En dan sta je opeens voor een dichte slagboom

Nederlandse bedrijven en de Brexit Waarschuwingen voor de Brexit zijn alom. Bedrijven moeten zich voorbereiden, klinkt het. Maar waarop precies? Vooral kleinere ondernemingen wachten af.

Illustratie Roland Blokhuizen

Rijen met trucks in Dover met vlees dat staat te bederven. Verwarring bij chauffeurs over douaneformulieren. Plotselinge torenhoge invoertarieven. Texelse vissers die uit Britse wateren worden geweerd. Dat is het schrikbeeld voor het Nederlandse bedrijfsleven als de Britten op 29 maart aanstaande om 23.00 uur uit de Europese Unie treden, zonder dat er nieuwe afspraken voor in de plaats komen.

Zo’n ‘no deal’-scenario is nog niet afgewend. Komende week zal de Brexit een top van EU-leiders in Brussel domineren. Ze komen waarschijnlijk niet eens toe aan de toekomstige handelsrelatie met de Britten. Voor bedrijven betekent dat: nóg meer onzekerheid, minstens tot de volgende EU-top in november. De belangen voor Nederland zijn groot. In totaal verdiende Nederland 22,7 miljard euro aan de export naar het VK, ofwel ruim 3 procent van het bbp. Alleen de handel met Duitsland is lucratiever.

Overheid en ondernemersorganisaties voeren een waar hulpoffensief om bedrijven te behoeden voor ongelukken. Op het online Brexit-loket van de rijksoverheid worden bedrijven gemaand „tijdig een plan te maken”. Wie niet weet of hij risico loopt, kan de Brexit-scan doen („Doorloop de gehele scan om onvermoede effecten voor uw bedrijf te ontdekken”). Mkb’ers die betaald advies willen inwinnen, over bijvoorbeeld douanezaken, kunnen met een Brexit-voucher tot 2.500 euro vergoed krijgen door de overheid. Of ze kunnen een Brexit-buddy zoeken, een groter bedrijf dat een kleiner ‘broertje’ helpt bij de voorbereidingen – een programma van het ministerie van Economische Zaken en MKB Nederland.

De boodschap is duidelijk: bereid je voor. Het ‘no deal’-scenario is het meest drastisch. Gemiddeld krijgen Nederlandse exporteurs dan te maken met 5,5 procent aan invoerheffingen, zo berekende ING. Maar ook als er alsnog een deal komt, dreigt schade voor de handel. Want een vrijhandelsakkoord, zoals de EU bijvoorbeeld heeft met Canada, is niet hetzelfde als EU-lidmaatschap. Formaliteiten en vergunningen die nu niet nodig zijn, doen dan hun intrede. En kunnen EU-burgers dan in het VK blijven werken – en de Britten hier? Niets is nog zeker, ook de overgangsperiode tot eind 2020 niet. Daarover bestaat slechts een principe-afspraak.

Tijdens een recente bijeenkomst in Den Haag – het Brexit-Forum van de Nederlands-Britse Kamer van Koophandel (NBCC) – benadrukte Brexit-expert Roel van ’t Veld van de douane dat bedrijven hoe dan ook nieuwe formaliteiten moeten verwachten: uitvoeraangifte, uiteenlopende btw-regels. Volgens hem is één ding zeker: „Brexit zal invloed hebben op uw bedrijf.” In een oproep aan bedrijven beschreef de douane deze week wat slechte voorbereiding kan betekenen. Van het risico om „letterlijk voor een dichte slagboom te komen staan” tot „ernstige financiële consequenties”.

Geen douane-ervaring

Vooral voor kleinere bedrijven kan de onzekerheid verlammend werken, merkt Lyne Biewinga, voorzitter van het NBCC Brexit Forum. „Grotere bedrijven hebben de mogelijkheden om zich voor te bereiden. Maar bij veel kleinere ondernemingen blijft het gevoel: zolang ik niet weet wat er gaat gebeuren, wacht ik nog even.”

De NBCC wil ondernemers „motiveren” om „echt aan de slag te gaan”. Maar minder dan 20 procent van de Nederlandse bedrijven die zaken doen met het VK bereidt zich actief voor, blijkt uit een studie van onderzoeksbureau Kantar in opdracht van de overheid. In Nederland handelen zo’n 77.000 bedrijven met het VK. Daarvan heeft bijna de helft geen ervaring met de douane, volgens de douane zelf. Voor handel binnen de EU heb je de douane niet nodig – maar het VK is straks geen EU-lid meer.

Wie lopen het meeste risico en hoe kunnen bedrijven zich voorbereiden? Het kwetsbaarst voor vertraging aan de grens zijn bedrijven die exporteren naar het VK en korte levertijden hebben, zoals groente-, fruit- en vleesexporteurs, zegt Jeroen Ouwehand, van advocatenkantoor Clifford Chance. „Die leveringsketens zijn als Zwitserse uurwerken. Als daar een kink in komt, heb je direct een probleem. Dat roept ook vragen op over contracten: wie is aansprakelijk?”

Een oplossing voor gedoe aan de grens kan een zogenoemde AEO-vergunning zijn bij de douane, waarmee je minder en alleen op geplande tijdstippen wordt gecontroleerd. Of je kunt een magazijn openen in het VK om vandaaruit te leveren. Dat ziet Caspar Jansen, partner bij adviesbureau EY, nu meer gebeuren. „Alles om de massale files aan de grens te vermijden.” Mark-Jan Grootenboer, expert in leveringsprocessen bij adviseur Deloitte, merkt interesse van bedrijven in alternatieve routes, buiten de drukke knooppunten Rotterdam, Dover en de Eurotunnel om. „Kan ik mijn goederen laten aankomen in Vlissingen of IJmuiden? Er wordt ook gekeken naar alternatieven aan de andere kant van de Noordzee.”

Zwaar gereguleerde sectoren als chemie, farmaceutische industrie en die voor medische apparatuur lopen extra risico, meent Jansen van EY. Gezondheids- en veiligheidsregels kunnen tussen EU en VK uiteen gaan lopen. „Dan voldoen vergunningen niet meer. En bij een ‘no deal’ Brexit kunnen je goederen opeens worden tegengehouden bij de grens.”

Nederlandse multinationals zijn naar eigen zeggen druk met de Brexit bezig, al willen ze er weinig over kwijt. De meerderheid van veertien grote bedrijven die NRC benaderde, kwam met een algemene reactie. Ze volgen de onderhandelingen – „vanzelfsprekend”, „uiteraard” – en doen wat nodig is. Philips is wel concreet. Het medischetechnologiebedrijf overweegt zijn fabriek voor babyproducten in Glemsford (zo’n 1.500 werknemers) te sluiten bij een ‘harde’ Brexit met invoerheffingen of andere hoge kosten aan de grens. Dan kan de fabriek „niet meer concurrerend” blijken, zegt een woordvoerder.

De eerste Brexit-misstappen zijn er ook al. Eind 2016, ná het Britse EU-referendum van juni dat jaar, besloot ING honderd handelaren van Amsterdam en Brussel naar Londen te verplaatsen. Onlangs kreeg ING echter van de Europese Centrale Bank te horen dat het die verhuizing deels moet terugdraaien. Want als de Brexit een feit is, hebben Europese toezichthouders in Londen niets meer te vertellen.

    • Teri van der Heijden
    • Mark Beunderman