Goede muur gezocht voor reconstructie van ‘Meisje met Springtouw’

Street art Het werk van de onlangs overleden kunstenaar Co Westerik werd in 1988 gesloopt. Voor de reconstructie is geld. Nu nog een plek

Touwtje springend meisje, 1976 Foto collectie BKOR

Stichting Droom en Daad, de gemeente Rotterdam en het Centrum voor Beeldende Kunst (CBK) zoeken een muur waarop het werk ‘Meisje met Springtouw’ van de in september overleden Rotterdamse kunstenaar Co Westerik kan worden gereconstrueerd. Het beroemde reliëf uit 1976, ontworpen voor de blinde muur van het politiebureau aan het Haagseveer, werd in oktober 1988 door een sloopkogel neer gehaald.

Er zijn eerder pogingen gedaan om het kunstwerk te reconstrueren, maar Westerik legde zich erbij neer dat de middelen daarvoor ontbraken. „Het is nooit een schildering voor de eeuwigheid geweest”, stelde hij. De ontwerptekening van het kunstwerk bevindt zich in de collectie van Museum Boijmans van Beuningen.

Nu, met toestemming van Westeriks erven, lijkt een reconstructie er dan toch te komen. „Stichting Droom en Daad springt bij om de financiering rond te krijgen”, zegt directeur Wim Pijbes. „Het enige wat we nu nog nodig hebben is een geschikte muur.” Voor de herplaatsing van het werk is een verticale oppervlakte nodig van zo’n vijfentwintig meter hoog bij zes meter breed. Hiervoor doet Pijbes een oproep aan alle Rotterdammers, met twee voorwaarden: „Het moet een markante, zichtbare plek in de stad zijn en de muur moet uit bakstenen bestaan. Een bedrijf, woningbouwvereniging of particulier die een buitenmuur van dit formaat beschikbaar stelt kan zich melden.” Voor het beoordelen van de voorstellen is een jury samengesteld, bestaande uit schrijver Ernest van der Kwast, galeriehoudster Fenna de Vries, CBK’s hoofd Beeldende Kunst en Openbare Ruimte, Siebe Thissen en Wim Pijbes.

Meedenken? Stuur een foto met het adres van de locatie naar info@stichtingdroomendaad.nl
    • Cathelijne Beijn