Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Als het verlangen naar politieke regie zich tegen de politiek als geheel keert

Deze week: Rob Jetten herhaalt zich, Mark Rutte verbergt zich.

Ofwel: hoe te strakke politieke regie de geloofwaardigheid van Den Haag ondermijnt.

De man met het meeste keepersgeluk was deze week natuurlijk Mark Rutte. De klap van zijn nederlaag over de dividendmaatregel dreunde nog na – jaar bepleit, niets bereikt, populariteit kwijt – of zaterdag schoot D66 hem te hulp: de partij nam bezit van de nieuwscyclus.

Pechtold vertrok, meteen volgden speculaties over zijn opvolging, op maandag was er geheim fractieberaad - en dinsdag de officiële verkiezing van Rob Jetten (31) tot zijn opvolger.

Het was voldoende om een van de zwaarste nederlagen uit de loopbaan van de premier uit beeld te duwen.

Toch was de beslissing van Unilever – om het hoofdkantoor niet in Rotterdam te vestigen – een drama voor Rutte. Helemaal de wijze waarop het bedrijf hem informeerde.

Topfunctionarissen van de multinational, ook Paul Polman, waren vorig jaar graag bereid een bezoek te brengen aan Algemene Zaken, Financiën en Economische Zaken. Bescheidenheid bij de lobby tegen de dividendbelasting was geen streven.

Maar toen de kansen waren gekeerd, en Polman Rutte vorige week vrijdagochtend liet weten dat de premier zijn politieke reputatie voor niets in de waagschaal had gesteld, bracht Polman dit nieuws zo schuchter mogelijk: hij stuurde Rutte een sms’je.

Dit leest u goed: een sms’je.

Rutte kon daarop niet anders dan het scenario in werking stellen dat de VVD-top in de nazomer al in het Franse Goult – in het buiten van Ben Verwaayen – had doorgesproken. Er ging, in etappes, alsnog een streep door de maatregel.

De Kamer zou hem op een loodzwaar debat trakteren.

Maar dat gebeurde niet deze week, en daaraan zag je dat Rutte ook op zijn slechtste momenten een uitgekookt politicus blijft.

Het begon ermee dat hij de dividendmaatregel vrijdag nog niet introk maar zei te gaan ‘heroverwegen’. Hij kon de hoon van de oppositie dinsdag in het Vragenuurtje niet ontlopen – maar toen concentreerde Den Haag zich op Rob Jetten als nieuwe D66-leider.

Vervolgens hield de coalitie elk debat over het dividenddebacle tegen, ook tot ergernis van coalitiepolitici. Argument: de dividendmaatregel is pas werkelijk van tafel zodra de coalitie het eens is over de bestemming van het geld dat hiermee vrijkomt – dit is op zijn vroegst volgende week maandag.

En met een Europese top woensdag en donderdag wordt het lastig zelfs volgende week een debat over Ruttes verpletterende nederlaag te voeren. Daarna is het herfstreces.

Het zou betekenen dat de oppositie het legitieme thema van Ruttes geloofwaardigheid pas eind oktober kan aansnijden in de Kamer – als het momentum vervlogen is.

En je vroeg je af: keert het verlangen naar politieke regie zich hier niet tegen de politiek zelf?

Niet dat iedereen zo denkt. Zo viel het me op hoe bewonderend sommige coalitiepolitici spraken over de manier waarop D66 de wisseling van de wacht organiseerde.

De risico’s werden knap omzeild en Pechtold, was de redenering, kreeg de opvolger die hij wilde.

Maar ook hier had je de vraag: moest de regie nou echt zo strak?

Nadat vicefractievoorzitter Kees Verhoeven zondag, thuis in Amersfoort, een belronde met individuele fractieleden deed, bleven er drie fractieleden over die Pechtold wilden opvolgen: de Rotterdamse Salima Belhaj, routinier Paul van Meenen, en Jetten.

Maandag kwam de fractie bijeen in Oegstgeest, en Belhaj en Van Meenen presenteerden zich daar als tussenpaus.

Belhaj, die in de Rotterdamse gemeentepolitiek jaren samenwerkte met Leefbaar Rotterdam, wilde het profiel van de partij aanscherpen.

Van Meenen, die zich binnenskamers in 2016 al eens opwierp als opvolger van Pechtold, bepleitte vooral continuïteit – en had met die houding veel steun onder (niet-aanwezige) D66-bewindslieden.

Jetten koos de slimste pitch. Hij zei: ik wil geen tussenpaus zijn, ik wil nu fractievoorzitter worden en daarna lijsttrekker bij de Kamerverkiezingen. I’m the man.

Maar je had mensen die zich achteraf afvroegen: ging dit eerlijk?

Jetten, als lid van het fractiebestuur, en Van Meenen, bevriend met Pechtold, wisten beiden al geruime tijd dat Pechtold op het punt van vertrek stond.

Belhaj hoorde het zaterdag pas: haar voorbereidingstijd was onvergelijkbaar veel korter.

Er kwam bij, en dit kan cruciaal zijn de komende tijd, dat in de partij en de fractie al langer ongenoegen sluimert over de strakke regie van de leiding.

Zo maken D66’ers onderling raillerende opmerkingen over apps die ze ontvangen met adviesteksten in geval van mediavragen over een bepaald thema.

Daarna zien partijgenoten elkaar vaak met dezelfde woordkeuze terug in de krant of op televisie.

Wat dit betreft was Rob Jetten deze week het perfecte product van de partijcultuur.

Zijn presentatie op dinsdag, zijn interview bij Pauw dinsdagavond, een pijnlijke tweet van Frits Wester (RTL4) die donderdag viraal ging: de hele week werd de nieuwe D66-leider betrapt op herhalingen van ingestudeerde teksten, ongeacht de vraagstelling.

D66’ers zeiden: blijkbaar heeft hij kwalitatief armoedige mediatraining gehad. Het zou kunnen, maar het echte probleem leek me ook hier dat het verlangen naar politieke regie ten koste ging van de politieke oprechtheid.

In al die optredens zag je een man die de werkelijkheid – namelijk zichzelf – angstvallig verborgen hield in ruil voor zinnen waarvan je halverwege al wist dat ze in nietszeggendheid zouden eindigen.

Terwijl je dingen over hem hoorde waarvan je dacht: interessant. Inhoudelijker en véél leergieriger dan Pechtold, en daarbij cultureel en economisch progressiever – iemand die in het huidige Den Haag een nieuw geluid kan brengen.

Maar dan zal hij, hoe paradoxaal, ook het lef moeten hebben de strakke regie over de fractie los te laten die zijn voorganger had – omdat hij anders het gevaar loopt dat zekere Kamerleden het leven onder de knoet van de partijtop op een dag niet meer pikken.

Het tekent het karwei waarvoor Jetten staat. Politieke regie kan te ver gaan, dat is na deze week wel duidelijk, maar het streven ernaar komt niet uit de lucht vallen: een coalitie met één zetel meerderheid in beide Kamers heeft behoefte aan onderlinge voorspelbaarheid.

Jetten moet aan de ene kant die voorspelbaarheid aan de coalitie leveren, en aan de andere kant meer gezicht en electoraal succes aan zijn partij: als hij dat allemaal blijkt te kunnen, is hij inderdaad een ongekend talent.

Er speelt hier ook iets anders. Politiek staat minder ver van de maatschappij dan de maatschappij wil zien. Afgeven op Den Haag is gemakkelijker dan accepteren dat Den Haag een afspiegeling van de maatschappij is.

Want het verhevigde verlangen om regie over onze eigen levens te hebben, en over onze presentatie daarvan, is in veel privélevens net zo wijdverbreid als in de politiek.

Bijna iedereen beschermt voortaan het eigen imago op eigen sociale-media-accounts. Bijna iedereen weet nu hoe je met tekst en beeld regie over je eigen reputatie houdt.

Dus je kunt uitstekend verdedigen dat al die te strakke politieke regie zich uiteindelijk tegen de politiek keert. Maar daaronder ligt een andere ongemakkelijke werkelijkheid: dat de regie over het eigen imago zich uiteindelijk ook tegen de burger keert.

Dat ergernis over Jetten en Rutte in veel gevallen ook ergernis over onszelf is.

    • Tom-Jan Meeus