Wie illegaal wil opgraven moet op Facebook zijn

Twee ‘archeo-activisten’ hebben een jaar lang facebookgroepen over illegale opgravingen gevolgd. Er wordt handel gedreven in illegaal opgegraven schatten. Het wemelt van de tips over goede vindplaatsen en de aanpak van een opgraving.

Beelden van facebookpagina’s van illegale opgravers en handelaren die informatie uitwisselen. Foto’s Paul en Al-Azm

In een Facebookfilmpje komt een kalkstenen sarcofaag in beeld, liggend op een tafel. Een hand zet een beeldje van een vogel voor de sarcofaag. Op de achtergrond rochelt iemand. Alle kanten van de bewerkte kist worden getoond, evenals de kale binnenkant. Weer een rochel. Twee mannen praten kort met elkaar. Voor de kist staan nog twee andere beschadigde beeldjes, die onder het stof zitten. Een ervan is een sfinx. Naast de Egyptische oudheden liggen blaadjes van een kalender die laten zien dat het 17 december is.

Het is zo maar een filmpje afkomstig van een Egyptische Facebook-groep met illegaal opgegraven oudheden.

Archeologen Katie Paul en Amr Al-Azm hebben het afgelopen jaar vele van dit soort filmpjes bekeken. „In Noord-Afrika en het Midden-Oosten worden sociale media als Facebook en WhatsApp volop gebruikt voor de illegale handel in echte en valse oudheden en voor de plundering van archeologische vindplaatsen”, zeggen ze in een Skype-gesprek. Al-Azm: „Vroeger ging het om enkelingen met lokale kennis van vindplaatsen. Die kennis werd beperkt uitgewisseld, van mond tot mond, per telefoon of brief. Maar door de sociale media is er sprake van geavanceerde kennisverspreiding en een enorme schaalvergroting. De netwerken zijn veel groter: wij hebben twintig tot dertig Facebook-groepen gevolgd en sommige hadden 100.000 leden.”

Lees ook: Lees ook: Hoe bescherm je Syrische kunstschatten na zes jaar burgeroorlog?

Syriër Al-Azm is afgestudeerd in Londen en was vroeger onder meer hoofd van het archeologisch onderzoekscentrum van de universiteit van Damascus. Hij moest in 2006 zijn land ontvluchten. Nu doceert hij aan Shawnee State University in Portsmouth, Ohio. „Ik ben ook een van de oprichters van The Day After, een burgerinitiatief dat zich inzet voor het democratische proces in Syrië, maar ook voor het behoud van het cultureel erfgoed – The Day After heeft daarom ook subsidie van het Nederlandse Prins Claus Fonds gekregen.” Via The Day After leerde hij de Amerikaanse Katie Paul kennen. Paul: „Als archeologe werkte ik vooral in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Na de gewelddadige nasleep van de Arabische lente in 2011, toen veel Egyptenaren spontaan hun musea en vindplaatsen beschermden tegen plundering, besloot ik hen te steunen en me bezig te gaan houden met de bescherming van cultureel erfgoed en de strijd tegen illegale opgravingen en illegale handel. Sindsdien beschouw ik mezelf een ‘archeoactivist’ en ben ik betrokken bij non-gouvernementele organisaties als The Day After.”

Sinds de Arabische lente is het gebruik van sociale media in de tweeëntwintig landen die de Arabische Liga vormen enorm toegenomen. Het aantal gebruikers van alleen Facebook wordt nu geschat op meer dan 100 miljoen. Paul, die Arabisch beheerst, en Al-Azm begonnen hun onderzoek met het intikken in het Arabisch van eenvoudige zoekopdrachten als ‘schatten’, ‘monumenten’ en ‘voorwerpen’. Paul: „Daarna deed Facebook automatisch aanbevelingen voor andere, vergelijkbare pagina’s en groepen. De oudste pagina’s gingen terug tot 2013. Het is dus een recent verschijnsel.”

Er zijn twee soorten groepen en pagina’s. Al-Azm: „Bij de ene gaat het om tips voor waar iemand een archeologische vindplaats moet zoeken. Ook is daar informatie over hoe een opgraving het beste kan worden aangepakt. Bij de andere draait het om de handel in illegale oudheden.”

Schatkaarten met een kruisje

De tips voor illegale opgravingen zijn bijvoorbeeld simpele kaartjes waarop net als op een schatkaart een vindplaats met een kruis is aangegeven. Een ander plaatst professioneel uitziende infographics over hoe je kunt zien waar in de bodem een graftombe is verborgen. Al-Azm: „Vorig jaar oktober beschreef iemand uit Caïro uitgebreid waar je tijdens een illegale opgraving van een Romeins graf op moet letten. Dat er vaak eerst een dikke laag steen en aarde is, waardoor het idee kan ontstaan dat er op de verkeerde plek gegraven wordt, en dat de aanwezigheid van fragmenten aardewerk in de bodem een teken is dat het graf vlakbij is. Kort erna verschenen er allerlei posts met vondsten uit de Romeinse tijd.”

Weer een ander legt uit hoe je het beste grondwater uit een illegale opgravingsput kunt pompen, hoe je kunt voorkomen dat een tombe instort of wat de verstikkingsgevaren zijn. Al-Azm: „Dergelijk filmpjes werden onlangs nog, in juni en juli, geplaatst door iemand die zijn illegale opgraving liet zien en telkens afsloot met ‘memoires van een professionele avonturier’.”

Ook wordt er informatie gedeeld uit catalogi van de grote internationale veilinghuizen als Sotheby’s en Christie’s, om te laten zien wat de waarde van bepaalde artefacten is en waarnaar de meeste vraag is. Paul: „Een dag nadat iemand uit een catalogus shabti’s, kleine beeldjes die de Egyptenaren aan de doden meegaven, had laten zien, bood iemand zo’n beeldje, weliswaar van mindere kwaliteit, te koop aan.”

Op facebookfilmpjes wordt de geroofde waar getoond, hier Egyptische kunst.

Afgezien van Israël is in alle landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten de handel in oudheden verboden. Toch ontdekten Paul en Al-Azm op Facebook vele groepen en pagina’s die zich specifiek bezighouden met de illegale handel in oudheden. Paul: „Illegaal opgegraven, maar ook namaak-oudheden worden aangeboden. Er worden contacten gelegd tussen kopers en tussenpersonen. En er worden ‘bestellingen’ gedaan. Islamitische manuscripten en boeken moesten bijvoorbeeld voor een bepaalde tijd in Istanboel zijn. Of er werd gevraagd om voor een bepaalde tijd Joodse manuscripten, boeken en artefacten in de Jordaanse hoofdstad Amman te leveren.”

Veel gebeurt min of meer open en bloot. Er is bijvoorbeeld een filmpje waarop een grote groep mannen ergens in Egypte bezig is om met een graafmachine een vindplaats op te graven en dan op een cobra stuit. Opgewonden staat iedereen met z’n smartphone de cobra en elkaar te filmen. Veel leden en volgers gebruikten gewoon hun persoonlijke Facebook-account. Alleen voor de groepen moesten Paul en Al-Azm in het Arabisch vragen als ‘waarom wil je bij deze groep?’ beantwoorden. Paul: „Het antwoord ‘ik hou van archeologie’ was goed genoeg om lid te kunnen worden – ze gaan er kennelijk vanuit dat iemand van Interpol geen Arabisch beheerst. In de groepen worden ook gewoon mobiele nummers en WhatsApp-contacten uitgewisseld voor verdere onderhandelingen. Wat er daarna gebeurt hebben we niet kunnen achterhalen, want we hebben alleen geobserveerd en niet gedaan alsof we kopers of aanbieders waren.”

Werkloze jonge mannen

Paul en Al-Azm hebben wel een beeld gekregen van wie de mensen zijn die zich via Facebook bezighouden met de plundering van archeologische vindplaatsen. Paul: „Het gaat vooral om jonge mannen, die werkloos zijn, maar wel technische kennis hebben en gemakkelijk met sociale media omgaan. Maar we hebben ook zeker meer dan honderd vrouwen geteld die als tussenpersonen fungeren.” De meesten zijn afkomstig uit Egypte, Marokko, Algerije, Jemen en Turkije. „Daarbij zitten ook personen die zich in hun profiel met IS verbonden verklaren.”

Onder de kopers zijn er veel uit de Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk en België. Al-Azm: „Maar we zien ook tussenpersonen die zeggen dat ze contacten hebben met hooggeplaatste kopers in de Golfstaten. Het vervolg vindt meestal plaats via privéberichten, dus we weten niet wat dergelijke kopers in de Golf echt kopen. Knooppunten in de handel zijn op dit moment Turkije, Libanon, waar ook Hezbollah zich ermee bezighoudt, en Jordanië, maar ook Egypte is ondanks het verbod een belangrijke doorvoer.”

Vorige maand hebben Paul en Al-Azm de eerste resultaten van hun onderzoek gepubliceerd in een artikel op de website World Political Review. Ze zijn nog bezig met een uitgebreider artikel met alle resultaten, grafieken en statistieken. Al-Azm: „Maar dat gaan we niet in een vakblad publiceren. We willen meer aandacht voor het probleem bij beleidsmakers. We denken dus aan een grote en bekende denktank die op hen invloed heeft. Want Facebook en WhatsApp schieten nu te kort. Tegen de verspreiding van wapens en drugs via hun platforms hebben ze wel al maatregelen genomen. Maar er zijn nog geen regels om plundering van vindplaatsen en illegale handel in oudheden te melden. De huidige ‘Community Standards’ bieden ook nog niet de middelen om pagina’s te verwijderen. Op dit moment is Facebook onder druk van het Amerikaanse Congres bezig om zijn User Agreement en Community Standards te herschrijven, maar er zijn nog geen aanwijzingen dat ze ook hun best gaan doen om de illegale handel in oudheden aan banden te leggen.”

    • Theo Toebosch