#MeToo gaat door. Want nog steeds wordt er weggekeken

Essay Harde bewijzen voor seksueel machtsmisbruik zijn er zelden, maar als veel vrouwen tegelijk hun verhaal doen krijgen zij het voordeel van de twijfel. Dat is het revolutionaire van #MeToo.

Illustratie Lynne Brouwer

In de affaire-Brett Kavanaugh, de Amerikaanse opperrechter in spe wiens benoeming onder vuur lag omdat hij van aanranding was beschuldigd, maakte columnist Youp van ’t Hek de getuigenis tegen hem van Christine Blasey Ford met de grond gelijk. D’r was niet geneukt, geen penetratie, dus waar had ze het over? „Is het geen belediging voor echt verkrachte vrouwen…?” Ook columnist Frits Abrahams liet zich inspireren, in een stukje waarin hij zich „ongemakkelijk” voelt omdat hij bespeurde dat Kavanaugh „gedwongen” werd te verklaren dat hij „lang maagd was gebleven”. Hoe erg is dat? Van miljoenen jonge vrouwen over de hele wereld wordt standaard openhartigheid geëist over hun maagdelijkheid. Maar dit was een man en dat kon de columnist niet goed aanzien.

#MeToo is een jaar oud en twee NRC-columnisten etaleerden hoe weinig er bereikt is. Wat ‘ongewilde seks’ is, bepaalt de man. En trouwens, wie maagd is kan geen aanrander zijn. En nu willen ze graag over tot de orde van de dag. Het is klaar. #MeToo heeft lang genoeg geduurd.

Maar zo is het niet. #MeToo is nog niet klaar. Ervaringsdeskundigen als de schrijfster Saskia Noort proberen met bewonderenswaardig doorzettingsvermogen duidelijk te maken hoe levensverpestend aanranding en verkrachting zijn. Maar het schiet niet op. De sensatie is welkom, verder wordt er weggekeken. Veel mannen willen er niet over nadenken, heel wat vrouwen ook niet. En zolang Saskia Noort voor Oostindisch dove oren spreekt, is #MeToo noodzakelijk. Zolang er zich nieuwe zaken aandienen ook.

Onlangs spoelde er weer een golf van getuigenissen over seksueel machtsmisbruik aan. Daniele Gatti, chef-dirigent van het Concertgebouworkest. Theatermaker Jan Fabre. Bach-dirigent Pieter Jan Leusink. Een ambtenaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit zijn wat highlights, er was meer. Zo was de klacht over de boeddhistische leraren van de Dalai Lama saillant. Om nog maar te zwijgen van de drie Groninger barkeepers die zich om de beurt vergrepen aan een stomdronken vrouw (motto: niet omdat het moet, maar omdat het kan).

Het begon met de actrices die de moed hadden om de Amerikaanse filmproducent Harvey Weinstein aan te wijzen als een man wiens misbruik varieerde van zware fysieke intimidatie tot verkrachting en stalken. Zijn entourage faciliteerde zijn wangedrag. ‘Iedereen’ wist het, maar de jonge actrices niet. Want ‘iedereen’ zweeg ook en niemand greep in. Niemand durfde.

En toen durfden ze wel. Binnen een mum van tijd spraken zich zo’n tachtig vrouwen uit over het flagrante wangedrag van de movie mogul en de totale schaamteloosheid waarmee hij de vrouwen overweldigde. Nog altijd kan ik het woord badjas niet horen of hij valt open, met de naakte Weinstein erin – zo vaak kwam dat detail naar voren.

Met adembenemende snelheid kelderde Weinsteins prestige. Zijn carrière verkruimelde en zijn eigen filmmaatschappij dumpte hem. Inmiddels loopt er een strafzaak tegen hem.

Met de ontmaskering van Weinstein begon #MeToo (#IkOok). Maar het verzet van vrouwen tegen seksueel machtsmisbruik door machtige mannen ontlook al eerder. De Franse bankier Dominique Strauss-Kahn vergreep zich in 2011 in een hotel aan Nafissatou Diallo, lid van het huishoudelijk personeel. Dat kostte hem zijn uitzicht op het Franse presidentschap. Niet omdat hij door de rechter werd veroordeeld, dat gebeurde niet. Wel doordat uit de getuigenissen van andere vrouwen naar voren kwam dat er systeem zat in zijn lust voor snelle seks met door hem overweldigde jonge vrouwen. Het koelbloedig aanpakken van de Amerikaanse komiek Bill Cosby was bij nader inzien een generale repetitie voor #MeToo. In 2005 bekende hij al dat hij het zwijgen van verschillende vrouwen had afgekocht. Halverwege 2015 getuigden veertig vrouwen dat hij hen had gedrogeerd en misbruikt. De zaken waren verjaard, maar dat deed voor hen niet terzake. Ze wilden dat zijn gedrag bekend werd. Daar begon het, dat was de eerste les.

In je eentje maak je niks, niemand gelooft je. Maar ben je met meer, dan sta je sterk. Staar je niet blind op een strafzaak, mik op het openbaren van het seksuele wangedrag dat je leven heeft vergald, houd niet meer voor je wie je dat aandeed. Laat weten als je hem herkent, zeg het als je hetzelfde onderging: ik ook. Dat idee werd opgepikt, de vonk sprong over. Er ontsprong spontaan een revolutionaire beweging.

Vrouwen kropen massaal uit hun schulp. Ze geneerden zich niet meer en deelden hun persoonlijke ervaringen met misbruik op sociale media, onder de hoede van de hashtag #MeToo. Ze noemden namen en beschreven daden.

Duidelijk werd dat tijd de wonden niet heelt. Vrouwen deinsden er niet voor terug om oude zaken op te rakelen. Het publiek werd geconfronteerd met verhalen van lang geleden en ‘daders’ die niet begrijpen waar ze van beschuldigd worden. Het stelde niks voor. Ze wisten niet dat het niet mocht. Och, hij was jong, klinkt het, boys will be boys, zo zijn jongens nu eenmaal.

Maar de meeste jongens randen helemaal niet aan.

En trouwens hoe zit het dan met de meisjes? Boys will be boys bestaat niet zonder girls will be girls. Meisjes zijn meisjes. In deze constructie móeten die zich dus wel laten misbruiken. Met echte jongens in de buurt worden ze levende sekspoppen: niet gillen, meiden, het is weerzinwekkend, maar het hoort erbij, zo zijn die jongens nu eenmaal – ik vind dat wel erg veel gevraagd, van die meisjes.

Moet zo’n jongen levenslang boeten voor wat hij als puber of postpuber deed? Dat is niet een-twee-drie te beantwoorden. Maar in het antwoord moet het eventuele levenslang van zijn slachtoffer opgenomen zijn. Dat hij het na 37 jaar niet meer weet, betekent niet dat zij er na 37 jaar niet nog door getraumatiseerd kan zijn.

#MeToo bestond nog maar half of het werd al afgedaan als een preutse samenzwering, aangevoerd door mannenhatende vrouwen die zich keren tegen erotiek en seks. God verhoede. Daar gaat het niet om. #MeToo is juist vóór erotiek, maar wel naar de zin van beide partijen. Wie zegt dat #MeToo preuts is, is een erotisch onbenul.

Mannen die vrouwen te na komen omdat ze menen dat dat hoort bij man zijn, zijn klassieke ouwe rukkers. Alleen met zichzelf bezig. Au fond impotent, want niet geïnteresseerd in goeie seks.

Wat zich nu ontrolt is een grote schoonmaak en die pakt niet alleen rigoureus, maar soms ook overhaast uit. Grote namen noch imposante carrières zijn #MeToo-bestendig gebleken. Bedrijven vrezen reputatieschade. Zodra er sprake is van klachten over misbruik wijzen ze, opgestookt door de media, grote mannen voortvarend de deur. Zo was Ian Buruma binnen een dag hoofdredacteur-af van The New York Review of Books. Het leek wel of hij iemand had aangerand, maar zo was het helemaal niet. Hij had een van seksueel misbruik beschuldigde Canadese radio-ster gelegenheid gegeven om met een groot artikel zijn straatje schoon te spoelen. Dat was een inschattingsfout, maar moest Buruma daarom nou op staande voet weg? Zulk ijlings reageren is een serieus probleem. Niet van #MeToo, maar van werkgevers. En de oplossing is niet een eerbiedig saluut aan de wilde haren van een kunstenaar, directeur of tv-ster.

Een directeur die in een onderbroek graait, een theatermaker die seksueel vernedert of een talkshow-gastheer die de deur op slot doet en zijn gulp open – is dat gewoon? Nee, dat is niet gewoon. Dat is onprofessioneel. Niet de vrouwen die zo’n man aanwijzen zijn hysterisch, maar zo’n man die denkt dat hij met hen zijn gang kan gaan, en bovendien rekent op discretie. Niet dus. #MeToo hangt unverfroren de vuile was buiten. En dat steekt.

Die zwijgplicht wordt via een achterdeur alsnog geclaimd. Zwijg en laat de rechter spreken – elke keer komt dat konijn uit de hoge hoed. Maar het werkt niet. De rechtspraak kan er niet veel mee. Juridisch commentator van NRC Folkert Jensma berekende in zijn column De Rechtsstaat dat aangiftes van seksueel misbruik maar zelden daadwerkelijk tot een rechtszaak leiden, die dan gemiddeld pas zo’n twee jaar later voorkomt. Veroordeling ligt moeilijk. Het strafrecht schiet tekort. Harde bewijzen kun je vergeten, getuigen zijn er zelden en het voordeel van de twijfel gaat per definitie naar de vermeende dader. In antwoord daarop leggen vrouwen nu hun verhalen naast elkaar. Juridisch brengt het ze nergens, maar het voordeel van de twijfel helt onmiskenbaar naar hen over.

Lees hier de column terug van Folkert Jensma: Met zedendelicten kan strafrecht maar weinig

Het is nou wel genoeg met dat ge-MeToo, klinkt het na een jaar vermoeid. Bedoeld wordt: kunnen we weer gewoon doen? Maar dat gaat niet. Want ‘gewoon’ was niet gewoon. ‘Gewoon’ was mishandeling en daar wordt geen genoegen meer mee genomen: híj deed me kwaad en ík ga me niet zitten schamen, laat staan dat ik erover zwijg.

De meeste mannen en vrouwen spelen het spel van flirt en liefde, ze weten hoe dat moet, ze vinden het leuk. Ze kunnen elkaar dwarszitten en verdriet doen, maar ze komen elkaar niet te na. De machtsmisbruikende aanranders zijn de afwijking. Zij bezorgen mannen een slechte naam, tegen hen keert #MeToo zich. Zonder ontzag voor tradities, zonder respect voor reputaties, zonder geduld met quasi-biologische argumenten die mannen als jagers vastnagelen en vrouwen als prooi.

De beweging heeft geen aanvoerders, er is geen ideologie. Het enige dat verbindt, is dat men zich laat sussen noch wegblaffen. #MeToo zal doorgaan tot het aanklagen van seksueel wangedrag tegen vrouwen niet meer wordt afgewimpeld als een bevlieging, of als geklets, of als onrecht jegens mannen in het algemeen.

In Washington trilde de lip van Christine Blasey Ford en klonken de snikken van rechter Kavanaugh. Haar verdriet werd afgewogen tegen het zijne en dat van hem sloeg meer aan. Een man die huilt maakt indruk. Zit zijn echtgenote naast hem en poseert hij als vader, dan ligt de mantel der liefde voor hem klaar, ook bij gerede twijfel over zijn kijk op vrouwen.

De grootste gemene deler van de onder #MeToo opgedoken zedenzaken is het systematisch neerkijken op vrouwen. De mannen die zich aan hen vergrijpen, beschouwen hen op zijn best als begerenswaardig speelgoed. Hun gevoel telt niet mee, het bestaat niet.

Is #MeToo doorgeschoten? Misschien. Maar nog niet ver genoeg, dan.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Joyce Roodnat