Een schip met grote ambities én problemen

De Delft

Als zich geen mecenas aandient, eindigt het dit jaar voor de Delft. De replica moest werklozen en Delfshaven vooruit helpen, maar bleef altijd zelf een schip in nood.

Rotterdam, 9 oktober 2018Museum De Delft in de Schiehaven.Foto: Walter Herfst

Al twintig jaar is het de droom om in Rotterdam één van de grootste replicaschepen ter wereld te bouwen. Een eerbetoon van 63 meter lang en 57 meter hoog aan de Delft uit Delfshaven, het zwaarbewapende linieschip uit 1783 dat handelsschepen begeleidde. Het bijbehorende leerwerktraject moest langdurig werkzoekenden vooruit helpen. Het historische schip zelf zou een toeristische trekpleister worden.

Maar de herbouw stagneerde, de kosten liepen op en het geldgebrek werd chronisch. De Delft bleef al die jaren een prehistorisch karkas langs de kade van de Schiehaven. Het werd een spookschip waar het Havenbedrijf, andere sponsoren en dit jaar uiteindelijk ook het college zich vanaf keerde – na 5 miljoen euro subsidie van zowel de gemeente als vanuit Europa. Deze week besloot het bestuur van de Delft het project binnen enkele weken te beëindigen, tenzij zich alsnog een investeerder aandient. Het personeel en de vrijwilligers zijn donderdag bijgepraat over de situatie.

Prehistorisch karkas

„Ik zie het eerlijk gezegd niet zitten”, zegt interim-directeur Johan Breukels (71), een vrijwilliger die vroeger bij de GGD en Vluchtelingenwerk Maasdelta werkte. Buiten zijn kantoortje steken de spanten van de Delft hoog de blauwe lucht in. In de werkplaats ligt het boegbeeld van een leeuw en stápels handgemaakte katrollen. In totaal 1.200 van die ‘blokken’ zijn er nodig voor de Delft. „Zonde van al dat werk”, vindt Breukels. „Hier ligt een vermogen aan hout.”

Ah, hij krijgt nét een berichtje van directeur Wim Pijbes van de filantropische stichting Droom en Daad. In september heeft hij Pijbes een rondleiding gegeven in de hoop op steun. Helaas, Droom en Daad ziet ook „geen aanknopingspunten”, leest Breukels op van zijn telefoon. De rol en verantwoordelijkheid van de gemeente rond de leerwerktrajecten is „onduidelijk” en de langetermijnvooruitzichten „ongewis”, schrijft Pijbes. Daar gaat weer een restje hoop.

Er ligt nog het plan ‘De Delft 2020’ om het schip in vier jaar ‘de ultieme maritieme beleving’ te maken. De bouw zou een combi zijn van houtsnijwerk en geprinte onderdelen. De loods en werf moeten een evenementen- en horecalocatie worden met virtual reality en abseilen. Het leerwerkbedrijf zou ook vluchtelingen als nieuwe doelgroep begeleiden. Het productiebedrijf zou tuinmeubilair en stadskassen kunnen maken.

De Delft ligt al jaren in aanbouw aan de kade van de Schiehaven. Foto Walter Herfst

Maar een „volwassen attractie” realiseren die 60.000 tot 80.000 bezoekers per jaar trekt, is niet reëel, antwoordde het college onlangs scherp op raadsvragen. „In de afgelopen twee decennia is dat in ieder geval niet gelukt.” „De Delft profileert zich als museum, maar is dat feitelijk niet en heeft ook geen museale collectie.” En: „Ook het bij navraag niet kunnen overhandigen van een strategisch marketingplan is veelzeggend”.

Die afwijzing staat haaks op een ongevraagd advies van de Gebiedscommissie Delfshaven, die „een belangrijke meerwaarde” van de Delft ziet. De commissie vroeg het college vorige maand één miljoen euro subsidie voor vier jaar om het schip af te bouwen. Om honderdvijftig uitkeringsgerechtigden te begeleiden zou per jaar zes ton nodig zijn.

Breukels is boos over de laatste reactie van het college waar hij ruim een half jaar op moest wachten. „Sinds 2014 is er geen cent subsidie in het schip gestopt. Geen cent.” Het is juist zijn Stichting Onbenutte Kwaliteiten (OK) die acht ton heeft geïnvesteerd, zegt hij. „We worden afgerekend op de ballast van voorgaande jaren. Dat is naar mijn gevoel niet helemaal terecht, of helemaal niet terecht.”

Mayflower

Het project Delft vloeide in 1998 voort uit het grotestedenbeleid, zegt mede-initiatiefnemer en oud-PvdA-wethouder Hans Kombrink. Net als de herbouwde Batavia (1628) in Lelystad wilde het stadsbestuur een schip om Historisch Delfshaven te verrijken. Per jaar zouden er twee- tot driehonderd langdurig werklozen aan de slag kunnen. Aanvankelijk werd gedacht aan de Mayflower, het schip van ruim dertig meter waarop de pelgrimsvaders in 1620 vanaf de Pelgrimskerk in Delfshaven naar de Nieuwe Wereld voeren. „Maar al snel bleek dat scheepje te klein en niet indrukwekkend genoeg. Zo kwam de Delft op tafel”, zegt Kombrink. „Het moest natuurlijk de grootste zijn, want Rotterdam is geen kleine stad, he”, zegt werkplaatschef Wouter Schalk (60) die al sinds 1999 bij de Delft is betrokken.

De Delft werd in 1783 opgeleverd door scheepswerf De Hoog en De Wit, achter de huidige molen en het VOC-pand in Historisch Delfshaven. De bouwtijd was toen tien maanden en de kosten 2 ton in achttiende-eeuwse guldens. Het schip met 56 kanonnen escorteerde handelskonvooien van de Vereenigde Oostindische Compagnie en de West-Indische Compagnie op Europees water.

Tijdens de Bataafse Republiek (1795-1801) zette de Franse bezetter van Nederland het schip in tegen de Britten. Bij de Slag bij Camperduin in 1797 werd de Delft op zee genadeloos beschoten en vielen er 47 doden. De Britten sleepten het schip mee als trofee, maar het zonk bij Scheveningen, waarbij nog eens 113 man verdronken. Vanaf 1977 zijn resten van de Delft opgedoken, zoals het anker en het bronzen kanon van het museum.

Ruud Lubbers

De gemeente had in 1998 zo’n 9 miljoen gulden (4 miljoen euro), eenzelfde bedrag moest komen van bedrijven en tientjesleden. In 2001 werd de kielbalk van het schip ‘gelegd’ en kon de bouw beginnen. „Als alles meezit, kan de oorlogsbodem in 2005 weer aan de kade liggen”, schreef het Reformatorisch Dagblad ooit. Maar toen het schip in 2006 nog steeds verre van af was, werd een nieuw comité van aanbeveling opgericht, met onder meer oud-premier Ruud Lubbers.

De grote afmetingen zijn altijd een probleem geweest bij de bouw, volgens werkplaatschef Schalk. Het kostte veel tijd en het was duur om de juiste gekromde stukken Frans of Deens eiken voor de romp van 51 meter te vinden. De houten spanten kosten gemiddeld 18.000 euro exclusief btw, staat op een bordje bij de Delft. „We hadden een te grote broek aan”, zegt Schalk. „Was het een bootje van twintig tot veertig meter geweest, dan was ’ie klaar geweest.”

Gedoe op de werkvloer was er door de jaren ook. In 2001 werden de team- en groepsleider van de vrijwilligers na „muiterij” ontslagen, schreef het Rotterdams Dagblad. In 2003 kregen dertien vaste medewerkers ontslag bij een reorganisatie wegens financiële problemen. In de jaarrekening van 2006 wordt gesproken van „interne weerstand bij medewerkers en vrijwilligers” over een nieuwe manier van werken en weggevallen subsidies. In 2008 vertrok de vierde directeur en werd de scheepsbouwmeester ontslagen na een oplopende ruzie.

In 2014 nam Breukels de Delft over met zijn Stichting OK om een faillissement te voorkomen. Hij trof regelingen met schuldeisers en in 2015 liep het leerwerktraject nog goed, vertelt hij. Maar door Europese aanbestedingsregels werd de Delft te duur voor de gemeente om bijstandsgerechtigden te kunnen plaatsen. Breukels: „We zijn ook duur in vergelijking met andere reïntegratiebedrijven, omdat we een schip bouwen, een werkplaats én en museum hebben.”

Sinds 2017 zijn er door de gemeente geen werkzoekenden meer geplaatst bij de Delft. Hun aantal liep eigenlijk in 2016 al terug, vertelt Breukels: „Dan hadden we een afspraak over honderd kandidaten, maar werden er maar vijftig geleverd en ook maar vijftig betaald. Omdat de dienst werk en inkomen zei: we kunnen ‘de juiste doelgroep’ voor de Delft niet vinden. Een trieste constatering als er 35.000 mensen in hun bak staan.”

Het wrange is dat andere reïntegratiebedrijven hun betaalde kandidaten soms als ‘vrijwilliger’ bij de Delft plaatsen, zeggen Breukels en Schalk. „Die bellen ons nu of wij stagiaires van hun willen overnemen. Ja, zo kan ik het ook. Terwijl wij kunnen aantonen dat 30 tot 35 procent van de mensen die hier de afgelopen jaren in het leerwerkbedrijf zat, daarna daadwerkelijk werk vond.”

Breukels neemt het PvdA-wethouder Richard Moti (werk) kwalijk dat hij niet eerder heeft gereageerd op een brandbrief in maart. Ondanks meerdere herinneringen kwam er pas in oktober een formele brief – met de excuses van ambtenaren dat de brief was ‘zoekgeraakt’, vertelt Breukels. „Onze pech is dat er gemeenteraadsverkiezingen waren, dat de formatie lang heeft geduurd en daarna de zomervakantie direct volgde.”

Verloren enthousiasme

„Als zo’n project gaat slepen, gaat het enthousiasme in de organisatie en in de omgeving verloren”, zegt oud-wethouder Kombrink. „Zo ook in de politiek en de ambtelijke wereld die adviseert. Je kunt je afvragen of de gemeente al niet eerder duidelijk commitment had moeten tonen en dan ook duidelijke eisen had moeten stellen aan het project. Nu hebben ze te veel moeten zwemmen.”

De provincie Zuid-Holland zou nu een structurele bijdrage „van meer dan een ton” willen leveren – maar alleen als de gemeente ook bijdraagt, zegt Jos Schimmer van Subsidy House die voor de Delft heeft bemiddeld. „Wat mij stoort, is het feit dat het ooit door de politiek is ingegeven”, zegt Schimmer. „Maar de consistente beleidslijn wordt met de voeten getreden. De overheid heeft één keer een speeltje. Dan is er een nieuwe en wordt het oude speeltje opzij gezet.”

De laatste hoop is dat zich binnen enkele weken een mecenas opwerpt. „In potentie heeft het potentie, als ik het zo voorzichtig mag zeggen”, vult Wim Pijbes van Droom en Daad via de telefoon aan. „Vanaf het water zie je het wel.” Aan het eind van de kade staat het vervallen Veerhuis van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij, dat Droom en Daad wil restaureren om er een writers in residence van te maken. „En je zit bij het Merwe Vierhaven-gebied waar de komende twintig jaar veel gaat gebeuren.” De locatie is dus goed, maar het project zelf is moeizaam, vindt Pijbes.

Hoe het verder moet met de Delft na een eventueel faillissement weet Breukels nog niet, zegt hij. Een liquidatie zal de gemeente ook geld kosten, want de werf met het geraamte moeten ontmanteld worden, schrijft de gebiedscommissie. „Ik denk dat de gemeente het als cadeautje krijgt”, zegt Schalk. „Wij kunnen het niet weghalen, daar zijn de middelen niet voor. Uiteindelijk zal er een curator komen die het hele spul gaat uitdelen.”

    • Eppo König