Je hoeft niet gek te zijn

Psychische hulp Te veel Nederlanders zoeken hulp bij psychische problemen, zei hoogleraar psychiatrie Damiaan Denys in NRC. Wanneer zetten mensen dan die stap?

Foto Annabel Oosteweeghel

Als je naar de psycholoog gaat moet je minstens je eigen naam zijn vergeten, dacht Marinka Riekwel (30) uit Deventer als tiener. Ze was opgegroeid in Loenen, een dorp aan de rand van de Veluwe, waar spottend werd gesproken over ‘gekken’ in de naburige kliniek. Gelukkig vertelde de huisarts haar op haar achttiende dat je niet „half dood” hoeft te zijn om psychologische hulp te krijgen. Haar ouders lagen in scheiding en ze had depressieve gevoelens, dus werd ze naar een praatgroepje met andere verdrietige pubers gestuurd.

Een klein decennium later zette ze zelf de stap naar de psycholoog. Ze was erg neerslachtig en had slaapproblemen, en vermoedde dat ze gebeurtenissen uit haar verleden nog niet had verwerkt. Als jong meisje was ze seksueel misbruikt door haar buurjongen. Daar had ze nooit aandacht aan besteed – ze was toch niet verkracht? Aan haar vrienden durfde ze dat verhaal niet zoveel jaar na dato te vertellen. Ze was bang de „dramaqueen” van de groep te worden, omdat ze al veel over de scheiding van haar ouders had gepraat. Een psycholoog zou haar in ieder geval serieus nemen, verwachtte ze. Wat ook zo was.

Hulpzoekgedrag

Vergeleken bij de inwoners van andere westerse landen zoeken Nederlanders relatief snel hulp bij psychische problemen, volgens de laatste peiling van de World Mental Health Surveys uit 2007. Jaarlijks kampt bijna eenvijfde van de volwassenen met een psychische aandoening, eenderde van hen zoekt daarvoor – vaak na verwijzing van de huisarts – hulp en klopt aan bij bijvoorbeeld een psycholoog, pastoor, of acupuncturist. Dat lijkt uit een grootschalig bevolkingsonderzoek van het Trimbos-Instituut, dat in 2012 een rapport uitbracht over ons hulpzoekgedrag.

Volgens sommige experts in de geestelijke gezondheidszorg is de drempel voor psychologische hulp te laag. Hoogleraar psychiatrie Damiaan Denys zei onlangs tegen NRC dat te veel mensen hulp zoeken voor problemen die gewoonweg bij het leven horen. Daardoor kunnen mensen die écht ziek en waanzinnig zijn niet allemaal geholpen worden; de zorg is overvraagd. Toch zoeken ook veel mensen geen hulp. Trimbos schatte in 2014 dat ruim 43.000 mensen met een angst- of stemmingsstoornis geen enkele vorm van hulp zoeken, terwijl hun klachten niet zomaar voorbijgaan. Waarom gaat de ene wel naar de psycholoog en blijft de ander thuis?

Lees ook het interview met hoogleraar psychiatrie Damiaan Denys: ‘Het ís niet normaal om mooi en succesvol te zijn en alles onder controle te hebben’

Ernstige klachten

Mensen met ernstige psychische klachten zoeken vaker en sneller hulp dan mensen met minder ernstige klachten, zegt Margreet ten Have, senior onderzoeker van het Trimbos-Instituut en projectleider van het bevolkingsonderzoek. Met ‘ernstig’ wordt bedoeld dat de aandoening iemands dagelijks functioneren sterk ontwricht. Werken lukt niet meer, of sociale contacten worden afgehouden. Dit gaat op voor mensen met een depressie, een paniekstoornis of een gegeneraliseerde angststoornis, ook wel piekerstoornis genoemd. Ten Have: „Ongeveer tachtig procent van deze groep zoekt op enig moment in hun leven hulp. Zij ervaren hun aandoening vaak als ernstig.”

Marinka Riekwel (30) zocht hulp bij een psycholoog. Als tiener dacht ze dat je daarvoor minstens je eigen naam moest zijn vergeten. Foto Annabel Oosteweeghel

Marnix (31) vond het logisch om een psycholoog op te zoeken toen hij depressief werd, zegt hij. Om toekomstige werkgevers niet af te schrikken wil hij niet met zijn achternaam in de krant. „Ik raakte depressief toen ik was afgestudeerd en lange tijd geen baan kon vinden. Ik voelde me gewoon kut, en dat wilde ik niet meer.” Met zijn omgeving sprak hij nauwelijks over zijn problemen. „Als er werd gevraagd hoe het mij ging, zei ik ‘bwah’, en daarna ging het bij wijze van spreken weer over bier en tieten. Ik vond het makkelijker erover te praten toen ik had besloten naar de psycholoog te gaan. In plaats van te zeggen hoe verschrikkelijk alles is, kan je zeggen: „Het gaat niet goed, maar ik doe er wat aan.”

Denys mag dan vinden dat mensen snel naar de psycholoog stappen, er is ook een grote groep die geen hulp voor zijn problemen zoekt. Willem van der Does, hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit Leiden : „Als je vanaf jonge leeftijd psychische klachten hebt, kan er gewenning of zelfs defaitisme ontstaan: ‘zo is het leven kennelijk’. Ook kunnen mensen weinig vertrouwen hebben in de geestelijke gezondheidszorg. Ze zijn bang dat ze pillen moeten slikken, vrezen een verkeerd label te krijgen of hebben slechte ervaringen met eerdere behandelingen.”

Marlous (19), die om privacyredenen alleen met haar voornaam in de krant wil, kan het beamen: „Ik ben vroeger door mijn moeder naar hulpverleners gestuurd omdat ik last had van stemmingswisselingen, maar dat was geen succes. Ik dacht dat psychologen mij niet konden helpen: ze kunnen toch niet in mijn hoofd kijken? Ik vond toen ook niet dat ik een stoornis had. Mijn extreme emoties zag ik als onderdeel van mijzelf.”

Lees ook: Burn-out lijkt veel voor te komen, maar wat is het nu eigenlijk?

Toch ging ze afgelopen winter uit zichzelf naar de psycholoog. „In eerste instantie wilde ik mijn problemen zelf oplossen. Het voelde zwak om daar iemand bij te betrekken. Maar toen ik ook nog paniekaanvallen kreeg, wist ik dat ik hulp nodig had.”

Ook schaamte kan een rol spelen bij de keuze geen hulp te zoeken, zegt Van der Does. „Het helpt dat media meer aandacht aan depressie besteden en dat bekende Nederlanders uit de psychische kast komen. Tien jaar geleden zag een groot deel van de bevolking psychische problemen nog als een kwestie van zwakke persoonlijkheid.”

Hoogtevrees

Mensen met een sociale fobie of een specifieke fobie, zoals extreme hoogtevrees, zoeken minder vaak en snel hulp, blijkt uit het Trimbos-rapport. Van der Does: „Ze organiseren hun leven liever om de fobie heen, en dat is vaak ook mogelijk omdat de angst zo specifiek is. „GZ-psycholoog Willemijn van Gastel: „De behandeling van fobieën bestaat uit de confrontatie met je angst. Als je een hondenfobie hebt, moet je bijvoorbeeld met honden knuffelen. Dat kan je ervan weerhouden hulp te zoeken. Mensen met een sociale fobie kunnen ook bang zijn voor een negatief oordeel van de psycholoog. Ze zitten soms trillend tegenover me.”

Ik moest over mijn ego heen stappen; kon ik dit echt niet zelf oplossen?

Judith Webber ging afgelopen zomer naar een psycholoog

Ook alchohol- en drugsverslaafden zijn notoir slechte hulpzoekers. Zo ook Mark Lettinga (37) uit Leeuwarden. Op zijn 27ste was hij al „rijp voor de kliniek”, maar het duurde nog jaren voordat hij toegaf dat hij een probleem had: „Ik vond dat ik alles onder controle had. Ik keek naar andere mensen: ‘die snuift meer, die drinkt meer. Dan valt het bij mij wel mee.’ En dat terwijl ik op het dieptepunt vijf gram coke per dag snoof en meer dan twintig bier dronk. Na verloop van tijd dacht ik wel steeds vaker: ‘Waar ben je in godsnaam mee bezig’. Maar dan nam de gedachte aan cocaïne en drank het weer over. Je wordt zo opgeslokt door verslaving, dat je er niet aan toekomt om te erkennen dat je een probleem hebt. Ik zocht pas hulp op mijn vierendertigste toen ik geestelijk, lichamelijk en financieel helemaal aan de grond zat.”

Uit het bevolkingsonderzoek blijkt dat vrouwen vaker hulp zoeken. Van Gastel ziet dat weerspiegeld in de bezoekcijfers van haar praktijk: „De man-vrouwverhouding is bijna een op twee. Mannen duiden hun klachten vaker fysiek. Als ze depressief zijn, denken ze bijvoorbeeld dat ze oververmoeid zijn, bij een paniekaanval denken ze aan een hartaanval.” Ten Have: „Ander onderzoek laat zien dat vrouwen stressgevoelens sneller herkennen als een psychisch probleem en meer geneigd zijn hulp te zoeken. Ze zijn meer gewend om over persoonlijke problemen te praten.”

Lees ook de column van Floor Rusman: Therapie is meer dan een boswandeling

Dat geldt ook voor Judith Webber (43) uit Amsterdam. Zij ging afgelopen zomer naar een psycholoog omdat ze licht overspannen was. „Ik hou van zelfonderzoek en was wel benieuwd naar de oplossing van de psycholoog. Ik ben zelf coach, ik had al met allerlei mensen gespard, maar ik voelde dat ik meer ondersteuning nodig had om van mijn klachten af te komen. Hoewel ik het heel krachtig vind om hulp te vragen, moest ik wel even over mijn ego heen stappen; kon ik dit echt niet zelf oplossen? Maar dat had ik altijd al gedaan, en dat was juist onderdeel van het probleem. Je hoeft het niet in je eentje te rooien.”

Ze is inmiddels niet meer overspannen maar blijft aan zichzelf werken, zegt ze. En de anderen? Lettinga is al drie jaar clean, zegt hij, en werkt als ervaringsdeskundige in de verslavingszorg. Marlous wacht nog op haar diagnose. Marnix heeft nog weleens een dipje maar de depressie is niet teruggekeerd. En Marinka Riekwel is niet meer depressief geweest sinds bleek dat ze geen vitamine B12 opnam en dat probleem is verholpen, zegt ze. Ook is ze grotendeels af van de psychische klachten die door het misbruik zijn ontstaan. Met hulp van de psycholoog vertelde ze haar verhaal aan vrienden. Ze vonden haar geen dramaqueen.

    • Manouk van Egmond