Opinie

    • Wim Eijk
    • Bernardus Peeters

Wij zijn ons bewust van de pijn

De top van de katholieke kerk is „opnieuw en nog steeds” bereid tot gesprekken met slachtoffers, schrijven en .
Interieur van een Rooms-Katholieke Kerk. Foto Koen Suyk/ANP

Onlangs verschenen twee artikelen in NRC (Opinie & Debat, 29/9) over seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk. Een van een onderzoekster en een van een slachtoffer. Deze artikelen vragen om een reactie vanuit de Kerk. Als kardinaal-metropoliet van de Nederlandse rooms-katholieke kerkprovincie en voorzitter van de Nederlandse religieuzen willen wij opnieuw kenbaar maken dat wij seksueel misbruik, vroeger en nu en waar dan ook, ten stelligste afkeuren en veroordelen. De bisschoppen en de hogere religieuze oversten in Nederland vinden het afschuwelijk wat slachtoffers hebben ervaren en hun is aangedaan. Het misbruik heeft diepe wonden geslagen, niet alleen bij de slachtoffers, maar vaak ook in hun directe omgeving. Zij hebben vaak hun hele leven een zware last te dragen. Wij veroordelen ten zeerste het misbruik dat binnen de Kerk heeft plaatsgevonden en bieden slachtoffers opnieuw onze intense verontschuldigingen aan. Dit misbruik had nooit mogen gebeuren!

Dat seksueel misbruik het gevolg was van machtsmisbruik en oneigenlijke afhankelijkheidsrelaties, soms door angst te creëren voor kerkelijke functionarissen en soms door misbruik te maken van het geloof en veelal van de kwetsbaarheid van kinderen, is schokkend en volstrekt onacceptabel. Het christelijk geloof dient juist een bron van inspiratie en een moreel kompas voor het denken en handelen te zijn. Dat dit kompas bij een groot aantal medewerkers van de Kerk niet goed heeft gewerkt, is – pijnlijk genoeg – ook duidelijk.

Lees ook het verhaal van Theo Bruyns: Nee, voor mij is het zo niet goed gemaakt

Vanaf het begin van de hausse (2010) aan klachten over seksueel misbruik vanaf 1945, dat voornamelijk plaatsvond in de internaten die in de jaren zeventig gesloten zijn, heeft erkenning van het leed en het aanbieden van hulp centraal gestaan, naast genoegdoening. Wij hebben vele gesprekken met slachtoffers gevoerd. Het erkennen van het leed is veelal tevens een eerste stap om met elkaar in gesprek te komen. Ons gaat het om het tegemoet treden van en meeleven met het slachtoffer, vooral van mens tot mens. Omdat er geen voorbeeld van een grootschalige behandeling van klachten was in andere sectoren van de samenleving, hebben we als Kerk op dit gebied veel zaken zelf moeten ontwikkelen. Aanvankelijk was onze reactie niet altijd adequaat. We moesten hierbij een leerproces ondergaan.

Tussen 2010 en 2018 is er in de Kerk in Nederland veel gedaan om de slachtoffers de helpende hand te bieden en is een pakket aan preventiemaatregelen getroffen om misbruik in de toekomst te voorkomen (zie de Verklaring van de Nederlandse Bisschoppenconferentie van 10 september 2018). Omdat er vele slachtoffers waren, moest er ook veel gebeuren. Helaas hebben recente berichten over het misbruik in Pennsylvania en Australie bij diverse slachtoffers, die we hopelijk hebben kunnen helpen, weer gevoelens van pijn over het verleden losgemaakt. Wij begrijpen dat heel goed en kunnen ons ook indenken dat slachtoffers boos zijn. Door dit hier uitdrukkelijk onder woorden te brengen, hopen wij kenbaar te ma ken dat we ons ook bewust zijn van deze pijn. Als een gesprek de slachtoffers zou kunnen helpen, dan zijn de betrokken bisschoppen en hogere religieuze oversten daartoe opnieuw en nog steeds van harte bereid.

Lees ook het artikel van onderzoeker Karlijn van Doorn: Laat de kerk misbruik echt erkennen

Tot slot de beide bovengenoemde artikelen. Wij kunnen geen ijzer met handen breken: wij kunnen seksueel misbruik dat in het verleden heeft plaatsgevonden niet ongedaan maken. Wij geven ons echter rekenschap van wat er is gebeurd en hebben op diverse momenten en plaatsen verantwoording afgelegd. En dat zullen we steeds weer blijven doen. Evenals we – overigens in alle deemoedigheid – blijven wijzen op de acties die we hebben ondernomen en op ons nieuwe preventiebeleid. Zo is er een centraal Meldpunt Grensoverschrijdend Gedrag en een gezamenlijke Gedragscode Pastoraat voor alle bisdommen en congregaties in Nederland. Tevens wordt bij aanname van kandidaten en benoemingen een VOG vereist en bij een overstap tussen bisdommen, ordes en congregaties een antecedentenonderzoek. Op deze wijze werken we aan een betrokken en voor allen veilige Kerk, ook voor kinderen en jongeren. Bij verdenking van seksueel misbruik van minderjarigen wordt altijd aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. Voor seksueel misbruik geldt een zero-tolerance beleid!

    • Wim Eijk
    • Bernardus Peeters