In een oude Jaguar is zelfs een ritje naar de bouwmarkt bijzonder

Jongensdroom Een oude Jaguar is prachtig, maar waarom zou je zo’n schofterig onzuinige slee willen bezitten?

De verkoper was net weggereden. Ik opende het portier van mijn de Jaguar XJ8, voor de eerste rit in mijn bezit. Een doffe krak. In mijn hand hield ik de afgebroken greep van de bestuurdersdeur. Niet veel later strandde ik met startproblemen bij een tankstation.

Wachtend op de Wegenwacht schoot een zin in het koopcontract dat ik had ondertekend door mijn hoofd: „Koper realiseert zich een 19 jaar oude auto te hebben gekocht met een kilometerstand van 240.000 km en vrijwaart verkoper van eventuele gebreken die na het sluiten van de overeenkomst worden geconstateerd.” Ik stond langs de A1 met een vijf meter lang slagschip waarin geen lampje meer aanging.

Mijn buurvrouw, ooit Jaguar-rijder, had me nog voor mijn proefrit gewaarschuwd: je hebt twéé Jaguars nodig: je rijdt in de ene terwijl de andere gerepareerd wordt. „Maar koop hem,” zei ze. „Je moet toch ook een beetje leven.”

Wat deed ik mezelf aan? Waarom wilde ik zo graag deze auto? Ik had nota bene uitgebreid geschreven over millennials die geen auto meer willen. Mijn generatiegenoten, eind twintig, begin dertig, ontlenen hun vrijheid en identiteit meer aan hun smartphone dan aan het bezitten van een auto, schreef ik een paar jaar geleden in de zaterdagkrant. Maar mijn eigen bloed kroop toch ergens anders. Zo lang als ik me kan herinneren heb ik dit specifieke model Jaguar bewonderd.

Er wordt geen enkele auto meer gemaakt die zo laag, langgerekt en elegant is. Ik kocht de Jaguar uit mijn jongensdromen, donkerblauw met een witte lijn langs de lengte van het koetswerk en een beige leren interieur, voor ongeveer vierduizend euro, nauwelijks vijf procent van de nieuwprijs.

Lees ook het interview met Frank van Rouendal: Hij deed waar velen van dromen: een eigen auto ontwerpen

Alles is waar wat er gezegd wordt over oude Jaguars. Ze zijn schofterig onzuinig, de mijne rijdt 1 op 8, en staan vaak bij de garage. Bij een autobedrijf in Amsterdam-Noord dat zich specialiseert in oudere jaguars spoten ze een tweedehandsdeurgreep geduldig over in het Westminster blauw van mijn auto. In hun werkplaats staat een piano en de stoelen in het kantoor hebben luipaardbekleding. Jaguar-eigenaren komen hier geamuseerd zuchtend binnenvallen. Ze vormen een soort club van onverstandigen die het leven tegen de klippen op grootser willen maken. Er zitten veel ondernemers tussen, niet vies van risico, en zeker niet per se succesvol. Ze nemen de reparaties voor lief en rijden tot boven de 300.000 kilometer door in hun Britse luxesloepen. Met opzet niet te blinkend gepoetst, want dan lijken het net trouwauto’s.

Ontroerend retro

In een Jaguar als de mijne wordt zelfs een ritje naar de bouwmarkt bijzonder. Na de geruststellend diepe grom bij het starten hoor je de luie V8 vrijwel niet. De auto is weldadig stil – tot een nieuw knarsje of kraakje het volgende mankement aankondigt. Esthetisch heeft het traditionele XJ-model meer gemeen met een klassiek zeiljacht dan met een moderne auto.

Binnen word je omhelsd door leer, hout en een overdaad aan knopjes. Er zit een ‘valet button’ in, waardoor de parkeerwacht je auto kan parkeren zonder in de kofferbak te kunnen. Leeslampjes hebben het opschrift ‘map’. De radio-antenne rijst op Inspector Gadget-waardige wijze op uit de kofferbak. Dit alles vind ik minstens zo ontroerend retro als een Nokia uit de jaren negentig. Het is heel makkelijk om van zo’n auto te gaan houden.

Ik heb dan ook veel meer kilometers gemaakt dan ik aanvankelijk van plan was. Twee zomers achter elkaar gingen mijn vriendin en ik in de Jaguar op roadtrip naar Italië. We sliepen naast onze kathedraal van een auto in een bescheiden tentje, tot hilariteit van andere kampeerders.

Het contrast, een jong stel in een oude jag, maakt het zo leuk. De typische Jaguar-rijder is ver boven de vijftig. Zonder problemen waren de langere reizen niet: de motor zat ineens zonder vermogen op een drukke invoegstrook bij Bolzano en midden in Duitsland brak de draagarm van het achterwiel. De auto kwam weken later dan wij thuis op een ANWB-trailer.

Lees ook: Van je Tesla een stationcar maken (zonder dat Tesla het weet)

In het eerste jaar bleek ik, inclusief alle benzine en reparaties, bijna achthonderd euro per maand aan mijn jongensdroom te hebben uitgegeven. Daar kan ik ook een elektrische auto voor leasen. Zelfs Jaguar maakt die tegenwoordig. Klassiek is in hun nieuwe modellen omgeslagen naar futuristisch, er zit helaas geen splintertje notenhout meer in.

Het is een kwestie van tijd tot je met een V8 van twintig jaar oud de stad niet meer in mag, zoals al het geval is voor oude diesels. Jaguars zoals de mijne zullen één voor één van de weg verdwijnen. Ik geniet van elke kilometer, die zomaar eens de laatste kan zijn.

    • Ebele Wybenga