Opinie

    • Hans Schnitzler

Niet het internet is het probleem, maar de mens

Datadictatuur Ja, Silicon Valley houdt ons in een wurggreep, erkent maar big tech komt ook tegemoet aan ons eigen verlangen naar almacht.
Illustratie Cyprian Koscielniak

‘Als we het internet vrijlaten, neemt het ons gevangen”, was de kop boven een stuk van Jan Kuitenbrouwer (6/10). Het klopt dat een handvol techgiganten als Google en Facebook de gemiddelde gebruiker in een digitale wurggreep houden. We zijn in een datadictatuur beland: een kongsi van Big Brother en big business waar niemand vat op heeft. Hij besluit zijn stuk met de (terechte) oproep om het internet te onderwerpen aan democratische en publieke waarden.

Onderbelicht blijft de rol van de gebruiker. Omdat Kuitenbrouwer zich laat inspireren door de Duitse filosoof Jürgen Habermas, die meende dat rationaliteit de basis vormt van gedrag en interactie, ontstaat er een blinde vlek voor de diepere drijfveren van menselijk technologiegebruik. Er is een fundamentele bezinning nodig op de relatie tussen de mens en zijn technologieën: aan welke dieperliggende behoefte beantwoordt ons verblijf in cyberspace?

De techniekdenker Bernard Stiegler grijpt in Technics and Time terug op de Prometheus-mythe om te laten zien dat we gemankeerde wezen zijn, niet in staat om te overleven zonder techniek. Om onze ziel te redden schonk Prometheus ons het vuur – symbool voor technologisch vernuft. Je zou kunnen zeggen dat de mens invalide ter wereld kwam en aangewezen was op zijn ‘techniekprothesen’, die zijn gemis aan natuurlijke kwaliteiten om te overleven, moeten maskeren én compenseren.

Zo hebben we onze gebrekkige spierkracht uitbesteed aan de lopende band, ons tekort aan oriëntatievermogen aan gps-systemen en onze beperkte breinkracht aan slimme machines. Daar blijft het niet bij. Google zorgt ervoor dat de mens nooit meer om een antwoord verlegen hoeft te zitten, terwijl Facebook, WhatsApp en Tinder zelfs menselijke beperkingen in ruimte en tijd opheffen – sociale contacten of sekscontacten laten zich met een paar swipe-bewegingen tevoorschijn toveren. Aldus wordt een religieus motief nieuw leven ingeblazen: ‘zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.’

Lees ook: We sharen van alles, behalve de macht

Prometheus toont hoe technologie sterfelijke wezens in tovenaarsleerlingen verandert. Met ongekende mogelijkheden én het risico van hoogmoed. Inderdaad overspeelt de mens met regelmaat zijn hand. Zo worstelen we nog steeds met de neveneffecten van de industriële revolutie en worden de schaduwkanten van de digitale revolutie nu zichtbaar. Uiteraard betekent dit dat we de macht van techmonopolies moeten inperken, zoals Kuitenbrouwer suggereert. Maar we moeten ook erkennen dat het verlangen om de menselijke natuur te herscheppen en aan onze wensen aan te passen, diepgeworteld is. De Silicon Valley-industrie komt hieraan tegemoet.

Dat de omstandigheden in cyberspace ten koste gaan van een gezond democratisch en publiek leefklimaat, is evident. Maar door de schuld al te eenzijdig bij de bouwers van onze digitale infrastructuur te leggen dreigt de belangrijkste vraag uit beeld te raken, namelijk: hoe gehandicapt durft de swipende datamens eigenlijk te zijn? Had Kuitenbrouwer dit perspectief in zijn analyse betrokken, dan had de kop boven zijn stuk ook kunnen luiden: ‘Als we de mens vrijlaten, neemt het internet hem gevangen.’

    • Hans Schnitzler