Oranje wijn, voor de liefhebber

Drinken Oranje wijn – dat klinkt als een marketingtruc. Maar nee hoor, in de Renaissance was orange wine volstrekt gangbaar.

Foto Istock, Bewerking NRC

De gevestigde driehoek rood-wit-rosé lijkt te moeten gaan inschikken. Oranje schemert langzaam maar zeker door op het smaakpalet van de wijndrinker. Dat klinkt in eerste instantie als een modeverschijnsel, iets van voorbijgaande aard. Want hebben we onlangs ook niet zoiets gehad als blauw wijn?

Het tegenovergestelde is het geval. Eigenlijk betreft het zelfs het terugvinden van een wijnkleur. Daarvoor moeten we terug in de tijd. In de Renaissance was orange wine volstrekt gangbaar, blijkt uit het boek Natural Wine van wijnexpert Isabelle Legeron. Zij wijst op schilderijen uit die periode: „Hebt u zich ooit afgevraagd waarom de witte wijnen in de glazen niet zo helder ogen als het wit dat we vandaag drinken? Dat heeft niets te maken met de lichtinval dat de schilder voorstond dan wel met het verkleuren van de vernis: de Michelangelos van de wereld dronken eenvoudigweg oranje wijn.”

Voordat we nog verder teruggaan – tot ver voor Christus – wat is oranje wijn eigenlijk?

Hedendaags wit wordt gemaakt door het sap uit druiven te persen waarna zo snel mogelijk de schillen, de steeltjes en de pitjes worden verwijderd. Bij orange wine worden het sap van witte druiven en de schillen, pitjes en soms ook de steeltjes tijdens het macereren (het inweken) en fermenteren (de vergisting) niet gescheiden. Soms een paar dagen, vaker een paar maanden, en af en toe zelfs een jaar. Hierdoor krijgt de wijn niet alleen ‘kleur’ (die oranje zweem in dit geval) maar ook meer smaak en textuur.

Niet zelden gebruiken de wijnmakers voor dit proces een amfora, de oudst bekende manier om wijn te maken. Ze menen dat zo’n natuurlijke maakwijze de wijn beschermt tegen oxidatie. Sulfiet is zodoende niet meer nodig. Bovendien smaakt amforawijn zuiverder, mede doordat de poreuze klei de wijn laat ademen als een eiken vat, maar zonder de soms nadrukkelijke houtinvloeden op te pikken. Het is een techniek die door de oude Grieken en Romeinen werd gepraktiseerd. Ook is er, lees ik in Natural Wine, een Egyptische kruik uit 3150 voor Christus gevonden waarin een geeloranje substantie werd aangetroffen, samen met pitjes en schilletjes, hetgeen zou wijzen op maceratie.

Lees ook: 2018, het beste Hollandse wijnjaar ooit?

Plinius de Oudere, een Romeinse letterkundige en wetenschapper die rond het begin van de jaartelling leefde, constateerde: „Wijn heeft vier kleuren. Wit, geel, rood en zwart.” Die laatste vanwege de toentertijd gedronken mengsels van druiven met as, gemalen marmer en asfaltachtige hars. Op uw gezondheid, wat u zegt. Van rosé leek toen overigens nog geen sprake.

En hoe smaakt orange wine?

De liefhebber van primaire geuren en smaken zal tevergeefs zoeken naar de makkelijk herkenbare kruisbessen, perziken, mango of andere fruitmandomschrijvingen van gewone witte wijnen. Een orange wine zal het predicaat allemansvriend daarentegen niet snel krijgen. De kleur en ook de tannines die de schillen, pitten en stelen hebben afgegeven, zorgen vaak voor een breder uitwaaierend geur- en smaakspectrum, afhankelijk van de gebruikte druivensoorten. Er is stevigheid, er is grip en er is textuur. Ook de tannines (die anders alleen in rode wijn te vinden zijn) spelen een – subtiele – rol.

Al met al is sprake van een stevig mondgevoel, maar omdat orange wines juist niet van die uitgesproken, smaken hebben, botst het niet snel. Zodoende worden zij vaak ingezet bij gerechten die zich anders nog wel eens moeilijk laten combineren met wijn.

Dit was zo totaal verschillend van wat ik had geproefd tijdens de twintig jaar dat ik wijn drink

Simon J. Woolf, wijnschrijver

Umami, de geheimzinnige vijfde basissmaak die furore heeft gemaakt dankzij de Japanse keuken, plooit zich graag richting dergelijke wijnen. Neem bijvoorbeeld Georgië, dat geldt als de bakermat van orange wines – het land heeft de oudste wijncultuur ter wereld, die achtduizend jaar teruggaat. Japan is de belangrijkste exportmarkt voor Georgische wijnen uit de quervi, zoals de amfora daar heet. In De wijn-spijsbijbel adviseert auteur Victoria Moore: „Schenk ze bij mezze, met veel knoflook en met elkaar concurrerende smaken, en bij salades à la Ottolenghi, die met hun kruiden, specerijen en combinaties van zout en zuur een gewone wijn onderuit kunnen schoffelen.”

Veel hedendaagse restaurants presenteren een veelheid van smaken. En juist de nieuwe lichting koks en sommeliers streeft naar authenticiteit, puur natuur (orange wines zijn bijna altijd biologisch- of biodynamisch; massaproductie is onmogelijk), kleinschaligheid en onderscheid. Dat samen heeft ervoor gezorgd dat op steeds meer wijnkaarten het aanbod is onderverdeeld in rood, wit, rosé en oranje. Wijnkelners leggen gasten onvermoeibaar uit dat wat ze straks in het glas krijgen geen rosé is maar oranje wijn. Amberkleurig, zo u wilt.

Deze week verscheen het eerste boek dat louter over orange wine gaat, Amber Revolution. Het duikt in de geschiedenis, beschrijft de verschillende druiven, de inmiddels twintig landen waar de wijn geproduceerd wordt, laat kennismaken met de beste producenten en geeft de beste orange wine-spijscombinaties. Het is van de hand van Simon J. Woolf, een Britse, in Amsterdam woonachtige wijnschrijver.

De wijn greep hem meteen

Woolf maakte kennis met orange wine tijdens een wijnreis door Italië, in 2011. Daar proefde hij ze voor het eerst bij wijnmaker Sandi Skerk in Carso, dat deel uitmaakt van Friuli-Collio, het hedendaagse bedevaartsoord voor dergelijke wijnen.

„Dit was zo totaal verschillend van wat ik had geproefd tijdens de twintig jaar dat ik wijn drink”, zegt hij tijdens een gesprek in een Amsterdams natuurwijn-café. „De wijn greep mij meteen. Wat is dit, vroeg ik mij af. Ik wilde die vino bianco macerati, zoals ze ‘m daar noemen, begrijpen. Werd ie alleen in het noorden van het land gemaakt? Of maakten ze dit ook ergens anders? Wat destijds begon als een artikel op mijn site The Morning Claret groeide langzaam uit tot een boek.”

We drinken een glas orange wine van de mtsvanedruif, in de amfora gemaakt door Beka Gotsadze, „een van de beste producenten van Georgië”, zegt Woolf. „Dat land mocht sowieso natuurlijk niet ontbreken. Evenmin als Slovenië, pal over de grens van Friuli, dat eveneens wordt beschouwd als het mekka van orange wines. Twintig jaar geleden was het onmogelijk om een serieus boek over orange wines te schrijven. Simpelweg omdat er toen nog niet voldoende goede producenten waren. Maar nu heb ik serieus met het probleem geworsteld: welke laat ik eruit?’

Misschien die Roemeense die Aldi in Engeland aanbood voor 5,99 pond, vraag ik.

„Nou, weet je dat het nog een aardige wijn was, ook voor dat geld? In ieder geval was de hoeveelheid publiciteit die het in Engeland voor orange wines heeft gegenereerd onbetaalbaar.”

Simon J. Woolf:Amber Revolution. € 35,00. Te koop via themorningclaret.com
    • Harold Hamersma