukt, ja zelfs belachelijk mislukt?’

Juist de cultuurafdeling van de Europese Commissie, die de liefde voor een verbindend cultureel narratief zou moeten voeden, is volgens Menasse een Brussels stiefkind. Een dienst met nauwelijks bevoegdheden en zonder budget, zonder betekenis derhalve: geen wonder dat er in de grote EU-landen geen commissaris te vinden is die met cultuur wil worden belast. Toen er eens een Oostenrijkse commissaris voor die post werd genoemd, kopte de grootste krant van het land ‘WE WORDEN MET CULTUUR AFGESCHEEPT!’ ‘Dat was grappig’, schrijft Menasse. ‘En treurig.’

Waar de EU uit negatie is geboren (‘nooit meer oorlog, nooit meer Auschwitz’), leek het mij zinvol om onze dochters te laten zien dat ze leven in een continent als een schatkamer, waar geweldig veel is om van te houden, zowel wat betreft ideeën als verhalen en gebouwen. In Pompeï wilde ik ze La casa della Nave Europa laten zien, waar iemand tweeduizend jaar geleden een schip op de muur tekende en daar HUROPA boven schreef. Maar het Huis van het Schip Europa was dicht voor restauratie – zoveel symboliek was bijna niet te verdragen.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.