In pikante lachfilms uit de jaren tachtig zijn meisjes er voor de jongens

Filmessay Begin jaren tachtig verschijnt een hele reeks schaamteloos lompe puberfilms, bedoeld om te lachen. Moraal: Meisjes zijn er voor jongens.

Illustratie Max Kisman

We zullen nooit zeker weten of Brett Kavanaugh als tiener echt zoveel bier dronk dat hij zich niet meer kon herinneren wat hij deed. Of dat hij, lam als hij was, een meisje van vijftien dacht te kunnen dwingen tot seks. Of dat hij werkelijk zo vaak moest overgeven dat hij erelid werd van de Strandweek Kots Club.

Wat we wel zeker weten is dat dit soort dingen allemaal gebeurden in de films die Brett en zijn vrienden in de vroege jaren tachtig zagen. En dat het lachfilms waren.

Toen de Amerikaanse senatoren aan de kandidaat voor het Supreme Court vroegen wat alle jongenspraat in zijn jaarboek van de middelbare school te betekenen had – het „duivelstrio”, de „jetsers”, het „ben jij al achterlangs gegaan?” – zei Kavanaugh dat zijn tekst was bewerkt. „Ik denk dat sommige redacteuren van het jaarboek een soort combinatie wilden maken van Animal House, Caddyshack en Fast Times at Ridgemont High.”

Hij had nog wel vier of vijf andere filmtitels kunnen noemen. De vroege jaren tachtig zagen een explosie van films die zich of in het laatste jaar van de middelbare school afspeelden, of op de campus: Meatballs, Porky’s Pikante Pretpark, Sixteen Candles, Weird Science, Zapped! Ze gaan allemaal over de pijnlijke, gênante jaren van de laatste groeispurt naar volwassenheid, die scholieren zowel nastreven (voor de seks en de drank) als vrezen (voor de saaiheid). Maar waar voor ruwweg 1980 schaamte de overheersende emotie is in de puberfilms, barst daarna ineens de schaamteloze lompheid uit.

De verzamelnaam voor de wildste van deze films is gross-out movies. Lastig te vertalen, maar het kernbegrip is hier gross, wat in die films wordt gezegd als de personages iets walgelijks doen.

In de voorloper en meteen veruit de beste van het genre, National Lampoon’s Animal House (1978), gaat de gezette Bluto (John Belushi) ongevraagd aan tafel zitten bij het populaire groepje en begint met grote happen te vreten. De meisjes vinden Bluto gross en eentje noemt hem een varken. „P-I-G”, spelt ze. Dan zegt Bluto: „Kun je raden wat ik ben?” Hij stopt een bol aardappelpuree in zijn mond en slaat met beide vuisten op zijn bolle wangen zodat de puree eruit spuit. „Ik ben een puist.”

Bluto en zijn vrienden zijn de schande van de campus – togafeesten vierend, zuipend, boerend, kotsend, vriendinnen dumpend, naakte meisjes bespiedend – en ze zijn de helden van de film. Terwijl de meeste filmrecensenten op Animal House neerkeken als „vulgair”, „studentenlol” of „de Mounties schijnen ook leuk te zijn”, schreef De Telegraaf dat we met een fenomeen van doen hadden. Na de première waren op ten minste één Amerikaanse school eetsmijterijen uitgebroken. De recensent concludeerde dat „de Amerikaanse humor nooit meer hetzelfde zal zijn”.

Met deze humor groeide de generatie van Brett Kavanaugh op.

Lees ook: Geëmotioneerde Kavanaugh beschuldigt Democraten van politieke moordaanslag

Schoudervullingen

Je moet even doorbijten, maar wie de moeite neemt deze films te (her)zien, komt in een wereld die bedrieglijk veel op de onze lijkt met zijn computerspelletjes en auto’s, maar die fundamenteel anders is. En dan hebben we het niet over de getoupeerde haren of de schoudervullingen. Het grote verschil zit hem in hoe de personages met elkaar omgaan, waar ze op uit zijn, wie er voordelig op staat en wie niet.

Simpel gezegd: jongens staan er in de jaren tachtig goed op en de meisjes zijn er voor de jongens. Niet voor niets zien we van elke hoofdrolspeelster de blote borsten. De enige betekenisvolle verhoudingen zijn die tussen vrienden. Amerika’s bekendste criticus van die tijd, Roger Ebert, zag het scherp: „Het gekste van Porky’s is hoezeer die vrouwen haat.”

In gross-out films moet steevast de minst aantrekkelijke jongen worden ontmaagd. Soms kost het de hele film, maar het zal gebeuren. In Porky’s krijgt het scharminkel Pee Wee uiteindelijk een meisje zover, maar alleen doordat zij van andere jongens een weddenschap heeft verloren. Ze gaat schouderophalend met hem de schoolbus in, waar hij even later in triomf uit het raam hangt: gelukt.

In Fast Times at Ridgemont High gaat een jongen naar bed met Stacy, het vriendinnetje van zijn beste vriend. Hij komt binnen een paar seconden klaar en smeert hem meteen. Daarna ontwijkt hij haar, tot ze hem aanspreekt: ze is zwanger. Hij belooft mee te gaan naar de abortuskliniek en de helft van de behandeling te betalen. Hij doet geen van beide.

Op het onvermijdelijke slotfeest van het schooljaar komen de twee vrienden elkaar weer tegen. De bedrieger zegt dat het hem spijt. De bedrogene zegt: „Ach jij kunt het ook niet helpen. Je bent gewoon lomp, liederlijk en walgelijk.”

„Zijn we nog steeds vrienden dan?”

„Oké.”

Wortel

Denk niet dat de meisjes geen zin hebben in seks, integendeel. Ze hebben het er net zo vaak over als de jongens, en even grof. De gedumpte Stacy in Fast Times oefent pijpen met een wortel. Maar meisjes doen het in deze films zelden met de jongen naar wie zij verlangen. Ze worden vaak tegen hun zin genomen door een andere jongen, en na de onvrijwillige seks moeten ze toegeven dat het toch wel erg lekker was.

De website brobible.com (‘bijbel van de gozers’) heeft de Tien Geboden voor de gross-out movie opgesteld. Het verschil tussen de seksen staat in het Eerste Gebod: „Gij zult een aantrekkelijk meisje krijgen, ongeacht uw eigen aantrekkingskracht.” Het tiende gebod: „Gij zult neuken.” In The Revenge of the Nerds zet een van de nerds, slungelig, uilenbril, vooruitstekende tanden, het masker op van de sportheld van de universiteit en vrijt hij met diens vriendin. Als ze ligt na te genieten omdat het zo anders was dan anders, doet de nerd zijn masker af. Wordt het meisje nu razend? Nee, ze is verrast, en ze vraagt hoe hij zo goed kan zijn in bed.

Dit is de boodschap: jongens kunnen krijgen wie ze willen, meisjes en volwassen vrouwen. In Grease II, de film die Brett Kavanaugh volgens zijn fameuze kalender op 16 juni 1982 bezocht, loopt de muziekjuf langs een groepje stoere jongens. „Ik hoop jullie allemaal te zien in mijn klas dit jaar.” „Wij hopen alles van u te zien in de klas.” Geeft deze volwassen vrouw de brutale jongens een oplawaai? Nee, ze zegt liefjes: „Wie wee-heet…”

Soms gaat de ongevraagde seks zo ver dat het neerkomt op verkrachting. In Sixteen Candles knapt de knappe sportheld Jake Ryan af op het model met wie hij verkering heeft, omdat hij droomt van een ander schoolmeisje. Het model wordt stomdronken op een feestje. Ja ze is mooi hoor, zegt Jake tegen de scharminkelige puber die al de hele film ontmaagd wil worden. „Maar ze is niet in liefde geïnteresseerd.” Dan zwaait Jake zijn uitgetelde verkering over de schouder, kiepert haar in zijn auto, geeft de sleutels aan het scharminkel en zegt: „Ze is helemaal van de wereld, veel plezier.”

Het scharminkel voelt zich eerst opgelaten met het bewusteloze meisje. Als ze even wakker wordt in de auto, hangt ze slap om hem heen en legt haar hoofd in zijn schoot. De puber kijkt veelbetekenend in de camera en zegt: „Dit gaat goed.”

De volgende dag wordt het meisje nog altijd achterin de auto wakker, met de puber die inderdaad zijn plezier heeft gehad. Nou, dan gaat ze voortaan toch gewoon met hem.

In film na film worden de jongens samen dronken, bedenken ze samen manieren om naakte meisjes te zien en vooral om seks met ze te hebben, wat ten slotte altijd lukt. En de meisjes? De meisjes zijn tieten en kont en een gelegenheid om je maagdelijkheid te verliezen. Is dat eenmaal gebeurd, dan houdt hun verhaallijn op. We zien nooit hoe het afloopt tussen deze ongemakkelijke sekspartners, zoals in Fast Times Stacy de jongen die haar zwanger heeft gemaakt, nooit meer terugziet.

Nihilistisch

Wat gebeurt er in de vroege jaren tachtig in Amerika dat die stortregen van nihilistische films losbarst? Hoe kan het dat de filmpubers die in de decennia daarvoor – van Rebel without a Cause tot The Graduate – nog worstelden met hun angsten, onzekerheden en een woede die ze zelf niet doorgrondden, nu zelfbewust alle regels aan hun laars lappen en ieder meisje kunnen krijgen?

De tobberige jaren zeventig, met de Vietnam-oorlog, het Watergate-schandaal en tot slot de vernederende gijzeling van 52 Amerikanen op de ambassade in Teheran, de jaren van de paranoïa-thrillers, worden afgesloten als Ronald Reagan in 1980 president wordt. Zijn verkiezingsslogan: „Let’s make America great again”.

Reagan was het brandpunt van een conservatieve revolutie, een reactie op de Woodstock-generatie eind jaren zestig. First lady Nancy Reagan werd gevraagd naar haar feministisch gehalte. Ze antwoordde dat ze haar carrière altijd geweldig had gevonden. „Toen ontmoette ik mijn echtgenoot en koos ik ervoor mijn carrière op te geven. Feminisme is de mogelijkheid keuzes te maken.” De mensen wier ouders zich nog omver hadden laten blazen door de hippies, sloegen nu terug. In de puberfilms zijn ze grof en gemeen, en vooral zonder moraal.

De grootste raddraaier in Animal House, Bluto, zal volgens de aftiteling later senator John Blutarsky worden. Een grap, maar eentje met een bijbetekenis. Al die feestjaren op de universiteit hebben zich in een bubbel afgespeeld. Ze hebben geen consequenties voor de ‘echte’ wereld van later. Is dat niet precies hoe het met Brett Kavanaugh is gegaan?

Lees ook: Senaat stemt voor benoeming Kavanaugh bij Hooggerechtshof
    • Bas Blokker