Recensie

Plotsklaps een wereldvreemde kroonprins op de troon

Koning Boudewijn van België (1930-1993)

Twintig jaar oud besteeg Boudewijn de Belgische troon. Hem wachtten crises, dertig regeringen en vier staatshervormingen, aldus een vrij feitelijke biografie.

Leopold III (r) na zijn troonsafstand ten gunste van zijn zoon Boudewijn (l), Brussel, 16 juli 1951 Foto G vd Werf / ANP PHOTO

Het zal vast niet hun bedoeling zijn, maar wie wil kan de perikelen van het Belgische koningshuis zien als metafoor voor de moeilijkheden van een verdeeld land. Begon de eerste koning van de Belgen, Leopold I, in 1831 al met enige tegenzin aan zijn taak, sindsdien hebben de schandalen zich alleen maar opgestapeld. Een greep: Leopold II staat bekend om zijn wandaden in Congo, Leopold III moest niet lang na de Tweede Wereldoorlog aftreden en de vorige, Albert II, is nog altijd verwikkeld in een rechtszaak met zijn buitenechtelijk kind. Als de koning de Bisonkit van een natie zou moeten zijn, is hij in België al te vaak een nat geworden pleister geweest.

In Boudewijn. Koning met een missie vertellen historici en monarchie-kenners Emmanuel Gerard en Mark Van den Wijngaert het verhaal van koning Boudewijn. Wellicht niet de meest interessante en zeker niet de meest smeuïge van de zeven koningen die België sinds haar ontstaan heeft geteld, maar zeker is: deze koning, die 25 jaar geleden overleed, was onderdeel van een van de belangrijkste periodes van de Belgische geschiedenis.

Van Nederland naar Vlaanderen verhuizen, of andersom, kan niet ingewikkeld zijn – we spreken toch dezelfde taal? Lees ook: Verhuizen naar België: ‘Bijna nergens zijn er buurlanden die meer van elkaar verschillen’

Heel veel nieuws brengen Gerard en Van den Wijngaert niet aan de oppervlakte, maar het boek is wel een effectieve les twintigste-eeuws België. Boudewijn – aan de macht van 1951 tot 1993 – was daar niet enkel de stille getuige van, maar speelde een prominente rol, schetsen de auteurs.

Boudewijn (Brussel, 1930) had een alles behalve gunstige start. De toekomstige koning – hij had een oudere zus, maar vrouwen mochten nog geen koningin worden – verloor op vijfjarige leeftijd zijn moeder. De Tweede Wereldoorlog bracht hij wisselend in Frankrijk, Spanje, België, Duitsland en Oostenrijk door. Het onderwijs dat hij (thuis) kreeg was door alle gebeurtenissen wisselend en soms wat geïmproviseerd.

Aan het eind van de oorlog was de kroonprins, zo karakteriseren Van den Gerard en Van den Wijngaert, behoorlijk wereldvreemd. En dat terwijl hij niet veel later al aan zijn koningschap zou moeten beginnen: zijn vader Leopold III capituleerde in 1940 voor Hitler terwijl de Belgische regering in ballingschap wilde terugvechten, en moest daarom uiteindelijk in 1950 na hevige protesten afstand doen van de troon. De twintigjarige Boudewijn volgde hem op.

Terwijl het land steeds verder verdeeld raakte door talloze staatshervormingen, werd de koning juist steeds geliefder.

‘Een slechtere start van een regeerperiode is nauwelijks denkbaar’, schrijven Gerard en Van Den Wijngaert. In 227 pagina’s doen ze die regeerperiode met een verrassende hoeveelheid informatie uit de doeken. Dat moet ook wel, want Boudewijn kreeg in 42 jaar onder meer te maken met een Congo-crisis en uiteindelijk met het verlies van de kolonie, een hevige economische crisis, dertig (!) regeringen en vier (van de zes) Belgische staatshervormingen.

Opvallende keuzes

Boudewijn was het oneens met het verplichte vertrek van zijn vader en was niet goed voorbereid op zijn taak als staatshoofd, een taak die na het debacle bovendien was uitgehold. Toch nam de nieuwe koning geen genoegen met een ceremoniële rol. De auteurs plaatsen de soms opvallende keuzes van de koning in perspectief en bieden samenhang in de geschiedenis door in te gaan op zowel zijn privéleven als politieke invloed. Hoe meer crises, hoe meer hij op de voorgrond treedt, lezen we. Boudewijn schuwt niet premiers van advies te voorzien of kabinetten te vragen af te treden. Niet zonder controverse. Zo weigert de koning in 1989 de nieuwe abortuswet te ondertekenen, waarbij hij persoonlijke overwegingen boven zijn plicht plaatst, met het risico af te moeten treden. De reden: zijn strenge katholieke geloof.

Wat meer pagina’s over deze veelbewogen regeerperiode waren geen overbodige luxe geweest. De auteurs bieden met hun – soms wat al te – zakelijke verslag een helder beeld van de ongemakkelijke start van Boudewijn tot aan zijn onverwachtse dood in 1993, waarna een gigantische collectieve rouw oplaaide. Het is jammer dat het boek niet nog meer loskomt van het feitelijke relaas. Terwijl het land steeds verder verdeeld raakte door talloze staatshervormingen, werd de koning juist steeds geliefder. Of hij daarmee zijn missie wel of juist niet volbracht, en dat beter of slechter deed dan voorgangers, had meer ruimte mogen krijgen.

    • Anouk van Kampen